woensdag 29 mei 2013

Berend Botje

Wo 29 mei Groningen - Zuidlaren 21 km 7:50-14:00 bewolkt, regen In een stad is het altijd goed opletten, want vaak is een LAW-teken niet goed te vinden. En zo geschiedde. Ik dool wat en vraag dan maar de weg aan een man die z'n hond aan het uitlaten is. Het boekje laat me langs het Groninger Museum lopen en oversteken naar het station. Hier moet ik rechtsaf en vervolgens via de brug de spoorrails over. Uiteindelijk kom ik langs het Noord-Willemskanaal, waar een fietspad langs loopt.
Ik krijg heftige aandrang, maar het pad is te druk om zo maar ergens te gaan zitten en nergens, en dan heb ik het over kilometers, is een café. Eindelijk, daar is de brug naar Haren en in het huisje zit een brugwachter. Ik klop op het raam en stap naar binnen. 'Ga maar gauw', zegt de man. Kennelijk kijk ik nogal benauwd. Zichtbaar opgelucht kom ik naar buiten. 'Ja, dat kan dwarszitten', gaat de man verder, 'gelukkig heb ik u kunnen helpen.' Nou ja, dat heeft ie alleen indirect gedaan, door het toilet beschikbaar te stellen. 'Is er nog veel scheepvaart?, vraag ik belangstellend. 'Gisteren waren er acht plezierjachten en een vrachtboot', antwoordt hij, 'het seizoen moet nog beginnen.' Je zult in ieder geval niet overwerkt raken, alhoewel de gehele dag zitten wachten om wat te kunnen doen is ook zo wat, maar daarvoor heet het ook brugwachter.
'Eet smakelijk en zelfs nog koffie erbij', zegt een man met hond tegen me als ik in Haren op een bank zit te eten. 'Ja, volledig self supporting', antwoord ik. Er komen drie auto's mijn rust verstoren. Uit elk stapt een man. Ze gaan debatteren over een kolk en een duiker ter plaatse. Vijf minuten en weg zijn ze. Een grijze golf vrouwen op (mijn) leeftijd zoeft voorbij. Velen op E-bike en allen gehuld in een blauwe fleece trui.
'Sassenhein', zegt een bord. Het is de naam van een klein natuurgebied vernoemd naar de eerste uitbaters van de visvijvers: Saskia en Hein. Toevallig komt een oudere heer aanfietsen als ik even sta te kijken of ik de trap op moet. Hij heeft het over het zien van de natuur als je fietst en loopt en de rust. Er komt net een trein aan. 'Ja, dat is momentaan', zegt hij, 'dat de rust wordt verstoord.' Ik ga de brug over het spoor over en dan naar rechts. Dan volgen zandpaden en bospercelen. Ik stap het Tranendal in en moet denken aan de discussie die de vrouw van het gastadres gisteren en ik hadden over depressie. Haar zoon lijdt eraan en zo probeert hem te ondersteunen. Zelf werkt ze vanwege een whiplash al een paar jaar niet meer betaald, maar doet wel veel vrijwilligerswerk, met name hulptelefoondiensten en hospicewerk.
Een man staat braamstruiken te rooien, vrijwillig. Hij loopt ook af en toe en zegt dan tegen zijn vrouw, dat hij een uur wegblijft. 'Ik zeg tegen mijn vrouw, dat ik drie weken wegblijf', grap ik.
Bij een boerderij staat onder een afdakje een zitje. Je kunt zelf thee of koffie zetten, een reep kopen enz. Een klas schoolkinderen groeten me, hoi, hoi, ... Ik blijf een tijd onder het afdakje zitten omdat het begint te regenen. Stram loop ik daarna de eerste paar honderd meters verder. En wie kwam er uit Zuidlaren? Berend Botje natuurlijk. Men vermoedt dat Berend de zeevaarder Lodewijk van Heiden was, die op vele wereldzeeën heeft gevochten.
Te vroeg in Zuidlaren duik ik de bibliotheek in om achter een PC mijn blog bij te werken. Na de avondmaaltijd in een eetcafé zie ik dat er in een andere ruimte gekegeld wordt. De plaatselijke kegelclub heeft z'n wekelijkse avond. Een man legt me de regels uit. Kegelen lijkt natuurlijk op bowling, maar de baan is slechts 30 cm breed en de bal is 17 pond. Hij weegt als lood en dat zit er ook in. De bal is uitgebalanceerd en daardoor blijft ie gemakkelijk op de baan. Mijn eerste bal vloert zeven kegels. 'Je hebt talent', zegt de man. Ik werp nog een paar keer met wisselend succes.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten