dinsdag 23 juni 2009

Albert

Oignies - Rocroi 17 km 9:00-13:45 zonnig

Hans moet om twee uur in Eindhoven zijn, voor zijn werk. De jongens lopen daarom maar een half uurtje mee. De GR naar Oignies is snel gevonden. Het gaat lekker omhoog, goed voor de kuitspieren.
Het afscheid geeft me een weemoedig gevoel, een vreemd gevoel in mijn neus ook. Ik snap wel dat ze weer moeten gaan en een pelgrimstocht moet je alleen lopen, maar het is altijd wel gezellig. De dingen zijn zo herkenbaar, zo vertrouwd. Het ging te snel, eigenlijk maar een goede dag. Misschien zie ik Koos de komende zomer nog in de Lot. We moeten hoe dan ook weer eens een meerdaagse looptocht plannen volgend jaar, tenminste als Koos hier dan nog woont. Nog zeker een kwartier loop ik met een soort kater.
Wat een blubberpad, tractorbanden hebben het compleet omgeploegd. Er staan grote poelen water, waardoor ik probeer in het bos een paadje te vinden.
Bij Brûly zegt een bord, dat het nog maar 2543 km is naar Santiago. Nog even lopen.
De weg is gevaarlijk voor pelgrims door pieges en descente abrupte.
In Rocroi aangekomen zit de fietser die me zojuist klingelend passeerde, op een terrasje. Albert, hij gaat ook naar Santiago en wil daar 18 juli zijn. Albert is laaiend enthousiast over onze ontmoeting en we hebben direct een klik met elkaar. Hij komt uit Eijsden bij Maastricht, waar zijn hoogbejaarde ouders wonen, gefietst. De eerste dag naar Givet: 150 km! Ik ga even bij het Tourisme bureau een slaapplaats regelen, terwijl hij even belt. De gemeente verhuurt speciaal voor pelgrims kleine huisjes: slaapkamer, keuken en badkamer. Vooral erg functioneel en een hoop kapot. Ik zeg Albert, dat hij er wel bij kan, maar hij wil nog 20 km doorfietsen, anders haalt hij zijn dagdoel niet. Ik probeer hem nog over te halen, dat het vooral ook gezellig moet zijn. Hij heeft niet zoveel dagen als ik, pareert hij. We wisselen nog e-mailadressen uit en maken wat foto's van elkaar. Bon voyage!
Het huisje is vochtig, het bed ook. Ik gooi het matras naar buiten in de zon en zet alles op elkaar open, nou ja, nadat bouwvakkers zijn opgehouden met hun sloophamer. Wat een herrie en stofzooi. Een van hen noemt mee steevast chef, als ie wat tegen me zegt. Zijn hele gezicht zit onder het gruis. Stofkapjes? Nooit van gehoord. Nu nog even de bezem erdoor en zo wordt het weer bewoonbaar.
Ik haal wat eten in de plaatselijke super voor de avondmaaltijd. Ik zet de pan met aardappelen op het vuur, gasfles leeg na twee minuten. Terug naar het VVV. 'Het hoort bij de mairie, maar niemand is daar meer.' Ik zeg dat ik vlees heb gekocht en het zal moeten weggooien. Ze begint het te snappen. Een telefoontje later is de gasfles geregeld. Om half zeven wordt hij bezorgd en aangesloten. En zo zit ik aan een lekker maaltje van aardappels, sperziebonen en karbonade met tomaat. Genoeg calorieën voor de dag.
Rocroi is een vestingstadje als Brielle. Het heeft ook een stervormige ommuring en is aangelegd in de 16e eeuw.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten