De Pelgrimszegen is een oud gebruik. De pastoor vraagt aan God mij op mijn tocht te begeleiden, me bij te staan in moeilijke tijden die er ongetwijfeld zullen zijn en verrijkt te laten terugkeren. Ik stel daar prijs op. Het is tenslotte een Pelgrimstocht die ik ga afleggen, niet een willekeurige tocht naar Egmond aan Zee of Tsjilitsjap.



Uit de kerktuin heb ik een kiezel meegenomen. (De pastoor weet hier van.) Die zal ik bij het Cruz de Ferro in Spanje achterlaten. Nog zo'n gebruik.
Verder neem ik op mijn tocht een Jacobsschelp mee. Dat is het herkenningsteken van pelgrims. Vroeger nam een pelgrim een schelp mee terug ten teken dat hij in Santiago de Compostela is geweest.
Verder loop je als pelgrim een bepaalde route. Er zijn er verschillende. Ik zal die via Le Puy-en-Velay gaan volgen.
Waarom de Sint Jacobuskerk in Kethel? Het is een Jacobuskerk en ons petekind Malou is er gedoopt.
We praten nog wat na met de pastoor, terwijl die een stempel in mijn Crédencial del Peregrino of te wel Pelgrimspaspoort zet. Hij heeft in 1989, het jaar dat paus Johannes Paulus II Santiago de Compostela bezocht, ook een klein stukje van de camino gelopen. Over een jaar neemt hij afscheid als pastoor en gaat hij zich wijden aan het werk van msc, Missionaires de Sacré Coeur (missionarissen van het Heilige Hart).
Van mijn schoonzus kreeg ik een penning met een afbeelding van de heilige Christoffel. Hij is de patroonheilige van o.a. de pelgrims en reizigers. Mij kan dus niets meer overkomen.
Ik ga lopend naar huis in Rodenrijs. Dat doe ik bewust, omdat ik de Sint Jacobuskerk gezien de rituelen van zoëven als het echte startpunt ervaar. Het is dus eigenlijk de eerste etappe, even 10 km. Over een week begin ik aan de tweede.
Vlak voor de Kandelaarsbrug zit een oudere man voor z'n huis op een bankje. 'Mooi uitzicht heeft u', zeg ik tegen hem. Hij veert op en binnen vijf minuten weet ik in grote lijnen zijn levensloop. Het huis stamt uit 1923. Nee, hij is een paar honderd meter verderop geboren. In 1928. Hij is 81 jaar. Z'n vrouw is een paar jaar geleden overleden. Hij heeft nu een LAT-vriendin. Dat vindt hij fijner. Ze werkt in de tuin. Net als zijn zoon, die bij hem woont. Zo vertelt hij verder over z'n bootje, de Biesbosch en de ouderdom. 'Prettige wandeling', roept hij me na als ik me heb losgeweekt. 'Tot ziens', zeg ik achteruit lopend.
Goh, nou ben ik toch weer op het fietspad langs de Zweth. Daar was ik gisteren ook met mijn collega-vriend Berry om hem al fietsend het groen van onze woonomgeving te laten zien. De Ackerdijkse plassen, molen de Valk, het sluisje, het overloopgebied. En dan het hoge boezempeil, lage boezempeil en polderpeil. Ja, we leven hier in een put van 5 meter diep. Als het vingertje uit de dijk wordt gehaald, staat het hier blank. Dat heb je in Brabant 40 meter boven N.A.P. niet.
Beste Jan,
BeantwoordenVerwijderenVoor de reis wens ik je
dat de weg je tegemoet komt,
de wind steeds in je rug is,
de zon je gezicht verwarmt
en zachte buien je velden beregenen.
En dat God, tot ons weerzien,
je bewaart in de palm van Zijn hand.
(Oude Ierse pelgrimszegen)
Jan, Een goede tocht, Yvon en Theo