Ma 27 mei Pieterburen - Winsum 11 km 13:10-16:00 zon, koude wind Om een uur of acht vertrek ik van huis met een lange reis voor de boeg: metro, trein, boemel, bus. Op weg naar de metrohalte kom ik een bekende tegen. 'Mooie dag om te wandelen', zegt ze. Inderdaad de zon schijnt, de regen heeft zich blijkbaar teruggetrokken.
Als ik op de trein zit te wachten komt een Engels sprekende man op me af die vraagt of ik Engels spreek. Hij vertelt, dat zijn vrouw is beroofd en dat ze dat volgens de politie moeten aangeven bij het consulaat in Den Haag. Ik antwoord, dat hij dan de trein moet nemen. Dat wist hij zelf ook al, maar hij heeft alleen maar Engels geld. Ik wijs hem het GWK. Gefrustreerd roept ie, dat niemand hem wil helpen. Het GWK wisselt namelijk geen munten. Eigenlijk blijf ik een beetje verbluft achter. Heb ik wat verkeerds gezegd?
Tussen Amersfoort en Zwolle gaat de trein plotseling zachter rijden. Er loopt iemand naast de rails. Ja, en voor je weet heb je een hoop smurrie en een overspannen machinist. De vertraging is acht minuten, precies de overstaptijd in Groningen. 'Wacht de trein naar Winsum op deze?', vraag ik aan de conducteur. 'Nee', is zijn antwoord, 'die moet ook op tijd vertrekken.' En zo hebben vervoersmaatschappijen het op-tijd-rijden tot kerndoel verheven in plaats van het vervoeren van reizigers.
Het landschap glijdt voorbij, wat een rust, wat een ruimte! Af en toe een boerderij waar, het is maandag, de was buiten hangt te drogen op de wind. In een ooievaarsnest schittert iets wits. In Groningen blijkt de trein een paar minuten te hebben ingehaald, precies voldoende voor de overstap. Bus 68 staat klaar in Winsum, maar de chauffeur moet eerst nog een ander rondje rijden om over een half uur hier weer terug te zijn. Will en Diny gaan ook lopen, twee dagen, vanaf Pieterburen naar Groningen. Diny loopt volgens Will beter dan zij. We praten over mobieltjes. Will zegt, dat ze niet veel belt en zeker niet tijdens deze twee dagen. Haar motto is : 'Ik laat ze thuis met rust, laat mij dan ook met rust.'
Om tien over een gesp ik de rugzak om, een vertrouwd gevoel, maar wel zwaar. Bij het wadloopcentrum bekom ik een stempel ten teken dat ik ter plaatse ben geweest. Ik ken Pieterburen nog van een wadlooptocht en een bezoek aan de overbekende zeehondencrĂšche. De route gaat oostwaarts. Aan de rand van het dorp staat een zaalkerkje uit 1783 en torent korenmolen De Vier Winden hoog in de lucht. Hier buigt de weg naar het zuiden, de Oosterweg. Boeren maaien het gras en paarden glanzen in de zon. Hier geen dekens op hun ruggen zoals in het westen. Na een paar kilometer doemt er ineens een bos op, het Oosterbos. Het is een compensatie voor elders verloren natuur, maar in dit vlakke land een vlag op een strontschuit.
Eenrum heeft een fraaie kerk. 'Hij is tussen 1950 en 1955 opgeknapt. Vroeger was hij wit. De bomen die er voor staan symboliseren de twaalf apostelen. In de jaren 90 zijn ze herplant, omdat ze ziek waren', vertelt een man die bezig is onkruid te wieden. Nu zijn de stenen van de kerk weer te zien, veel mooier, en de bomen staan in een vrij kleine cirkel bij elkaar. 'Er waren ook vijf warme bakkers', gaat hij verder. Restanten van het kerkhof zijn nog zichtbaar in vorm van verdiept liggende grafstenen. Gemaaid gras belet me de teksten te lezen. In de buurt van de kerk staan verschillende waterpompen, waarvan de rode het meest opvalt. Ook is er een oorlogsmonument. Volgens het routeboekje had ene Abraham hier een mosterdfabriek. Onduidelijk is waar hij de mosterd haalde.
In Mensingeweer moet ik de Trekweg langs het kanaal volgen. Het naambordje hangt zo laag, dat er een voorzetsel aan de naam is toegevoegd. 'Dat is niet verkeerd', roep ik tegen twee mannen aan de overkant van het kanaal bij hun huis zitten en die me begroeten, 'zeker die pils niet.' 'Dat hoor je mij ook niet zeggen', ketst de jongste terug.
Bij het VVV in Winsum haal ik een stempel en babbel nog wat met de vrouw. Zij loopt ook, meestal maar een dag. Probleem daarbij is dat je steeds je auto weer moet ophalen, vindt ze. Even later speelt het carillon de melodie van Doremi enz., het overbekende liedje uit de all time favorite musical van mijn eega: The Sound of Music.
De brink in Winsum had iets gezelliger gekund, zonder geparkeerde auto's. Na hier een tijdje gezeten te hebben ga ik maar eens op zoek naar mijn slaapadres van Vrienden op de fiets. Het is weer een kilometer extra terug. Ik word hartelijk ontvangen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten