woensdag 2 september 2009

Hoog(s)tepunt en ver kijken

Honto - Roncesvalles 21 km 8:05-12:15 mist en bewolkt

Tot na zeven uitgeslapen. Dat kan nu zonder Karl. Hij zal de wagon wel wakker hebben gehouden.
Het is goed mistig met een zicht van minder dan 50 meter als ik naar buiten stap. Het pad gaat weer fors omhoog. Regelmatig haal ik mensen in, zo ook een veel te dikke Spanjaard die zit uit te puffen. Een uur later breken de wolken iets en komt er een zonnetje kijken. Dat geeft tegelijk een heel ander beeld met mooie vergezichten. De adelaars drijvend op de thermiek zijn heer en meester in de lucht. Tussen de bergen steekt een harde koude wind op. Af en toe word ik gewoon opzij gezet. De grens van Spanje wordt gemarkeerd door een grote steen met de tekst Navarra er op. Ik ben in Spanje! Even later ga ik het hoogste punt van de gehele weg naar Santiago over, de Pas de Cisa van 1430 meter. Daarna gaat het overwegend naar beneden.
Inmiddels heb ik Claude bijgehaald en samen dalen we in rap tempo door het bos af. Het is een zware tocht 940 meter klimmen en 480 meter dalen. Je snapt niet dat mensen dit als eerste etappe direct na hun aankomst in St. Jean Pied-de-Port doen.
In Roncesvalles is het druk. Het plaatsje stelt niets voor: een abdij, wat kapelletjes en hotels. We reserveren een plaats in de gîte municipal en ik koop een nieuwe credencial, want die uit Nederland is volgestempeld. In de loop van de middag druppelt ieder binnen, ook Yan de Breton. Een aantal pelgrims loopt door naar het volgende plaatsje.
In de gîte staan in een grote zaal 40 bedden. Voor de mannen zijn er slechts 2 douches, 2 wasbakken, 3 urinoirs en 3 toiletten. Zwaar ontoereikend, want de gîte opent pas om vier uur en ieder wil zich douchen, dus al gauw staat er een grote rij. Door het late tijdstip en het mistige weer heb ik maar niets gewassen, morgen weer een dag.
Later zitten Claude, Yan en ik een pilsje te drinken. Aansluitend eten we in het zelfde restaurant. Er zit nog een knaap uit Berlijn aan tafel. Ik vraag hem onder het eten, of hij een verschil merkt tussen het Oost-Duitsland van voor en na 1989. Hij heeft de overgang niet bewust meegemaakt, hij was te jong. Momenteel loopt Oost-Duitsland wel leeg, veel vrouwen trekken naar het westen en mannen naar de steden.
We eten pasta, forel met patat, en vooral veel wijn, want Yan laat een tweede fles aanrukken als de eerste leeg is. Later wordt het echt gezellig. Dan schuiven een paar Canadese vrouwen aan die uit Quebec komen, dus Frans spreken, zij het met een behoorlijk accent. We kennen hun uit Honto. Yan praat over zijn hobby: jagen met een pijl en boog. Dat komt goed uit, want een van de vrouwen heeft Indiaans bloed. Yan laat nog een afscheidsdrankje komen en daarmee wordt mijn weekgemiddelde aan drank aardig opgevijzeld.
Wat een gekrioel in de gîte. Om tien uur gaat het licht uit. Een man die nog staat te bellen, wordt gesommeerd daarmee te stoppen. De Nederlandse staf is onverbiddelijk: naar bed of naar buiten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten