Puenta la Reina - Villamayor de Monjardín 29 km 7:15-15:30 zon
Het dorp uitlopend kom ik de Quebecsen weer tegen. Ze vragen de Duitse meid met de neusring die toevallig voorbijloopt of zij een foto van hun wil maken met de brug op de achtergrond. Dat wordt uiteindelijk ook een foto met mij erbij. Drie mooie vrouwen op je nuchtere maag, het kan slechter. De Duitse heeft overigens geen last meer van haar blaar.
In de loop van de ochtend haal ik Claude weer in en Georges en Anny, het Franse echtpaar dat ook al een paar weken rond ons zwerft. Ze stoppen bij Logrono, de plicht roept. In een café zit het span weer aan de koffie; Denis, Daniel en Frederic. We schuiven aan. Zij stoppen vandaag in Estella en daarom schudden we elkaar wederom de hand, want wij lopen verder door en zullen hun waarschijnlijk niet meer zien. Bon Camino! Dat hebben we al eens eerder tegen elkaar gezegd.
Rode aarde, steenslag, eindeloze paden, tot poeder getrapte leisteen, olijfbomen, wijnranken, unieke vergezichten, loodrecht afgebrokkelde rotsen, en geelbleke graanstoppels. Wat een schakering van indrukken.
Estalla is een wat grotere plaats met typisch Spaanse gebouwen. Af en toe kan ik mijn Spaans weer eens praktiseren, het komt echt uit mijn tenen, maar ik pers er af een toe een volzin uit.
Even na Ayegui lopen we voorbij wijnhuis Irache, waar de pelgrim zich behalve aan water ook aan wijn te goed kan doen. Claude tapt een Colafles wijn vol, vind je dat niet Nederlands? Een bus Duitsers zit bij het klooster, een stukje verder, buiten te eten.
De toren van Villamayor is in de verte al zichtbaar, maar het is nog ruim 2 km. De afstand is het niet, dat is van huis heen en weer naar Berkel-Centrum. Ik heb echter wel twee weken oude kranten en de lege flessen op mijn rug en dat al 27 km lang. Bovendien mag ik er ook nog even de Domtoren mee op en het is heet.
Daar zitten de Japanners van gisteren weer. Hello, how are you? We praten even en ik loop daarna door naar de Nederlandse herberg. Alle bedden zijn bezet, hoor ik, maar er zijn nog een paar kamers afgesloten. Toevallig zie ik Claude langs lopen en roep hem. Hij was al bij de eerste herberg geweest, maar daar stond ik niet op de lijst. We douchen en wassen onze kleren. Handig weer die centrifuge.
Om vier uur gaat de receptie open. Een Canadese meid, die Nederlands spreekt door haar ouders, schrijft ons in. We krijgen een kamer met vier bedden toegewezen. Wat een rust. In een speciale emmer kan ik mijn schoenen schoonboenen en opnieuw impregneren. Broer Henk belt uit Kroatië, dat doet maar, als ie daar nu naar toegelopen was, maar hij houdt echt vakantie. Ze gaan naar Zadar en Serajevo. Ik raad hem aan ook langs Mostar, met die beroemde brug over de Neretva, te gaan. Ik heb nog koffie gedronken bij een café onder de brug, toen deze nog niet kapot geschoten was.
Het avondeten is gemeenschappelijk en begint met een gebed uitgesproken door onze gastheer Henk en bevestigd door de meesten met ´Amen´. Mooi is dat. In de andere Nederlands hut was dat ook al zo. Het gezelschap is internationaal. Ik ben behoorlijk bruin, maar steek bleek af tegen de gitzwarte meid uit New York. Met Belg is het lachen, zijn kunstgebit is in tweeën gebroken en hij kan nu wat lastig eten. Af en toe spreek ik Nederlands tegen Duitsers, die dat verstaan, vertaal ik in het Frans voor Claude, en dan is het weer Engels of Duits. Mijn hersens flippen af en toe, welke taal nu weer? Na het hoofdgerecht heb ik nog honger en ik vraag of er nog wat over is. Ja, misschien. Voordat het dessert buiten wordt geserveerd, wordt een boekje met het Evangelie van Johannes uitgedeeld. Custard pudding met cake en bramen, voor mij een heerlijk toetje. Ik krijg er een extra omdat ik al zo lang aan het lopen ben. En dan zijn er nog over, niemand wil, en zo gaat de derde naar binnen. Mijn buikje is nu wel vol.
Na het eten komt een van de vrijwilligsters bij me zitten voor een praatje. Gera, de vrouw van Henk, is hier een aantal weken om de auberge te runnen. We krijgen het over het geloof. Zij is van huis uit Hervormd, Henk Gerefomeerd, bij hun huwelijk is zij overgestapt, maar ze ervaarde een leemte. Ze hingen wel een geloof aan, maar het hield zo weinig in. Ze ging zich in de bijbel verdiepen, kwam met mensen in contact, en vond de ware betekenis van het geloof. Ze spreekt er geestdriftig en vol overtuiging over. Later zijn ook Henk en haar kinderen de betekenis gaan zien. Het boekje dat is uitgedeeld vat volgens haar de boodschap samen: Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder, die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Gera straalt als ze dit vertelt. Dat is toch mooi, dat je eeuwig leven krijgt als je de boodschap gelooft, ons leven op aarde valt daarbij toch in het niet? Kijk naar alles om je heen, wij, de dieren, Venus die daar staat, dat kan toch zomaar zijn onstaan?
Later op de avond pak ik de gitaar nog even ter hand en speel wat liedjes. Heerlijk is de avond. Noch eine, roepen de Duitsers, maar ik berg de gitaar op en zing ´Gute Nacht, Freunde´.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten