donderdag 3 september 2009

Hoera, het is een meisje

Roncesvalles - Larrasoaña 26 km 6:30-13:30 bewolkt, zon

Regelmatig ben ik wakker. In mijn beleving gaat de hele meute wel een keer naar de wc en ik lig dicht bij de trap. Dan zijn er ook nog een paar hardnekkige snurkers. Om vijf uur staat een vent redelijk luidruchtig zijn rugzak in te pakken. Zo langzamerhand wordt iedereen wakker en zo sta ik me al vroeg te scheren. Om zes uur gaat het licht aan. Ik biets een bak thee bij de Nederlandse vrouw achter de balie, die vlak bij mijn bed is. Niets zeggen. Maar ook Yan krijgt later een bak, omdat hij zo goed Engels spreekt. Hij gaat vandaag naar huis, eerst liften naar St. Jean, dan de trein naar Bayonne en vervolgens de TGV naar Parijs.
Tegen half zeven lopen we met vier man in het stikdonker achter elkaar op weg naar Burguete voor een ontbijtje. Daar is de cafébaas echter niet de allervriendelijkste. Hij is dan ook niet van plan om een bocadillo jamon voor mij te maken, want er liggen toch broodjes ei?
Dan gaat de sliert pelgrims weer verder. Uitzicht op bergen en bossen met af en toe een dorpje.
Het is een pittige tocht met behoorlijke klimmetjes en afdalingen over steenslagpaden. Wij zijn een van de eersten bij de regugio, die pas om drie uur opengaat. De aankomende verspreiden zich over het plein.
Nadat we hebben betaald is het zoeken waar de kamers zijn. We blijken naar een ander gebouw te moeten aan de overkant. Dat zou je natuurlijk moeten ruiken als pelgrim. Ook deze refugio heeft een gebrek aan sanitair en alle bedden zijn op elkaar gepropt.

Jarenlang bestond ons gezin uit een aflopend rijtje van vier jongetjes. Dat aantal was net na de oorlog niet zo bijzonder. De gezinnen werden wel minder groot. Waarschijnlijk was p.o. of helemaal niets doen de meest toegepaste vorm van anticonceptie. Ja, en dat eerste ging wel eens fout, een nakomertje heette dat. Ik kan me niet herinneren of ma ons verteld heeft dat we er een broertje of zusje bij zouden krijgen. In mei 1963 was het dan zover. Hoera, het is een meisje en we noemen haar Andrea Helena, naar mijn moeders lievelingsbroer en zichzelf. M´n vader nam me mee naar het stadhuis in Rotterdam om haar aan te geven. Indrukwekkend voor een jongetje van elf. Alles werd nog met de hand of de machine geschreven en zo bleek er een typefout in de geboorteakte te staan: mijn vader zou in 1941 geboren zijn. Dat moest natuurlijk worden verbeterd, anders was hij er wel met ons wel erg vroeg bij geweest.

Claude en ik drinken een pilsje in een bar. Daar zitten we dan, twee oude mannen te genieten van goede bluesmuziek. Claude is 64, ex-kolonel, heeft, ik dacht drie kinderen van ruim in de dertig. Hij kent ook veel liedjes uit de jaren ´60, ook van de The Beatles enzo. En ik ken behoorlijk wat Franse liedjes en onderweg zingen of fluiten we ze. Als we het dorpje rondlopen, stuiten we op een ander eetzaakje, waar we twee plaatsen reserveren. Om acht uur, nou mag het wat vroeger, half acht dan, ok, tot dan, dan. We eten samen met een Deense meid. Later komen er een Zwitser, een Sloveens meisje en een Nieuwzeelandse vrouw bij zitten. Claude heeft het weer voor elkaar gekregen, dat ik weer achter de piano kruip. De bardame vindt het prachtig. Maar hij kan nog beter gitaar spelen, zegt Claude. Een heerlijk maaltje van biefstuk, een platgeslagen lap vlees is dat, die hardgebakken ook als schoonzool te gebruiken is, met aardappelen. Na het eten krijg ik een gitaar in m'n handen gedrukt, waarvan de D-snaar, what else, gebroken is. Fingerpicken gaat wat lastig, maar wat rammelen lukt wel. Zo zit een internationaal gezelschap gemeenschappelijk liedjes te zingen. De whiskeyfles wordt opengemaakt, wat de sfeer nog meer verhoogd. Ik moet toch eens wat teksten uit m´n hoofd gaan leren, dan kan ik als straatzanger nog wat bijverdienen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten