zaterdag 5 september 2009

Schuld en onschuld

Cizur Menor - Puente de la Reina 19 km 7:10-11:45 zon

Het is een heldere nacht geweest en momenteel nog koud. De maan schijnt nog, vol. Toevallig gaat de kruidenier net open en ik koop er een brood, pinda´s en een banaan. De sliert heeft zich weer in beweging gezet en tekent zich af op het witte pad. De opkomende zon heeft het landschap een gouden gloed, werkelijk fantastisch mooi. Mocht je hier nog nooit geweest zijn, boek dan je volgende vakantie al vast in deze regio. Die hoogvlaktes, de dorpjes, je zult genieten.
De windmolens in de verte wuiven met hun wieken, kom hierheen. Ja, dat doe ik al, maar het is nog een eind. Er staat een gure wind uit het noorden en naar mate ik bij de top kom, wordt die steeds krachtiger en ik steeds kouder. Er staat een kruis ter nagedachtenis aan Frans Koks een Belg. Regelmatig komen pelgrims om, dat kan een natuurlijke reden hebben, maar ook aanrijdingen komen voor. Wat een pad, die steenslag. Daar staan weer crocussen. Bij Roncesvalles stonden ze ook in het bos en toen vertelde Claude, dat ze van die soort saffraan maken. Het zijn niet de bolvormige bloemetjes die wij van het voorjaar kennen. Deze hebben langwerpige bloemblaadjes, zijn violet met een oranjegele kern.
Op de top van de heuvel staat een sculptuur van metaal, die voorttrekkende pelgrims voorstelt. De windmolens gonzen. Ik haal Claude en Denis bij. De klok in de toren klinkt alsof er een barst in zit. Ik leg hun uit waarom een klok altijd zo´n weemoedige klank heeft, mineur heet dat. Zij vinden dat wel meevallen. Tegenwoordig hebben ze klokken die een grote terts als harmonische heeft, dat geeft een carillion een vrolijker klank. Dan volgt natuurlijk weer een afdaling. In Urtega wacht ik bij een restaurant op Claude om er een bak koffie te drinken. Ik raak aan de praat met een paar Japanners en vraag naar hun doel. Ze schrijven een boek over de camino, de een is schrijver en de ander fotograaf. Ze interviewen ons terwijl we thee, Claude kon het wordt koffie kennelijk niet goed uitspreken, drinken.

Ik heb net het vonnis uitgesproken. Dat zal direct worden uitgevoerd. Het was geen gemakkelijke beslissing, want ik kon niet om die sluwe raadsman van de schuldige heen, en daarom moest ik wel de onschuldige veroordelen. Maar ik heb hem een milde straf opgelegd, 15 zweepslagen slechts. Het recht moet tenslotte zijn loop hebben en moet je dat schreeuwende gepeupel buiten eens horen. Ik wil geen oproer in deze stad.
Met een luide knal komt de zweep op de rug van de vastgebonden man en laat verwoestende sporen achter. Uit de wondjes lekt bloed. De zweep trekt het slachtoffer uit balans, waardoor hij aan zijn plosen komt te hangen. Aaaah, gilt hij het uit. De beulsknecht zet hem met een ruk weer overeind.
Uit de joelende menigte toeschouwers kijkt een aantal rijkhalzend toe, net goed, had hij maar niet, anderen draaien het gezicht vol afgrijzen weg.
Met iemand-moet-het-doen sust de beul zijn geweten en legt aan voor de volgende slag.
Zijn we soms zelf ook niet degene die een ander schade berokkenen? Het hoeft niet groot, het kan ook klein of geniepig zijn. Dat kleine woordje, het optrekken van je wenkbrauw op het juiste moment, het wegdraaien van je hoofd. Als het maar vaak genoeg gebeurt, veroorzaakt het de ander, het slachtoffer, even grote schade als de afranseling met een zweep.
En alle partijen kunnen zich vrijpleiten van schuld, de rechter, de raadsman, de beul, de toeschouwer, en de schuldige, ieder heeft zo zijn eigen rol. En misschien gaat de onschuldige ook niet helemaal vrijuit, hij had zich mogelijk beter kunnen verdedigen.


Tegen 12 uur zijn we Puenta la Reina. We slapen niet de gemeenteherberg, maar veel rustiger in een andere. De dame achter de receptie mag van mij wel wat vriendelijker zijn, zo wordt het werk er in ieder geval niet leuker op. Het plaatsje is de moeite waard met zijn oude kerken en brug, de vele bars en winkels. Als we langs de Auberge Municipal lopen, wil Claude even een kijkje nemen. Ik maak een praatje met een Duitse meid, een fraai exemplaar van Moeder Natuur, jammer van die neusring. Ze heeft een blaar na een dag lopen.
Even verder is een tapasbar om onze maag te vullen. Een motorclub heeft de plaza ingenomen voor een bijeenkomst. Er staan mooie machines, meer iets voor mijn zwager, en er zijn veel lederen mannen en vrouwen. De kerk van Santiago el Major kent andere schoonheden, allemaal goud en glitter. Een gigantisch tafereel van een met goud bekleed beeldhouwwerk siert de achtergrond van het altaar.
We eten een menu peregrino voor 8,90 Euro compleet met een fles wijn. Toevallig zitten daar ook de twee dames uit Quebec aan een grote tafel met andere Canadezen. We maken even een praatje. De Gaulle heeft in 1967 in Montreal met de zin ´Vive le Quebec libre!´ nog eens opgeroepen tot een vrij Quebec. De Indiaanse uit Quebec was daar als klein meisje met haar moeder bij. Claude legt uit, dat de Fransen altijd de mindere baantjes bezetten en nooit in de regering zaten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten