OYMa 25 april Baena - Castro del Rio 20 km 08:15-12:30 zon
Ben en Anna persen nog de restjes slaap uit de nacht. Als ontbijt nemen Ben vier en Kees zes pillen. Allemaal pillen tegen problemen met hartritme, bloeddruk en cholesterol. Deze bruine is tegen het snurken, grapt Ben. Neem dan voortaan maar het hele buisje voor je naar bed gaat, pingpong ik.
De wereld om me heen bestaat weer uit olijfbomen. Mensen zijn net als gisteren en de dag ervoor bezig met onkruid mechanisch verwijderen of doodspuiten, bomen snoeien, bewateren, bespuiten, noem maar op, altijd wat te doen.
Ik stop over de brug, even bijtanken. Aan weerszijden is een bar, maar beide zijn te koop. De anderen arriveren ook. Hier had een albergue moeten zijn.
Ik ga weer na een rustpauze van een half uur. Na verloop van tijd haal ik Thea in, een Duitse die een paar dagen op stap is en last heeft van haar rechterknie.
De vaart zit er lekker in, het gaat over de vlakke weg. Net voor Castro del Rio wil een kat naar de overkant en wordt voor mijn ogen gepakt door een auto. Hoe het beest er levend onder vandaan komt is mij een raadsel, maar het heeft nu hoogstens nog zes levens.
Er komen steeds meer auto's mijn kant op en ze gaan naar een grote open plaats bij de rivier.
In het dorp komt een man uit zijn huis. Hij is ook pelgrim en heeft de Camino del Norte gelopen. Je komt voor de albergue, vraagt hij. Loop maar mee, voor de sleutel moet je bij het politiebureau zijn. Hij heet Feliz en is zo vriendelijk om de politie te bellen. Die zijn bij het feest bij de rivier. Over een half uur komen ze, zegt Feliz. Dan kan ik nog wel even boodschappen doen. Feliz brengt me naar een winkel. Alles is of gaat dicht vanwege het feest van San Marcos. Gelukkig blijft een winkel nog even voor me open. Ik koop voor mijn metgezellen bananen en fruitdrank, en sjouw me een bult.
Terug bij het politiebureau probeer ik Ben te bellen. Vrouwenstem die van alles zegt wat ik niet wil. Ben belt me na een kwartier terug en ik leg hem de situatie uit. De politie komt na Spaanse tijd. Aan de wand hangt een verzameling emblemen van politiecorpsen uit de gehele wereld. Ik loop naar de albergue, waar Ben op zijn rug ligt te wachten. Een pover geheel met een douche en wc voor twaalf mensen.
Via een uitspanning met veel te luidsprekende mensen, die daarna beschonken in of op hun voertuig stappen, lopen we naar het busstation om de vertrektijden te bekijken en vervolgens weer naar boven. Alle straten gaan hier naar boven, tenzij je de andere kant op loopt.
We komen langs het kerkplein bij de herberg. Ik zie Fernando, die we eerder in half beschonken toestand - drie stappen vooruit en twee opzij - tegenkwamen en nu bij een tiental vrouwen aan tafel zit. Hij roept me. Ik loop erheen, de anderen lopen door. Voor ik zit, heb ik een glas in mijn hand gekregen van een van de vrouwen. Ze zijn vanaf veertig tot negentig jaar, getrouwd, weduwe of gescheiden en hebben grote lol. Op de tafel staan schalen met eten en ik moet mee-eten. Na verloop van tijd komt Kees voor de sleutel. Ik zeg, ga de anderen ook maar halen. Even later schuiven ze aan. Er komt een grote pan rijstgerecht op tafel. De alcohol vloeit rijkelijk. De stemming stijgt met de inname. Er hangt een sfeer van broeierige wellust. Juanita valt op Ben. Er komt een grote taart op tafel. Ieder krijgt een stevig stuk. Steeds meer dorpelingen komen er bij. Een man smeert wat citroenroom van de taart bij Juanita in het gezicht. Zelf wordt hij direct door verschillende vrouwen onder vuur genomen. Er wordt gedanst op de muziek van een toevallig passerende gitarist. En het gaat steeds verder. Juanita krijgt een plons water over haar T-shirt, waardoor haar DD-cup nog beter uitkomt. Ben tekent met zijn handen de contouren. De muziek wordt steeds wilder. Ineens veegt Juanita de tafel schoon op de taart na. Ze ontbloot haar volle boezem, smeert er room op en kijkt Ben wellustig aan. Die probeert weg te rennen, maar er is geen ontkomen aan. Even later zie ik hem in een kluwen van armen en benen spartelend onder Juanita liggen. Fernando en Feliz hebben zichzelf ook niet meer in de hand en met een zwaai vliegt Anna door de lucht en de tafel kreunt als er ruggelings op neerkomt. Haar wijde bloemetjesjurk zweeft er achteraan. Evita kijkt het met haar negentig jaar in mooie gedachten verzonken aan, ze heeft dit al zo vaak meegemaakt en hoeft niet meer zo nodig. Even verderop zie ik Kees, zijn hoofd onder de citroenroom, ondersteund door twee vrouwen, een had al de hele tijd naar hem gelonkt, waggelend een huis binnen gaan.
Later in albergue weet niemand zich meer iets te herinneren, behalve de vrouwen van Castro del Rio die een serenade brengen onder het openstaande raam. Zo vieren ze hier Fiesta de San Marcos.
maandag 25 april 2016
Fiesta de San Marcos
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Gelukkig is dit. Fictie, maar in literaire fictie is alles geoorloofd. Zelfs als het in waarheid reuze gezellig was.
BeantwoordenVerwijderen