Di 30-04-2024 Olite - Villafranca 29 km 08:10-15:20 zon
Na 7 km ben ik bij de autoweg AP-15. Die is al kilometers ver te horen. Na 10 km en 2 uur lopen, het is inmiddels 10 uur heb ik trek in een dubbele boterham. Die ga ik lekker in de berm tussen de klaprozen opeten.
Onderweg heb ik veel gedacht aan wat er vanochtend gebeurde. In het hotel kon ik om half acht nog geen ontbijt krijgen. Ik zou nog een half uur moeten wachten, waar ik geen zin in had. Buiten gekomen loop ik naar de pinautomaat om wat geld te tappen. Een Latijns-Amerikaanse man doet dat na mij ook en hoort mijn vraag aan een andere man of er in de buurt een geopende bar is waar ik ontbijt kan krijgen. De LA-man antwoordt, dat hij daar toch heengaat en ik kan meerijden. Hij zet aardig de pas erin en ik vraag hem vanwege mijn rugzak ietsje rustiger te lopen. In de auto rijdt hij met een stevige snelheid naar de rand van Olite, daar waar ik gisteren binnenkwam. En inderdaad een geopende bar. Hij bestelt koffie, ik ook en een glas water en een tostada. Hij kijkt op zijn horloge en zegt dat hij om acht uur moet beginnen. Hij repareert transportbanden. Mijn tostada laat op zich wachten. Bovendien had ik in de auto gevraagd of hij me gezien de toch al vele kilometers die ik vandaag moet lopen, weer in het dorp wil afzetten. Hij rekent af en drentelt richting uitgang. Dan slaat de vrees en het wantrouwen toe: hij zal er toch niet zonder mij van doorgaan? Dan is mijn looptocht wel verkeken, want mijn rugzak en wandelstokken liggen nog in zijn auto. Maar hij komt aan mijn tafeltje en zegt, dat ie ook mijn koffie en tostada heeft betaald. Uiteraard wil ik hem terug betalen, maar daar wil hij niets van weten. Juist ik wilde zijn koffie betalen, als dank. Hij brengt me zelfs terug naar het centrum en wenst me buen camino. Ik schaam me diep om mijn wantrouwen. Is dit Nederlands, aangeleerd door schade en schande? Je kunt bij ons je fiets of E-bike niet zonder twee sloten achterlaten als je even gaat winkelen of met de metro naar je werk gaat. Wat zou de wereld toch een stuk prettiger zijn als diefstal, roof, inbraak, en noem-maar-op er niet zou zijn. Laat iedereen eens gewoon voor z'n geld werken, en daarmee bedoel ik: werk dat bijdraagt aan de verbetering of ondersteuning van de maatschappij in plaats van de ontwrichting ervan.
Ik loop kilometers langs tarwevelden. De wintertarwe is al van het veld gehaald, de gele strostoppels staan er nog, en op andere stukken land is de zomertarwe al voorzien van aren. In de lucht zweven arenden op de thermiek van de opgewarmde lucht die langs het heuvels omhoog schiet.
Ik besluit toch even voor een lunchpauze naar Marcilla te gaan. Dat is omlopen, maar even zitten met een kop koffie en een bocadillo is ook niet verkeerd. Wat ik wel verkeerd doe, is twijfelen over de te nemen omweg en daardoor loop ik onnodig veel extra meters. Ja, dat kan gebeuren. En uiteindelijk vind ik het ook teveel om, om naar de dorpskern te gaan. Dus ben ik uiteindelijk voor niets opgelopen. Alhoewel, ik heb wel een groep mensen op het land plantjes zien planten. Ze gooiden telkens één plantje in een buis en drukten de buis dan in de grond.
Na Marcilla zie ik voor het eerst weer een teken van de camino, nog 752 km. In eerste instantie begrijp ik niet, hoe de routeplanner van de camino je wil laten lopen. Ik vraag aan een werkman, waar de toegang tot het viaduct is. Hij geeft aan 200 m terug.
Levensgevaarlijk om als routeplanner van de camino mensen over een smal viaduct zonder looppad te sturen. Het verkeer raast langs me. Zeker bij vrachtwagens voel ik de winddruk. Gelukkig wijken de bestuurders wel uit, maar toch. Hier moet een andere route voor komen. Na het viaduct mag ik nog 2 km langs deze weg lopen. Daarna gaat het secundair naar Villafranca.
Bij het treinstation aangekomen, vraag ik, puur om mijn Spaans te oefenen, aan een prettig uitziende jongedame waar het hostal El Corzo is. Ze kijkt op Google Maps en zegt me hoe te lopen. Om het spoor over te komen is een hoge loopbrug aangelegd. Ik kan kiezen om trappen te nemen of de lift. Gezien mijn lichamelijke staat kies ik dit keer voor het laatste. Daarna is het nog een paar minuten lopen.
Eerst kan de vrouw achter de balie mijn boeking niet vinden. Ze belt een ander. En dan, ja hoor. Ik krijg de sleutel van kamer 12.
Als ik 's avonds in het restaurant wil gaan eten, is alles donker. Dan maar naar het dorp. Ik kom in een Turkse zaak en bestel een durumrol met patat en een pils. Wat ik van de rol overhoud, neem ik mee voor morgen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten