dinsdag 16 augustus St. Maurice - Martigny 15 km 09:25 - 14:40 zon
Monseigneur leidt ons rond in de abdij. Er zijn ruines van oude kerken en crypten uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, toen de Romeinen hier nog de scepter zwaaiden. Het feitelijk verhaal is wat langer en zal ik bij gelegenheid op het internet opzoeken. We komen op de binnenplaats, die vanwege de rust en stilte gebruikt wordt als gebedsplaats. Dan gaat de deur open van de schatkamer, waarin relieken uit een ver verleden worden bewaard. We zien prachtige dingen van hout, bekleed met zilver en goud, en ingelegd met stenen. Na de uitgebreide rondleiding knielen we voor monseigneur, die ons de zegen geeft. De pelgrimstocht kan eindelijk beginnen.
We zitten gevangen in de vallei van 200 tot 300 breed, die van noord naar zuid loopt, je kunt bijna niet verdwalen. Hierin liggen wegen, staan huizen en fabrieken, is zelfs een schietbaan die aan de knallen te horen momenteel wordt gebruikt, en stroomt een rivier. Er is maar weinig plaats voor alles, maar er is zelfs aan een waterval gedacht, die de schone naam Cascade de la Pissevache, koeienpis, draagt. Eem lama staat te zieltogen in een veel te kleine bak zonder enig vertier. Zo'n beest hoort hier toch niet thuis.
Gelukkig loopt het wandelpad een eind van de weg en gaat nu door het bos, het klimt meer dan honderd meter, slingert aan de rand van het dal, en gaat weer op en neer. Anders dan je op het oog zou verwachten, ligt Martigny net een beetje naar rechts, om de hoek. De wind blaast hard door het dal.
We staan te wachten bij de Office de Tourisme op ... ja, dat is Tilly, je ziet het aan haar oogopslag, een klasgenootje van de lagere school. Toevallig via Schoolbank, waarop ik me ooit had aangemeld, was ze mij op het spoor gekomen, jij bent toch die Jan van de Vreewijkschool? Ja, dat ben ik, en zo staan we nu oog in oog, na een halve eeuw! Wat gaat het leven snel.
Wij rijden naar haar flat in Chippis, veertig kilometer verderop. Ze biedt via de organisatie Warmshowers fietsers en lopers onderdak. Na misschien wel twee uur bijgepraat te hebben, fotoboek erbij, Claude herkent ons niet op de schoolfoto, ga ik inderdaad maar eens onder de warme douche.
Als Marc, haar eega, van zijn werk is thuisgekomen, worden er voorbereidingen getroffen voor de maaltijd, nou ja, er wordt een fles wijn uit deze streek opengetrokken, en verhalen uitgewisseld. Dat gaat in het Frans, Claude praat ook honderduit, en tussen Tilly en mij gaat het af en toe in het Nederlands. Daarna verhuist de zitting naar een gemeenschappelijke tuin, Tilly heeft een salade met aardappels gemaakt, vlees en vis worden op de plaat gegrild.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten