vrijdag 25 september 2009

Levensverhalen

Hospital del Obrigo - El Ganso 31 km 7:20-14:30 zon

Ik ben een van de laatsten, maar toch sta ik veel te vroeg op. In het donker verlaat ik het dorp, rechtsaf door de maïsvelden. Ik haal Mary en de Japanners, zij gaan naar huis, volgend jaar meer, net voor Villares in. Het wordt licht en dat geeft toch wel een ander beeld dan gisteren, mooie natuur, plooiend landschap, kleuren groen, geel en roodbruin. Dan worden mijn benen weer eens op de pijnbank gelegd, een kiezelpad dat afloopt, een van het ergste soort. Wat een heerlijke lucht dringt er mijn neus binnen, eindelijk de geur van koeien. Ook hier van die huisjes die grotendeels in de heuvel zijn uitgegraven en waarvan alleen de voorgevel, zeg maar de voordeur zichtbaar is.
Bij een koffiekraampje stop ik, even bijkomen, zo denken er meer. De bijdrage is donativo, wat je wilt geven. Een vrolijke jonge knaap harkt het pad aan.
Astorga is een fraaie stad, een bezoekje meer dan waard als je in de buurt bent. Vergeet dan zeker het museum van Gaudí niet. Een Spaanse gitarist die op de trappen speelt, zingt me toe. Een pelgrim begint een praatje, hij heeft last van z´n benen na amper wat gelopen te hebben. Dat heb ik meer gehoord.
Over krekels heb ik het nog niet gehad. Vele hebben mijn pad gekruist, deze meesters in het verspringen. Je zal, even de kuit- en dijbeenspieren aanspannen, 40 keer je eigen lichaamslengte kunnen springen. Dan ben je gauw in Santiago.
Rechts van mij ligt Castrillo, terwijl ik op het pad volg dat tussen manshoge bremstruiken loopt. Geen plaats voor mij als ze in bloei staan. Murias de Rechivaldo en Santa Catalina de Somoza zijn aardige dorpjes. Had ik daar maar gebleven, want nu kom ik in het vervallen El Ganso terecht. Dat dit herberg mag heten, de beheerders zouden zich moeten generen.
Ik zie wat bekenden: Clemens, een Duitse knaap uit de buurt van Bonn, Rita de Hongaarse, Vanesa de Braziliaanse en wat andere Duitse mannen.
Veel keuze aan restaurants is er niet. De meiden, Clemens en ik eten samen. Mooie en intelligente meiden zijn het, architecte en econome, 24, 25 jaar, net begonnen met werken en ze vragen zich af, of dit het nu is. Ze hadden er veel meer van verwacht. Als Rita een mooi gebouw heeft ontworpen, dan wordt het door de opdrachtgever financieel zo afgebroken, dat er niets van het ontwerp overblijft. Hé, dat komt me bekend voor en ik vertel, hoe het in de praktijk gaat. Zij hebben de opleiding om later zelf aan de touwtjes te kunnen trekken, maar zullen eerst van onderaf moeten beginnen. Ook klagen ze er over, dat ze nauwelijks contact hebben met mensen. Wat een teleurstelling, zo jong. Dit zijn energieke vrouwen, die aan het begin van hun carriëre worden afgebrand. Ze hopen erop dat de camino een antwoord op hun vragen heeft, hoe verder te gaan: baan opzeggen en wat nieuws beginnen of gewoon maar doorgaan?
En dan Clemens, informaticus, 43 jaar, na een verkeersongeval nu 10 jaar geleden, kan hij weer praten, zij het moeizaam. Zijn schedel lag in elkaar, hij laat me de deuken voelen, en zijn hersenen hadden een vreselijke klap gehad. Ik kan er iets over vertellen na een forse hersenschudding als gevolg van een fietsongeluk, dat ik de eerste weken moeite had met het volgen van gesprekken en herstellende op mijn werk meer steken liet vallen, dan men van mij gewend was. Maar dat van Clemens moet verschrikkelijk zijn: opnieuw moeten leren praten, jarenlang revalideren en alle ellende. Hij werkt nog wat, maar leeft grotendeels van een uitkering.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten