maandag 12 september Marina di Massa - Camaiore 26 km 07:55 - 14:40 bewolkt, zon
Het speelt al een paar dagen door mijn gedachten, zal ik ook rustdagen nemen en bij Claude blijven of niet. Het is echter onduidelijk wat hij heeft, als het een zweepslag is ben je zo een paar weken uitgeschakeld, en dan heeft blijven geen zin. Ik vraag me sowieso af waarom hij met zo'n hoog tempo naar Sarzana is gelopen, terwijl hij dagen daarvoor constant over vermoeidheid klaagde. Het doet me denken aan de topwielrenner die daags na een inzinking, geholpen door wat sterk spul, een loodzware bergetappe met afstand won. Ik ben die dag ook niet voor niets onderuit gegaan. Vermoeidheid en overbelasting eisen altijd hun tol.
Het is een lange, heel lange rechte kustweg en ik mag er nog zeker tien op lopen. Restaurants, strandtenten, bossages, maar nauwelijks zee te zien. Dan ga je vanzelf naar andere dingen kijken, er zijn veel mannen op racefietsen actief, op de stranden is niemand aanwezig, op zich niet vreemd want alles is nog gesloten. In Italië rijden nog veel hondenkarren rond, van wagentjes op drie wielen met voorin ruimte voor één persoon en met beetje proppen kunnen er zelfs twee in. Dan stuit ik op een prachtige antieke VW-bus, waar destijds een groot gezin in pastte.
Bij Forti dei Marmi geeft een bord aan dat er duinen zijn, en dat is maar goed ook want je hebt een vergrootglas nodig om ze te zien.
Bij Marina di Pietrasanta mag ik naar links en ga daarmee weer naar het binnenland. Gelukkig, want langs de zee lopen en geen water zien is geen lolletje, onbegrijpelijk dat en land dat toestaat. In Spanje heb je meestal een gezellige boulevard waar mensen flaneren en je zee kunt zien.
Bij de marmerfabriek Raffo Marmi liggen grote blokken klaar om bewerkt worden, buiten staat een voorbeeld, de achterkant van een mens.
Bij de Touristinfo van Pietrasanta kunnen ze me niet verder helpen dan aan een kaart. Om bij te komen ga ik op de kerktrappen zitten, meer mensen denken er zo over. Een violist zet Autumn leaves in, die heb ik vanochtend al zien vallen, gevolgd door Kortjakje met dubbeltonen en Concierto d'Aranjuez, wat naar mijn smaak wat subtieler gebracht had kunnen worden.
Pietrasanta staat vol met kunst, toevallig rechts van mij Leopold II uit 1848, niet zo spectaculair, maar andere sculpturen kunnen mij wel bekoren. Prachtige plaats voor geïnteresseerden.
Ik loop een stuk over de weg, vraag een man die in zijn tuin met de was bezig is, er zijn er dus meer dan ik, naar de weg, een stukje verder linksaf. Aan de overkant komt een neger met een stapel hoeden op zijn hoofd, riemen over zijn rechterschouder en tassen links, me tegemoet, en die vraagt waar ik vandaan kom. Ik steek over, stel me voor, we praten wat en ik vraag of ik een foto van hem mag maken. Voor twee Euro, zegt ie, ik moet ook wat verdienen. Dat vind ik ook wel, maar ik heb geen zin om mijn rugzak af te doen en ergens mijn geld op te diepen, dus zeg ik, dat hij er van mij ook een mag maken. Na nog wat woorden mag het voor niets, maar op die manier wil ik het niet en dan moet ik nog uitkijken dat hij niet beledigd raakt. Ik geef hem nog een hand en loop verder.
Halve gele schoolbussen brengen die kinderen hier naar school. Bij een afbeelding van Maria ga ik even op een bank zitten bijkomen, het is warmer en verder dan ik zou willen.
In Camaiore groet een man met paardenstaart me. Via de municipio kom ik terecht bij Oratorio Il Coloseo, waar ik zo naar binnen kan lopen. Op mijn roepen komt een, ook voor Italië, buitenlandse vrouw met twee kleine kinderen op me af. Ze begeleidt me naar de kamer van de manager, maar die is er niet, en dan naar de keuken, waar een oudere vrouw de scepter zwaait. Slapen is geen probleem, wil je vanavond meeëten, we eten rijst met vis, lijkt me lekker, wil je wat drinken, nou thee graag, en ze geeft me icetea met prik, en dat is me lekker als je het warm hebt en dorst.
Even later komt de manager binnen en dat is de paardenstaart van daarnet. Hij heet Mirco en spreekt iets van Engels. Als we later praten, vraag ik, of hij een adres in Lucca kan bellen, hetgeen niet lukt, netzomin als het vinden van een vrouw. De Italiaanse zijn wel mooi, dat kun je wel zeggen, maar ... Hij wil wel een Nederlandse vrouw. Hij gaat vanavond met de auto naar Lourdes.
Terwijl ik wat schrijf, staart de booskijkende vis van een fontein me aan. Naast me zitten wel twaalf mannen de dag tot nu toe te evalueren, en die schijnt zo te horen vrolijk geweest te zijn.
De buitenlandse vrouw komt uit Paraguay en ik kan het restant van mijn Spaanse lessen op haar loslaten. We eten met de vrouw uit de keuken, de Paraguayaanse met hasr kinderen en twee mannen, waarvan de een het eten naar binnenschrokt en weer verdwijnt. De keukenprinses is een beminnelijke vrouw van rond de zeventig, en ik heb een klik met haar. Ze vertelt een leuk verhaal over het mixen van wijn. Ze laat me een paar foto's zien van haar zoveeljarige inzet. Ik krijg nog een glaasje mierzoete citroenlikeur en koffie toe, en ik geef haar een paar zoenen en bedank haar. Met het dochtertje van een jaar of vier speel ik kiekeboe, ze schatert en weet van geen ophouden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten