woensdag 26 augustus 2009

Tien kleine negertjes

Nogaro - Aire sur l'Adour 30 km 7:05-13:10 bewolkt, later zon

Karl heeft vannacht dacht ik in de keuken geslapen en neemt wraak door
z'n matras om even na half zes terug te brengen. Ik was al wakker door de
warmte en een koelmotor die om het kwartier aansloeg. Nee, voor je rust hoef
je niet te pelgrimeren.
Ik was me, eet mijn ontbijt en ga weer terug naar bed. Even bijkomen. Alleen
Yan de Breton ligt nog in de slaapzaal. Gisteren zag ik, dat hij net als
Antoine een chapelet heeft. Hij bidt iedere dag al lopend twee uur lang,
voor zijn familieleden en zichzelf. Hij kwam bij mij altijd al redelijk
serieus over.
Even na zeven sta ik dan toch buiten. Het is rustig bewolkt weer, zelfs wat
mistig. Bij een maïsveld ben ik de weg kwijt. Ik heb een GR-teken over het
hoofd gezien, omdat Green green grass of home door mijn hoofd speelde. Nu
zijn de groene velden iets groter dan in Nederland, dus besluit ik gewoon door te
lopen. Het kost me zeker een halve km extra.
In de loop van de ochtend haal ik iedereen weer in. Bij een bankje kun je
zelfs een stempel. Ultreia! Charles noemt Claude, Karl en mij de Muppets, omdat met z'n drieën op het bankje zitten. Ik vertel dat buurman Peter en ik thuis ook de Muppets worden genoemd, omdat we de theatervoorstellingen altijd bekritiseren.
Even na enen ben ik in Aire sur l'Adour. De gïte lijkt wel op een hippiehuis qua inrichting. Er hangt een gitaar aan de muur, moet gestemd worden, en er staat een piano, mag ik even? Nou ernaast is een centrum voor gehoortoestellen en die hebben liever niet dat je lawaai maakt, na half zeven is het goed.
In de kerk is de accueil voor pelgrims. Ik doe een rondje, een mooie kerk met al die beschilderde muren. Hij wordt gerestaureerd en is daarna waarschijnlijk een juweeltje. De pater is binnengekomen en heet de pelgrims welkom. Hij vertelt over de apostelen en wij zingen Ultreia.
Charles gaat als tolk met mij naar de apotheek. Ik wil eindelijk weleens van die ellende met mijn grote teen af. De apotheker kijkt eens goed. Ja, rust, dat kon ik hem ook wel zeggen. Bij Jos en Veronica knapte die aardig op. Maar pelgrims lopen en dan worden de voeten vochtig. Ik ga weg met een pretpakket aan schoonmaak- en verbandmiddelen. Charles en ik hebben nog een goed gesprek over pelgrimeren, het tot jezelf komen. Ik zeg hem dat ik tot le Puy meer tot mezelf doordrong dan erna, en dat het komt door de veelheid aan mensen. Ik voel me meer opgejaagd, al is dat niet het juiste woord.
Op een terras nemen we afscheid van Miriam en haar vriendin. Er zitten ook een stel mensen, wij zouden het junks noemen, volgens de Fransen zijn het alcoholisten. Wij blijven er zitten om te eten. De kok kan beter ook een ander beroep nemen, want dit lijkt nergens op. Dit is het galgemaal voor Charles en Denise. Zij vertrekken morgen. Het lijkt de 'Tien kleine negertjes' van Agatha Christie wel. Nog even en ik ben weer alleen.
Als ik terugkom in de gîte speel ik wat op de piano. 'Meer', wordt er geroepen, maar ik kan geen piano spelen en ik ga naar de slaapzaal om wat spulletjes weg te brengen. Als ik later piano hoor spelen ga ik weer naar beneden. Een vrouw speelt erop, ik pak de gitaar en het begint nog gezellig te worden. Eén probleempje, ze zingt, hoog en vals. Als ik ook alleen wat op gitaar probeer te spelen en te zingen, gilt zij er weer bovenuit. Het is gewoon lachwekkend. Ze weet ook van geen ophouden. Later speel ik nog wat jazzy piano, goed voor de late avond. Dat applaus is toch leuk.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten