Givet - Treignes 16 km 9:10-14:50 buien en zon
Vandaag komen ze, mijn loopmaatjes Koos en Hans. Al jarenlang vormen wij de harde kern van een groepje mannen die al menige voetstap met elkaar heeft gedeeld. In Zuid-Limburg, Hoge Venen, 2e zondag in de maand vrijhouden - daar is de regelmaat een beetje uit, The West Highlandway in Schotland - balen dat ik de beklimming van de Ben Nevis heb moeten missen door ontstoken knieën. Maar de mooiste tocht was misschien wel de Pennine Way in Midden-Engeland. Na een dag ploeteren door de porridge and oxtail soup in de Tan Hill Inn in the middle of nowhere een extra blok op het houtvuur, terwijl een tweede X-bitter ons rozig maakte. Fantastische mannen! Ze komen me een paar dagen vergezellen, als vanouds. IK zie er naar uit.
Vandaag, vaderdag. Ik ben niet thuis, dus geen dochters op visite. Dat is jammer.
Vandaag, de langste dag. De zon komt op z´n hoogste punt de Kreeftskeerkring. We gaan de winter weer tegemoet.
Vandaag is er een Fête de la musique in Givet. Dat zal ik missen. Ook jammer.
De weg snijdt een enorme meander van de Maas af. Twee koeltorens spuwen grote stoomwolken uit en zetten het dal in de nevel. Charleville-Mézières, daar lagen we jaren geleden met de boot. Een smoezelig jongetje van acht, hooguit tien jaar bood me van alles aan, ook combahdecoh. Ik begreep er niets van. Pas op de boot teruggekeerd wist ik, combat de coq, hanengevechten. Nou nee, niet voor mij. Hanen die elkaar met mesjes tussen hun tenen moeten bevechten, het liefst tot de dood er op volgt. Iets voor Marianne Timmer.
Fumay, ik twijfel. Daarheen of toch maar naar Mazée. De jongens komen voor het bos, dan het laatste maar.
De klaprozen wuiven mee aan de rand van het korenveld. Vroeger als binkies plukten we weleens klaprozen op de Kromme Zandweg bij de molen. Thuisgekomen waren ze al helemaal verlept, maar moeke, zo noemden we onze moeder, was er blij mee en zette ze in een vaasje.
Aan een jongeman vraag ik om te mogen schuilen in zijn garage voor een forse bui. Hij is bezig met het aanmaken van geelbruine smurrie die op een muur moet worden gesmeerd.
De voetbalclub van Mazée is over zijn topjaren heen. Het clubgebouw is vervallen en de grasmat verdient een opknapbeurt. De stoomwolken uit de koeltorens zijn nu donkergrijs en gaan naadloos over in de wolken die regenslierten loslaten. Als ik bij een huis de weg vraag, vliegt een rotweiler bijna door het hekwerk heen om mij te vermoorden. Klere hond.
Een man met één tand onder in zijn gebit babbelt wat met me. Zijn benen doen het niet meer, hij had het over de oorlog. Mazée heeft haar beste tijd gehad, ik ga naar Treignes. Daar vind ik P'tit Toine, een gîte waar we kunnen overnachten. De vrouw des huizes wil wel met me meelopen. Ik zeg geen nee.
Trrrringgg. Koos, waar ik ben. Ze staan in een straatje achter me en al bellend loopt Koos naar me toe en steekt zijn hand op. Ze voelden dat ik wel in Treignes moest zijn. Dat heb je na zoveel jaar. Het weerzien wordt in het café beklonken met een paar glazen Belgisch bier, straf spul. Na ons geïnstalleerd te hebben, gaan we eten. Op mijn bord ligt een forel, erg lux voor een pelgrim. We praten honderduit. 's Avonds ligt Hans als eerste.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten