Treignes - Oignies-en-Thiérache 16 km 9:10-14:00 bewolkt met zon
Als eerste sta ik te badderen. Koos en Hans slapen boven. Zij hebben krentenbollen en broodjes meegebracht. Ik ga even een brood halen bij de boulangerie. Hans heeft voor de broodnodige vitamientjes gezorgd, een sinaasappel voor elk. Hij denkt altijd aan dat soort dingen.
De tocht is niet zo lang vandaag en gaat dwars door het bos. De bekende grappen worden weer uitgewisseld. Nee, niets voor deze weblog. De ontmoeting met een hazelworm onderbreekt ze. Bij de middagbreek wordt Hans helemaal lyrisch van een pissebed die aan zijn schoenzool knabbelt. 'Dit is een dier dat al honderden miljoenen jaren leeft', mijmert hij. 'Maar zich nauwelijks heeft ontwikkeld', schamper ik. Koos zich bijna niet inhouden om hem onder zijn schoenzolen te pletten. Hans gaat ongestoord verder: 'Maar zij kunnen tegen de zon.' 'Ja, maar ze worden niet bruin.', zeg ik nog. Het gaat dus eigenlijk nergens over.
In Oignies staan we op het kruispunt voor de kerk te zoeken, als een man ons aanspreekt. Ja, hij heeft een gîte een stukje verderop. Hé, dat is toevallig, het meisje van vanochtend voor de gîte in Treignes. Ze herkent ons. Ik loop op haar toe en vraag of ze naar Treignes gaat en of Hans dan mee mag rijden om zijn auto op te halen. Geen punt en even later zit Hans in de auto naar Treigens en Koos en ik in de auto naar de gîte. Toeval?
De man is dokter, een beetje vreemde situatie, hij ligt in scheiding, soms woont hij hier, we mogen alles gebruiken, ook de wasmachine. Even later liggen mijn kleren erin.
Ik vraag of er ergens een mogelijkheid is om mijn weblog bij te werken. Ja, bij Marijke, loop maar even mee. Het mag, maar de PC staat wel op de slaapkamer. Als ik na een douche weer meld, is het inmiddels zo laat dat ze haar kinderen moet ophalen. En daarna moet ze nog weer weg, maar bij de overburen kan het wel. En zo zit ik op de Rue de Fumay 32 bij volkomen vreemde mensen drie uur achter de PC.
Hans en Koos lopen nog een blokje en ik kom ze tegen als ik bij de curé een stempel ga halen. De curé is gitzwart. Dat verwacht je niet. De heren hebben ook boodschappen gehaald om pasta te kunnen maken. En zo eten we een heerlijk maal. Ze verzorgen me helemaal, koken, doen de afwas en hangen mijn wasgoed af en toe om. Geweldig toch? Daarom heb je vrienden.
Broer Henk belt: 'Hoe gaat het?' Nou na de eerste week een stuk beter. Ik denk, dat ik te snel van start ben gegaan. 'Je kunt beter rustig beginnen en je lichaam niet overbelasten', zegt hij bezorgd. 'Waar zit je nu ... daar, dan heb een andere route genomen.' Ik heb bij Naman en Dinant de officiële route gevolgd, die is anders dan de GR654, vandaar. Ik zit nu in Oignies. 'Waar zit je rond je verjaardag?' Ik moet even in mijn gids kijken, want uit mijn hoofd weet ik het niet. In Vitry ongeveer, denk ik.
We slapen met zijn drieën in twee stapelbedden. Hans probeert in zijn slaap zo lang mogelijk zijn adem in te houden om vervolgens luid hoestend de schade in te halen. Goed voor mijn nachtrust. Ik snap dat nooit, adem gewoon rustig door dan heb je al die heisa niet. Om half drie houd ik het voor gezien, ik ga naar een andere kamer. Dat doe ik wel vaker, thuis ook.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten