Vr 11 juli Melick – Echt 17 km 11:50-16:35 bewolkt, klam vochtig
Op de afgesproken tijd tref ik Leonie op Rotterdam CS. We stappen in de trein en nestelen ons naast elkaar in de stoelen. Leonie is nog wat moe en doet af en toe haar ogen dicht. Maar ook babbelen we regelmatig een tijdje zachtjes met elkaar; we zitten in een stilte-coupé. Ineens wordt de rust wreed verstoord door een man die helemaal uit z’n dak gaat. Hij zegt iets van: ‘Moet je wat van me?’ tegen een knaap. Waarschijnlijk kijkt die wat verstoord naar hem vanwege het geluid dat uit de mobiel van de man komt. De knaap blijft rustig en de man kalmeert na een tijdje. Dan komt de conductrice en vraagt bij de man aangekomen om z’n kaartje. Dat blijkt niet goed te zijn en hij begint weer uit te varen: ‘Ik heb toch ingecheckt. Is deze dan goed?’ Welk kaartje de conductrice ook controleert, geen blijkt er geldig. Ze vraagt om een legitimatiebewijs en gaat ermee naar de andere coupé waar ze de spoorwegpolitie belt, die de man in Eindhoven zal opwachten. De man gaat haar achterna en begint weer stampei te maken. Een jongeman bij de deur zegt, dat hij zich wat respectvoller naar de conductrice moet gedragen. Vervolgens komt de man weer naar hem toe om z’n agressie te uiten. ‘Waarschijnlijk zijn pillen niet geslikt’, zeg ik tegen Leonie.
In Eindhoven stappen we over naar Roermond. Daar aangekomen mogen we een half uur wachten op de bus. Dat doen we bij het Grand Café met een cappuccino en een latte macchiato.
Om 11:50 uur zet bus 179 ons af op de Heinsbergerweg in Melick. Ik heb dit plaatsje als start gekozen, omdat het niet leuk is om vanuit Roermond te lopen. Bovendien zou de eerste etappe te lang worden. Leonie doet wat onwennig mijn van nieuwe zolen voorziene oude bergschoenen aan. Ze passen haar precies, mij waren ze bij warm weer iets te krap. Ze leeft voor een vrouw op grote voet, een genetische erfenis van haar grootvader aan moederskant. Maria kijkt ons vanuit haar kapelletje minzaam aan.
In de verte doemen de torens van de basiliek van H.H. Wiro, Plechelmus en Otgerus, stichters van de abdij, in St. Odiliënberg al op. Op de brug over de Roer kijken we naar het snel stromende water. ‘Het heeft gisteren veel geregend’, zegt een man, ‘de kamers van een verzorgingshuis in Herkenbosch zijn ondergelopen.’ Een TV-ploeg van de Limburgse Omroep is bezig met opnames.
We lopen richting basiliek, terwijl ik Leonie de LAW-tekens (wit-rood) uitleg. Je moet er oog voor krijgen. Op den duur zie je ze al van verre. Op het bankje waarop ik vorig jaar ook zat, nuttigen we onze lunch. ‘Een krentenbol, dad?’, vraagt Leonie. Zelf begint ze aan een klef wit seamzaadbolletje, omdat ze gisteravond niets anders meer kon kopen. We vragen ons af, waarvoor de metalen ogen in de muur dienen. Ze zijn om de 3 meter aangebracht. Je zou er fietsen, honden, paarden, noem maar op aan vast kunnen maken.
De Roer staat fors buiten zijn oevers. Bankjes en een informatiebord staan ruim in het water. Leonie vraagt of de schoenen waterdicht zijn. Ja, min of meer. ‘Ja dad, nou heb ik natte voeten’, zegt ze beteuterd als ze door het water naar het bankje loopt, ‘hoe kan ik je nog vertrouwen?’
Op de paden in het Sweeltje staan grote plassen. ‘Kijk Leonie, daarom moet je eigenlijk altijd goede schoenen aan’, zeg ik belerend, ‘met sportschoenen kom je hier niet doorheen.’ Dat moet ze toegeven. Als ze een maïsveld ziet zegt ze: ‘Daar zou ik wel eens hard doorheen willen rennen. Hè dad, ga nou mee. Wouter zou het ook doen.’ ‘Iedereen heeft wel een afwijking’, antwoord ik, ‘maar als je wilt, ga je gang.’ En daar gaat ze als een koe die voor het eerst de voorjaarswei ruikt.
Bij de Romeinse opgraving zijn munten gevonden. Stenen replica’s tonen Caesar en Nero.
In Montfort lopen we langs de ruïne. De tuinen moeten volgens een bord nog steeds worden opgeknapt. Een man met twee honden opent een hek naar een wei met schapen. ‘Dat is leuk om te zien, Leonie’, zeg ik, ‘hij gaat de schapen opjagen.’ De man zegt, dat hij schapenhonden traint, een uit de hand gelopen hobby. Hij geeft een demonstratie. De hond drijft op zijn commando de groep schapen naar links en dan weer naar rechts over het veld.
Even verderop is een klein monument voor Engelse oorlogsvliegers die met hun Halifax zijn omgekomen. Bij de Kranenbroek, een ven, hangen we mijmerend over een hek.
Op een kruising in het bos is niet duidelijk waar we naar toe moeten. Waarschijnlijk hebben we eerder al een teken gemist. Soms zijn ze trouwens overwoekerd door groen of gewoon verdwenen. ‘Oh, dad’, zegt Leonie teleurgesteld. ‘Je hebt zelf ook niet opgelet’, verdedig ik mezelf. Met kaart en kompas bepaal ik waar we ongeveer moeten zijn. Een man op een fiets bevestigt dat het de Heerdstraat is. En als we het LAW-teken weer zien, zegt Leonie: ‘Back on track, dad.’
Ik vind het opmerkelijk hoeveel ik me van de route weet te herinneren. Waarom slaat een mens toch zulke dingen op? Op die hoek weer een monument voor Engelse mannen die met een Halifax zijn omgekomen en daarmee hun leven voor onze vrijheid hebben gegeven.
Even na half vijf bellen we aan. Een echte Limburgse doet open en vraagt nadat we het appartement hebben gezien, wat we willen drinken. Ik antwoord met: ‘Thee?’ Maar voor ik de laatste ‘e’ heb uitgesproken zegt ze, dat ze ook wijn, bier en limonade heeft. Leonie wil wel een wijntje. ‘Nou, geeft u mij dan maar een bier.’ ‘Palm, witbier of gewoon bier?’ ‘Een witbier, aub.’ Ze neemt zelf ook een wijn en komt gezellig bij ons zitten. En natuurlijk heb je het over de gebruikelijke dingen als wandelen en werk. Terwijl we praten komt Jan, haar echtgenoot, thuis. Hij voelt zich verre van fit. ‘Zal ik de dokter bellen?’, vraagt Betty. Maar Jan gaat direct naar zijn bed. ‘We gaan maandag op vakantie, maar eerst willen we nog naar onze kinderen in het westen’, gaat Betty verder, ‘daar zal wel niets van komen.’
Jan is erg handig en heeft het huis fraai verbouwd. Hij wil nog een overkapping van het terras maken. Leonie is gecharmeerd van de Oostenrijkse stijl en vindt ook onze modern ingerichte kamers fraai. Ik hou ook wel van de Oostenrijkse stijl met zo’n lekkere houten hoekbank. Het doet me denken aan de Elberfelder Hütte in de Schobergruppe waarin ik tijdens een huttentocht overnachtte, jaren geleden.
We eten bij de chinees waar ik vorig jaar ook heb gegeten. Niet echt lekker, wel veel. Na wat melige TV sluiten onze luiken om 22:15 uur.
Za 12 juli Echt – Spaubeek 28 km 9:10-16:40 regen
‘Daddy, je snurkt’, hoor ik naast me. Het is kwart voor zes. Normaal snurk ik niet, tenminste als ik het al doe dan hoor ik het, maar ik lig op m’n rug, niet normaal voor mij en ik heb het warm. Ik ben vannacht al een paar keer wakker geweest van de hitte, wat een dik dekbed.
Tijdens het ontbijt maken we kennis met de andere gasten, een echtpaar dat uit Friesland naar Maastricht fietst. Hij heeft al veel tochten in het buitenland gemaakt. We krijgen het over de volle terrassen die we in Sittard hebben gezien. Daar kan een café wel op blijven draaien. Hier in het zuiden zijn ze het ook meer gewoon om buiten de deur wat te gaan drinken. Het is van het voorjaar tot het najaar altijd een paar graden warmer. Betty mengt zich ook in het gesprek en zegt dat haar getrouwde kinderen, die in het westen wonen, nauwelijks uitgaan, terwijl zij regelmatig met Jan naar Maastricht gaat om te dansen.
‘En kan er nog wat verbetert worden’, vraagt Betty bij het afscheid. ‘Nou ja’, antwoord ik, ‘het enige is een wat dunner dekbed. Ik had het ontzettend warm vannacht.’ ‘Oh’, zegt ze, ‘had het maar gezegd, de winterdekbedden liggen er nog op.’
Om 9:10 uur staan we buiten. Het spettert. Even later regent het en het ziet er niet naar uit dat het spoedig droog zal zijn. De wereld is grijs en grauw. In de bossen is er nog wat beschutting, alhoewel de regen ook hier voelbaar is. ‘Heb je je ID bij je?’, vraag ik aan Leonie, ‘hier is de grens met Duistland.’ Maar nee, en zo stapt ze illegaal de grens over. Vorig jaar werd ik hier nog voor hetzelfde feit door een douanier beschoten.
Na Isenbruch, je ziet er evenveel Duitse als Nederlandse nummerborden, loopt de route een paar kilometer met de grens op. Bij Millen rusten we even bij grenspaal 307. Leonie zegt dat ze last heeft van haar dijbeenspieren en masseert ze.
Eindelijk wordt het even droog. In Sittard loopt het pad langs de Geleenbeek en Leonie wil per se het pad volgen en niet over het fietspad. In het centrum lopen we langs een broodzaak, tijd voor de lunch. Leonie’s dijbenen doen zeer. ‘Ik had ze beter niet kunnen masseren’, zegt ze. ‘Als het niet verder gaat, moet je het zeggen, dan pakken we de bus’, zeg ik. Maar ze wil lopend verder. De eerste paar honderd meter wordt ze meewarig nagestaard. Ik wil bij de ANWB een tolbadge voor Frankrijk halen. In Rotterdam waren ze uitverkocht. Leonie gaat op een bank zitten, terwijl ik even snel heen en weer loop. Onverrichter zake keer ik terug, want het was er zo druk, dat ik niet in de rij ben gaan staan.
Vanaf de Markt gaat het in een rechte lijn naar de St. Rosakapel op de Kollenberg. Klimmen dus. Leonie zegt, dat het klimmen gemakkelijker gaat dan lopen op het vlakke. Waarschijnlijk vanwege de kortere passen, die je maakt. We lopen nog enkele tientallen meters achteruit. Een truc die ik zelf toepas om even een andere beweging te maken.
En net als vorig jaar sla ik ook dit jaar de verkeerde richting in. Waarschijnlijk omdat er een markering ontbreekt. Bij de bank bovenaan volgende keer rechts! Ik had het boekje moeten lezen en niet alleen op kaart moeten kijken. Al met al betekent het een omweg van zo’n 2 km. Balen voor Leonie.
In Windraak wijs ik haar op de drenkplaats met geneeskrachtig water. Ze zou alle knoppen kunnen indrukken, want ze heeft dorst, platvoeten en andere kwalen. Kennelijk gelooft ze niet in de heilzame werking van het water want ze krijgt hoe langer hoe meer last.
Terwijl ik bij de bushalte op het informatiebordje kijk of er een bus naar Spaubeek gaat, stopt er net een. Ik vraag het aan de chauffeur. Hij gaat naar Kerkrade en zou ons wel willen afzetten, maar dat laat de dienstregeling niet toe. We zouden via een Sittard in Spaubeek kunnen komen. Ik zeg, dat we daar net uit Sittard komen. Hij valt bijna van zijn stoel. ‘Waar ben je dan vanavond om tien uur?’, vraagt hij. Een man in de bus zegt, dat er mogelijk een bus in Puth naar Spaubeek gaat. De weg daar vervolgt hij wijzend gaat er direct naar toe. Ik bedank iedereen en ga met Leonie naar Puth. ‘Als het niet meer gaat dan pakken we taxi, hoor’, zeg ik. Leonie weet van geen stoppen. De bikkel.
In Puth is er geen rechtstreekse bus naar Spaubeek. Ik vraag aan een vrouw met kinderen of we bij kasteel Terborgh het spoor kunnen oversteken. Dat blijkt niet het geval. Uiteindelijk volgen we de fietsroute naar knooppunt 37 en snijden daardoor de weg door het bos af. Leonie loopt op wilskracht. Het bord met Camino de Santiago roept herinneringen bij me op. ‘Loopt er hier ook een route?’, vraagt Leonie. ‘Ja, er lopen overal routes in Europa’, antwoord ik. Gelukkig, daar is het station. Nu is het nog geen kilometer meer. Op het pad langs de snelweg komen we een vrouw met een herder tegen.
Ik herken Harry direct. Hij biedt wat te drinken aan. Hetzelfde als gisteren. Ik feliciteer Leonie met het bereiken van het gastadres. ‘Je had me ook even kunnen bellen, dan had ik jullie opgehaald’, zegt Harry. Daar hebben we nou geen tel aan gedacht. De vrouw van zo-even blijkt Sonja, de gastvrouw te zijn. We dachten beiden elkaar te herkennen. Waarom vraag je het dan niet? Leonie gaat onder de douche en daarna rusten. Harry en ik praten nog wat en kijken naar de ontknoping van de Touretappe. Daarna ga ik ook naar boven.
We eten vis met sla, bonen en aardappelen, voorafgegaan door soep en een chocolademousse als dessert. Dinsdag moest ik al opgeven of we vlees of vis wilden eten. Na het avondeten gaat Leonie weer rusten. Ik schrijf de dag op onderbroken door een kop koffie en een praatje met Harry. Daarna breng ik Leonie thee op haar kamer. Haar benen zijn al wat tot rust gekomen. Tot 21:45 uur doe ik mijn ogen dicht, want ik wil de halve finale WK voetballen tussen Nederland en Brazilië zien. We winnen met 3-0, doelpunten van Van Persie (strafschop), Daley Blind en Wijnaldum. Goed voetbal van Nederland en veel geschaaf van Brazilië.
Boven de TV hangen, net als in het gehele huis, ministeck (gekleurde plastic blokjes op een gaatjesbord) kunstwerken van Mona Lisa (maar dan anders) en een bierbrouwende monnik.
Zo 13 juli Spaubeek – naar huis
Leonie is volgens haar zeggen hersteld. Harry dient een uitgebreid ontbijt op. Het regent buiten. Buienradar toont dat dit voorlopig zo blijft en op het nieuws was al te horen dat met name over Zuid-Limburg buienlijn zou trekken, die gaandeweg de dag steeds heviger zou worden. Ik besluit, ook voor Leonie, om naar huis te gaan. Lopen moet ook leuk blijven en ik wil niet dat zij maandag na nog zo’n regendag uitgeblust naar haar werk gaat. We spreken af in het najaar in twee dagen van Sittard naar Maastricht te lopen. Daarmee zijn de etappes wat korter en hoeft zij geen vrije dag op te nemen.
De terugreis verloopt voorspoedig. In de trein worden we door een Limburg madammeke gewezen op ‘stilte’. Een beetje overdreven, want wij praten zachtjes terwijl een Frans stel aan de andere kant de hele tijd zit te giechelen en andere mensen luid met elkaar praten. Maar ze heeft gelijk. Bovendien zit ze ook niet te studeren, maar bladert ze door een tijdschrift.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten