Zo 28-04-2024 Pamplona - Puente la Reina 23 km 08:00-14:00 zon
Om acht uur trek ik de deur achter me dicht. Van Miguel heb ik gisteravond al afscheid genomen, er vanuit gaande dat hij wel zou willen uitslapen. Het is droog en de zon schijnt. Rustig loop ik naar de aansluiting op de Camino Francés langs de universiteit. Om nu eerst naar het centrum te lopen, vond ik wat overdreven.
Daar zie ik al een paar pelgrims die naar Santiago gaan lopen. De Camino de la Vera Cruz is de meesten onbekend. Het is voor mij wel weer wennen aan die hordes mensen.
Ik geniet van de vergezichten en de vele kleuren van de voorjaarsnatuur. Mijn favoriet, de klaproos, staat ook her en der langs het pad.
Na een tijdje gaat het pad omhoog naar de Alto del Perdón. Ik kan het niet helemaal goed bepalen op mijn mobiel, maar ik schat dat we zo'n 300 meter klimmen en na de klim dezelfde hoogte naar beneden gaan. We worden ingehaald door twee mountainbikers met trapondersteuning. Een ervan moet vanwege de steilte afstappen. Op een vlak stuk staat z'n maatje hem op te wachten. Ik raak met hun aan de praat. Ze komen uit Zuid-Afrika. Oh, dan kan ik Nederlands praten, zeg ik, en schakel tegelijk over. Moeten ze om lachen. Zelfs voor hun fietsen is deze helling met de glibberige klei en losliggende stenen lastig. Her en der staan er grote plassen op de paden. Daar heeft Donar gisteren voor gezorgd.
Op de Alto del Perdón staat een beeldengroep van geroest staal, dat pelgrims uitbeeldt. Natuurlijk wil iedereen ermee op de foto. Ik was hier ook in 2009 en herken de beeldengroep maar al te goed. Er staat ook, minder opvallend, een herdenkingsplaquette voor 99 omgebracht mensen tijdens de Burgeroorlog.
Op alle bergkammen staan windmolens. Er staat weinig tot geen wind, dus echt veel opleveren zullen ze nu niet doen.
In Uterga neem ik mijn tweede pauze. Zal ik doorlopen of hier stoppen? Het is nog zeven km naar Puente en het gaat eigenlijk wel lekker. Ik voel mijn rechterknie en -heup wat, maar niet zo ernstig om te stoppen. Bovendien heb ik vanuit Puente wat meer speelruimte voor de komende dagen. Ik besluit door te lopen.
In Obanos loop ik langs een overdekte muur met lijnen en cijfers erop en raak aan de praat met een jonge vrouw. Ze vertelt dat het spel fronton heet. Het wordt met 1 tegen 1 of 2 tegen 2 spelers gespeeld. Met een soort tennisracket moet een bal tegen de muur worden geslagen en ... (verzin de rest zelf maar). In elk dorp staat zo'n muur en er worden competities tussen de dorpen gehouden. Uiteraard met toeschouwers, eten en drank. In Baskenland is er ook iets dergelijks. Daar heet het pelota.
In Puente blijken verschillende herbergen al volgeboekt. Ik kan uiteindelijk in Albergue Padres Reparadores een bed krijgen. Dat krijg je als reisorganisaties zich met pelgrimswegen gaan bemoeien. Die boeken heel veel plaatsen vooruit en de echte pegrim heeft het nakijken. Het is veel te druk geworden op deze camino.
Bij een restaurant kan ik al ver voor de Spaanse tijd eten. Wat een meevaller.
Op het grasveld bij de albergue raak ik in gesprek met een Nederlandse en een Nieuw-Zeelandse vrouw. Zij lopen de Camino Francés en hebben steeds moeite om een slaapplaats te vinden. Dat geeft ze veel stress.

Nu je toch in alberque Reparadores zit kun je misschien gelijk je knie en heup laten repareren. Broer Henk
BeantwoordenVerwijderenWat maak je weer veel mee,gelukkig dat je toch in een lekker bedje kan liggen .ook dat het lopen wat beter gaat ,succes verder ..je schoonzus
BeantwoordenVerwijderen