Ma 9 mei San Pedro - Merida 16 km 08:45-12:35 bewolkt
Wat een vreselijk ongezellige omgeving. Het zijn twee hostals, wat eettentjes en een parkeerterrein voor auto's en vrachtwagens aan de weg. Gelukkig lag mijn kamer aan de andere kant en had ik geen last van geluid.
Net als ik buiten sta, begint het te spetteren. De route loopt weer over de landweg langs de A5 en begint met de laatste klim. In de verte zie ik al de buitenwijk Merida, nog 14 km.
Normaal gaat een pelgrim bij het opstaan als een reiger, nu dus niet, en ik ben blij als ik de eerste bar in Trujillaros in kan duiken. Zo, dat lucht op. De 16e eeuwse kerk van La Santisima Trinidad is bedekt met ooievaarsnesten. Regelmatig word ik aangesproken door bewoners.
Nog een kilometer of tien. De route gaat nu over een doorweekt zandpad, waarin mijn schoenen wegzakken. Na regen komt zon, hoewel de pessimist het omgekeerde zal beweren.
In Merida vraagt een oudere man, of ik pelgrim ben en wijst me de weg naar de albergue waar zijn dochter de pelgrims toegang verleend. De albergue ken ik echter van vorig jaar, het is een vreselijk ding. Een lange ruimte met tien stapelbedden en indien nodig matrassen op de vloer, en twee douches met wc's. De gehele nacht hoor je mensen gebruik maken van de wc, snurken, snuiven en piepen, en het is er met zoveel lichamen bloedverziekend heet. Je snapt, dat ik een hostal heb geboekt.
Vandaag was de laatste etappe van de looptocht. Het is snel gegaan, de afstand was ook niet zo lang, rond 600 km. Voor Luciano kwamen daar vorig jaar nog 1.000 km bij toen hij Jorge en mij hier ontmoette. Petje af. Mijn filosofisch ingestelde metgezellen zeiden steeds, dat de zin van iets niet bestaat. Ja, je kan je inderdaad afvragen waarom iemand zo'n stuk gaat lopen. Als je het doet om endorfine stoffen in je hersenen vrij te maken, dan zijn er wel minder vermoeiende en leukere manieren om een gelukzalig gevoel op te wekken.
Het is rond vijf uur, ik loop op de Puente Romano, heb honger en kan nergens eten, en moet de was binnen halen want er komt een massieve wolkenpartij aan waar in de verte al behoorlijk wat regen uitvalt. Eerst mijn was binnenhalen, het begint al te regenen. Ik ben net op tijd binnen, een heftige onweersbui barst los. De straten worden letterlijk schoongespoeld, wat een water. Na de bui op zoek naar iets te eten. Ik kom uiteindelijk in een bar/restaurant terecht, die ze maar per direct moeten sluiten. Als ik dit eten thuis zou opdienen, werd ik ook ontslagen. Mijn ensalada-mixta drijft in de olie, en als ik ergens een hekel aan heb is eten in een soort van soep, olie of saus. Dan heb je als kok wat te verbergen. Bovendien is de schep met grof zout zodanig uitgeschoten, dat je vanzelf om extra drank vraagt. Het brood is oud en wordt ook nog eens in rekening gebracht. Ik heb tot nu nog niet zo slecht en duur gegeten.
Om mijn maaltijd te laten zakken ga ik op zoek naar het busstation op de andere oever. Dan weet ik waar ik woensdag moet zijn. Op de terugweg loop ik de bibliotheek binnen, waar je meestal een computer kan gebruiken. Mijn ID wordt ingeklopt door de baliemedewerker. Ordinador 2 mag ik gebruiken. Ik kijk of er voor de laatste twee dagen van de komende rondreis een goedkoper hostal is. De luxe posada die ik heb geboekt, blijkt nog een van de goedkopere mogelijkheden te zijn.
Daarna loop ik nog even langs de albergue, de helft van de bedden is bedekt met kleding, maar er zijn geen pelgrims. In de Taperia del Guardiana iets terug waar Ben, Kees en ik vorig jaar ook hebben gezeten, neem ik een koffie en schrijf ik deze blog af. Het paswoord van de wifi is leuk gekozen: tomatealgo (neem je wat?).
De wifi-verbinding op mijn kamer werkt niet. Na mijn beklag en een reset van de repeater kan ik tenminste een bericht aan de buitenwereld verzenden, de snelheid blijft met 300 kbps bedroevend.
maandag 9 mei 2016
Het is volbracht
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten