Zundert - Westmalle 25 km 8:40-17:00 regen
Jassis, het regent. Vannacht ook al en het ziet er niet naar uit, dat het snel ophoudt. Eerst maar een stuk door het bos, dat vangt de meeste nattigheid op en het beter dan de oersaaie Rucphenseweg nogmaals maar nu in tegengestelde richting te lopen. Ik ben zo vroeg in Zundert dat er nog geen café open is voor een kop koffie en een beetje warmte. Op weg naar Westmalle regent het vaker. Dat ondervond ook collega Geo, die met zijn fietsmaatjes naar Santiago wilde fietsen. Vanuit Leidschendam naar Westmalle: ruim 110 km in de regen tegen de wind in. Kapot waren ze en verzopen, en het ergste te laat voor het glas Trappistenbier. Een grotere kater kun je niet hebben. Ik denk nog regelmatig aan Geo. Behoorlijk aan de maat wilde hij altijd afvallen, maar eigenlijk was alles heel lekker. We hadden op ons werk zelfs een meetlint gemaakt om zijn omvang te meten en hij zou zelf thuis op de weegschaal gaan staan. Dit alles werd in een grafiek op onze werkkamer getoond. En inderdaad, er zat wel eens een dalende lijn in, maar die decembermaand hè? Een rondje fietsen en bij ons thuis even aanleggen eindigde steevast in een of twee flesjes bier en natuurlijk pinda´s. De zojuist opgesoupeerde calorieën moesten er wel direct weer worden aangegeten, want anders heb je dadelijk weer honger ...
Met hem zou ik de route naar Santiago gaan fietsen, als we beiden in de VUT zouden zitten. Het heeft niet zo mogen zijn: veel te jong is hij overleden. Aardige vent. God hebbe zijn ziel.
´Koekkoek´, roept een vogel die weet hoe wij hem noemen. Slim beest. Dat moet je eens aan een leeuw vragen.
Af en toe houdt het op met regenen en wordt de kraan wat harder opengezet. Gadver, geen aardigheid aan. Marjolein stuurt me nog een bemoedigend SMS-je: Wat een vies weer, hè? En nu?
Gewoon doorlopen natuurlijk. Ik ben niet van fondant! Dat zei ik vroeger ook altijd tegen mijn collega´s als ik na een fietstochtje verzopen in Den Haag aankwam.
In Westmalle vraag ik aan een vrouw, waar de abdij is. ´Dat is nog wel een heel eind van hier. Zal ik u even brengen?´ Nou, dat laat ik me geen twee keer zeggen. En inderdaad, het is een eind. Ik bedank haar en beloof een kaarsje te branden. Ze lacht en vindt het goed.
Gastenbroeder Benedict is er niet. De portiermonnik nodigt me uit voor de vesper en zo zit ik wederom om vijf uur in de kerk. Zelfde opstelling, zelfde pijen, zelfde gezang, mooi orgel. Ook de rollator en de rolstoel hebben hun intrede gedaan bij de monniken. Steeds wordt een artofoon gezongen, een inleidend en afsluitend vers, met daartussen een psalm en de tekst:
Eer zij de Heerlijkheid Gods
Vader, Zoon en Heilige Geest
Zo was het in den beginne
Zo zij het thans en voor immer
Tot in de eeuwen der eeuwen
Amen
De maaltijd is alleen met de gasten. Er zijn nog een ouder echtpaar en vier knapen van een jaar of 18. We eten brood, pastei en yoghurt. Wederom stilte, maar Bach is duidelijk aanwezig. Prima muziek, die barok met al zijn versieringen. De eetzaal doet een beetje denken aan een ridderzaal met al die oude schilderijen van abten die in gelid tegenover elkaar hangen.
Dat heerlijke bad kan ik goed gebruiken. Half tien lig ik op bed te luisteren naar muziek en tegen tienen sluit ik de luiken voor deze nacht.
D3j!
BeantwoordenVerwijderenKlinkt allemaal prima. Jammer van het weer alleen. Ik hoop dat je het wat beter volhoudt nu.
X Char
mooi verhaal jan
BeantwoordenVerwijderenpeter
Hoi Jan zo te lezen heb je er al wat aardig opzitten....
BeantwoordenVerwijderenMaar goed dat je even bij kon komen bij Charlotte, en ja die regen heel vervelend, maar je wordt er een bikkel van zeggen ze......
Je kan nog steeds trots op jezelf zijn en blijf erin geloven het eind komt eraan!!!!! echt waar.
Pia