Wo 10 juni Fisterra - Muxia 30 km 6:40-12:40 bewolkt/wind
Er zijn veel pelgrims onderweg van Fisterra naar Muxia. We lopen ook Rene voorbij. Er staat veel wind en het is behoorlijk fris. Zo af en toe is de oceaan te zien en soms gaat de camino er kilometers vandaan. Bij Lires even een stempel in je credencial halen, anders krijg je de oorkonde in Muxia niet. Hier wordt ook nog even de inwendige mens versterkt, want ook op deze laatste loopdag staat ons nog een pittige klim te wachten. Door de wind, wolken en zon, en ook het klimmen blijft de kleding lastig: met een jas zweet ik soms peultjes, zonder waai ik bijna uit mijn shirt en is het te koud. Als je dit leest, heb je daar waarschijnlijk geen last van. De wind is zo hard, dat we volgens Guy daaraan 50 procent van onze energie kwijt zijn. Ik word ondanks het extra gewicht bijna van de overgang af geblazen.
De vergezichten zijn mooi, evenals de wolken. Groen en regen gaan altijd samen. Het hoort erbij in Galicia. Na nog een pittige afdaling en een paar kilometer langs de weg gloort daar het kombord van Muxia. Het einddoel is bereikt.
In de herberg blijkt weer hoe gemakkelijk Juan de Holanda is. De herbergier boekt ons in, zet het laatste stempel in het credencial, zet mijn naam en de datum op een Muxiana, en overhandigt mij die met de felicitaties.
Zo zouden alle herbergen moeten zijn. Elk stapelbed heeft een dubbele kast voor de rugzakken, een lampje en een stopcontact. Dat laatste is wel zo handig met al die mobiele apparaten.
Ik kan pelgrim Kees melden, dat de wond bij mijn rechter grote teen genezen is. Deze ontstond in de eerste week en Kees keek er met zijn doktersoog geobsedeerd naar. Na een paar dagen, de wond werd steeds groter, wilde hij als chirurg de teen al gaan afzetten. Ik kon kiezen tussen een lage of hoge amputatie. Bij de laatste garandeerde hij het meeste succes. Ik hield het nog even af. Op een ochtend maakte Kees, het kan ook pelgrim Ben geweest zijn, maar bij de eerste klopt mijn verhaal beter, de opmerking over het in twee delen vastmaken van je schoenveter. Ik voelde eens aan beide veters en er was eigenlijk geen verschil, rechts zat bij de grote teen niet vaster dan links. Toch heb ik de veter van de rechter schoen bij het onderste gaatje met een centimeter speling gelost. En wat bleek, na een paar dagen werd de wond niet meer erger, het ging eigenlijk steeds beter. Door de loopbeweging iedere dag kreeg de wond niet de gelegenheid om snel te helen. Maar nu, aan het eind van de tocht, is die dan toch eindelijk genezen. Kijk daar hou ik van: een dokter die meedenkt, een patiënt met een afschrikwekkend voorstel onder druk zet, en zonder het zelf te weten aanzet tot zelfinitiatief, in dit geval door het lossen van de veter. Bedankt Kees.
Na de lunch lopen we richting van de vuurtoren en de kerk. Muxia is een vissersdorp op een landtong. Guy wijst op de Nederlandse nummerplaat van een motor. De knaap die erbij staat laveert een beetje langs de camino frances en is toevallig hier aangekomen. Er staat op z'n minst windkracht 8. We worden bijna van de landtong afgeblazen. Wel spectaculair.
Guy poogt bij de dame in de bibliotheek te achterhalen of er een wandelpad is richting La Coruna. Hij spreekt daarbij in een soort hiërogliefen, het lijkt wel op Spaans maar is het niet. Mensen kijken hem eel eens vragend aan. De dame zegt hem, dat het al twee jaar geen oficina de turismo meer is en dat hij het bij de herberg receptie moet vragen. Guy doet nog een poging. Je kunt aan de vrouw zien, dat ze het echt niet weet. Ik verlos haar door Guy te manen mee te gaan.
Guy gaat niet mee om te eten, hij heeft nog een zakje oplossoep, wat oud brood en een stuk worst dat hij al dagen meesjouwd. Ik wens hem smakelijk eten en ga alleen op zoek naar een restaurant. Het wordt pasta, een milieuvriendelijk opgegroeide vis en flan toe. Daarna blader ik door een Spaanse krant. Terug in de herberg, het is half negen, liggen er al verschillende mensen op bed. Ja, pelgrims zijn gezellige mensen. Ook Guy maakt zich gereed voor een lange nacht. Hij heeft twee standen: rechtop is wakker, liggen is slapen. Net een pop, geeft ie aan en hij moet er zelf om lachen.
Ik praat nog even met de Amerikaanse studentes of ze nog iets geleerd hebben. Nou, dat valt wel mee, destilleer ik uit het antwoord. Ze zitten echt studentenvoedsel, iets van spaghetti waar een kip met opgetrokken poten doorheen is gebanjerd in een kartonnen beker, te eten. Het kost niets en dat krijg je ook. Zij gaan via Santiago een paar dagen naar Madrid, ouders van een van hun opzoeken in Parijs en dan naar de VS. Ook een heel vermoeiend leven, lijkt me.
woensdag 10 juni 2015
Genezen
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten