Boadillo del Camino - Carrión de los Condes 26 km 7:40-14:00 regen, zon
Iedereen heeft zich aan de ongeschreven wet van auberges gehouden: stilte tussen 22:00 en 6:00 uur. Dan komt iedereen aan z´n nachtrust. Het ontbijt is weer goed, zij snappen het, een prima omgeving voor de pelgrim. Zelfs is er een zwembad, al heb ik er niemand in zien zwemmen.
Het regent, gelukkig niet hard. Ik loop langs het Canal de Castilla, dat een irrigatiesysteem van goten en kleppen voorziet van water. Van hieruit wordt het land bevloeid. In Frómista gaat Claude naar de apotheek en komt met een pretpakket aan pillen en drankjes terug. Dit moet zijn verkoudheid binnen enkele dagen stoppen. Dat gebeurt toch wel, ook zonder. Wij Nederlanders zijn toch wat nuchterder en snuiten onze neus een keer extra.
De rest van de tocht is simpel met om de vijf km een dorpje met soms een bar of winkeltje. De wolkenluchten zijn prachtig, links van me valt een bui, terwijl ik zelf in de zon loop. ´Wat daar valt, kan hier niet vallen´, denk ik dan altijd. Daar ligt Carrión, de kerktoren steekt er hoog bovenuit en dan gaat het motortje van deze pelgrim altijd op een tandje groter.
De auberge in het klooster van Santa Clara laat te wensen over: er zijn 8 stapelbedden in een kleine ruimte gepropt, de keuken heeft totaal geen uitrustig alleen een magnetron, het sanitair, ach, en het is nog 7 Euro ook. Daniël en Frederic zijn er ook, Denis is met een ontsteking aan z´n been naar huis.
Bernard zit in het dorp zielig op een bank. Anny heeft haar rug geblesseerd en is met de bus naar Sahagún, een stuk verder aan de camino, gereisd. Als alles beter gaat loopt ze overmorgen weer mee. In het dorp kom ik Walther, een Zwitserse knaap, tegen. Hij loopt moeilijk door een aantal blaren. Hij slaapt in de andere herberg, waar de keuken beter is. We spreken af om met z´n drieën te eten. Om zes uur halen we hem op om de ingrediënten te kopen. De winkels hier zijn vergeleken met de onze toch wel erg pover ingericht. Pasta wordt het. Het vlees haal ik bij een slager die na een paar woorden Spaans wel genegen is om wat gehakt te draaien. Zijn koelvitrine is inmiddels leeggeruimd en hij zit uit te rusten op een bank in de winkel.
Koken is in de meeste auberges een kunst op zich. Rond één kookplaat staan meestal verschillende mensen te dansen om een potje te koken. Meestal zijn er onvoldoende pannen. Ik schroef een grote pot pasta in elkaar. Dat is wel voldoende voor de nacht. Naast me staat een Italiaanse knaap een ui te smoren in boter, daar gaat rijst bij, en dat wordt vervolgens met rosé gestoomd en gevuld met garnalen. Wij eten lekker van onze pasta en de flan. Als de pan bij de Italianen op tafel komt, vraag ik om een schepje. Mijn bord wordt gevuld en het smaakt prima. Daarna hebben we zowaar contact met de groep en het wordt weer eens gezellig.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten