donderdag 15 september 2011

De monnik

donderdag 15 september Altopascio - San Miniato 25 km 07:15 - 13:00 zon
Iedereen gaat na elkaar weg en ik mag een sleutel die hardnekkig in het slot blijft zitten verwijderen, om hem vervolgens onder de deur van het gemeentehuis te schuiven. Een eindje verder zit de Nederlands-Duitse groep het ontbijt te nuttigen, ik ga ook naar binnen voor de stoelgang en bestel en passant een americano.
Ook nu weer kilometers langs een vervelend drukke weg met veel grote vrachtwagens. Pas kilometers verder daal ik af naar een gebied dat me sterk aan de Veluwe doet denken, het glooit een beetje, er staat lage begroeiing, zelfs het heidestruikje ontbreekt niet en het staat nog in bloei ook. Ik heb inmiddels Claude en Ennio de Italiaan ingehaald, en zoals bij wielrennen erop en erover gedaan. Claude goed gaat, maar klaagt nog over pijn in zijn been.
Twee mannen zijn de ergste gaten in het pad aan het repareren. In Ponte a Cappriano stap ik een supermarktje binnen om wat broodjes te kopen, en na wat vragen belegt de jongedame ze met liefde met prosciuto, rauwe ham. Bovendien neem ik een flesje Sanpellegrino, een heel bijzondere en lekkere smaak. Op het terras bij de bar is de rest inmiddels neergestreken. Ennio heeft de Seminary in San Miniato nog steeds niet kunnen bereiken om ons bij te boeken.
Het Seminary bereiken Arnout, Maximilian en ik als eerste na een laatste warme klim van honderd meter. We proberen de situatie eerst aan de man en na wat wachten aan de dame uit te leggen. Ennio heeft voor vier gereserveerd en er komen er twee bij, niet zo moeilijk, maar dat kun je het wel maken. Ik reserveer voor Claude en mij een kamer, zo gemakkelijk is dat. En het is een mooie kamer in een mooi oud klooster van San Francesco. Claude komt een half uur later binnen.
Na de siësta wil ik wel wat drinken bij mijn droge broodje. De man die ons ontving zit op een muurtje, ik ga naast hem zitten en begin een babbel, en als hij uitgerookt is maakt hij een heerlijke bak thee voor mij.
Ik stap de kerk van San Francesco in, mooie schilderijen en wat beeldhouwwerk, maar wat me trekt is het beeld van de San zelf, hier wil een kaarsje branden. Als ik mijn kaarsje aan een andere wil aansteken valt de mijne bovenop de andere, waardoor deze dooft. Weg illusie, want dat was het enige vlammetje. Ik ga naar buiten en toevallig of niet stapt er een monnik naar buiten en ik vraag hem om vuur. Wij weer naar binnen en even later brandt mijn kaarsje en in gedachte ben ik bij de mij bekende mensen die ziek zijn of een aandoening hebben, in de hoop dat ze beter worden of minder erg hoeven te lijden.
Ik zwerf wat door het dorpje, een langgerekt geheel, en kom geheel onverwachts in een bar terecht. Het terras biedt uitzicht op Toscane en ik schrijf en nip. Als ik terugloop zit daar de monnik op een bank, hij is rond en draagt een bruine pij met een grote kraag en een wit koord, ik ga bij hem zitten. Tedesko, gokt hij, Olandese, zeg ik. Hij kent Rotterdam, Amsterdam en nog een paar steden van horen zeggen van een Franciscaner conventie in Assisi. Nog vier monniken wonen in het klooster, roken mag je niet, maar wijn is het bloed van Christus, dus dat mag je wel drinken, en hij zegt het met een lach. Hij vertelt over een Schotse vrouw die vanochtend vertrokken is naar Gambassi, Alice, zeg ik en dat blijkt juist, hij vond haar dapper.
We eten met z'n vijven, Ennio kon door een misverstand wel in het klooster eten, wij niet. De restaurantbaas ruikt winst en biedt ons amicaal een menu pellegrine aan, linzensoep, vleesafval met bot, erwten en aardappelen, en drank, en telkens als hij wat brengt dan zit hij wel aan een van ons. De Afrikaanse kokkin komt zelf vragen of het goed was. Voor 18 Euro hebben we van dit maal mogen genieten, en dat is niet echt een pelgrimsprijs voor het gebodene.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten