maandag 19 september Siena - Ponte d'Arbia 28 km 07:55 - 15:50 zon, hoosbui
Na het ontbijt nemen we afscheid van Maximilian en Leon, ik noemde ze af en toe Bübchen, en zeg dat ik het leuk vond dat ze met ons meeliepen. Ook zuster Ginetta krijgt nog een paar afscheidszoenen, wat een leuk mens, en ik vraag of ze de liefste zuster Maria Magdalena de groeten wil doen. Ze begeleidt ons naar buiten en geeft aan hoe we snel uit Siena kunnen komen. Naast de Porte Romana is ook een psychiatrisch ziekenhuis en Ennio vraagt aan mij: wat roept een haan? We hebben het er al met alle nationaliteiten over gehad, wij Nederlanders horen meer kukuleku, maar de andere iekeriekie. Op zich is dat natuurlijk vreemd, en wie heeft er gelijk? Als ik nu het volgens hem foute kukuleku antwoord geef, laat ie me opsluiten. En een lol dat we hebben.
Door de regen van vannacht is de lucht opgeklaard en helder, waardoor alles zich beter aftekent en mooie foto's gemaakt kunnen worden. Siena blijft nog uren in beeld. Er staat een artisjok langs de weg, in bloei met grote paarse distelachtige bloemen.
Ennio roept ons terug, volgens hem loopt de rechtstreekse route naar Isola d'Arbia, hij houdt nog een auto aan, rebbelt wat in het Italiaans met de chauffeur die druk richting Isola gebaart, en stuurt ons vervolgens het land in over een niet bestaand pad. Onder de modder komen we beneden en we bedanken hem. Daar gaan we dan ook tegelijk een bar in om bij te komen met een americano en een broodje.
De tocht gaat verder over brede paden, het land golft en is kaal, er wordt geploegd voor de volgende oogst. Het betrekt, wordt kouder en in het westen komt er een donkere wolkenmassa opzetten. Op een top even na een zendmast zet ik mijn rugzak neer en roep ik, jas aan, en voor ik mijn poncho aan heb, stort het. De wind giert en ik krijg mijn poncho nauwelijks over mijn hoofd, mijn broek is al doornat. Ik roep nog naar de anderen, dat er even verderop een stroschuur staat, maar mijn stem verwaait en alleen Claude loopt of liever gezegd, glibbert met me mee. We worden bijna omver geblazen en ik kan me met moeite via een hekwerk om een plas heen trekken. Hagel striemt op mijn poncho en in een paar minuten is het landschap verandert in een blubberpoel. Eindelijk zijn we bij de schuur, waar net een inham is voor twee mensen. Daar staan we dan, er gebeurt altijd wat en we kunnen er weer met z'n tweeen om lachen. We maken van de nood een deugd en beginnen aan de lunch, daar is het toch net tijd voor. Het onweer en de hoosbui duren maar kort, maar het druppelt bijna drie kwartier na.
Over de paden valt nauwelijks meer te lopen, met een paar stappen hangt er een kilo klei onder elke schoen, maar we kunnen verder geen kant uit. Na een tijdje komen we op een weg en even later op een steenslagpad. Van de anderen geen spoor.
Bij Quinciano komen we weer op de oorspronkelijke route langs het spoor, dat is veiliger dan langs de drukke weg. Het water is inmiddels weggezakt en op de graspaden valt goed te lopen.
In Ponte d'Arbia worden we door een man de verkeerde kant op gestuurd, waardoor er nog 1,5 km bijkomt. De echte brug van Ponte d'Arbia blijkt aan de andere kant te liggen, daar is ook het ostella. Ennio staat er net zijn was op te hangen. Hij is met zijn poncho aan op zijn hurken gaan zitten en heeft zo de bui afgewacht, Arnoud is verderop achter een strobaal neergestreken waardoor de meeste regen over hem heenging. Samen zijn ze naar het dorp gelopen en hebben de weg gevolgd. Het ostello wordt net door schilders van binnen opgeknapt.
Als ik buiten mijn was ophang zie ik een bekende, het is de Italiaanse knaap uit Chatillon, die last had van zijn maag en voet. Nicolo heet hij.
In een restaurant vult een pelgrimsmenu onze buik goed.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten