Signy-l'Abbaye - Château-Porcien 26 km 8:40-16:15 zon
'Bien dormi?', vraagt Alain. Als een roos. We eten weer hetzelfde brood met nog meer moeite en zonder bord. De honing lekt door mijn brood heen op tafel, het wordt een zooitje. Alain doopt zijn brood in de koffie, bang om z'n tanden te breken. Hij lispelt een beetje, slikt de laatste letters in, en is daarom soms lastig te volgen. Nee, dan gisteren die knaap in de Mediatheek, die kon zo voor de klas, wat een perfecte uitspraak.
Bij de bakker zegt een echtpaar dat ze ook de route doen met de caravan. Eigenlijk hetzelfde recept als Alain met zijn kompanen volgen: caravan vooruit rijden, terug met de bus of liftend, en dan het stuk lopen. Ze waren de weg bij Namen kwijt geraakt, boven in de heuvels en daar was het ook nog eens steil. Ik zei dat de echte route gewoon beneden langs de rivier loopt. 'Oh', zegt ze verbaasd.
Alain komt op z'n pantoffels en in z'n pyama mij nog een vergeten kaartmapje brengen. Dat heb je als je adressen uitwisselt en nog een foto maakt.
Een uur later ben ik Lalobbe, over de weg. Ik zit op een bankje in de Grande Rue, de enige andere straat is kleiner, mijn koffiemaaltijd te nuttigen, alleen de koffie ontbreekt. Bij het opstarten doet iedere keer de aanhechting van mijn rechter grote teen zeer. Daar zit een behoorlijke schuurwond, die door het vocht en het schuren maar niet wil helen.
'Goede reis', roept een Nederlands echtpaar voor een blauw Pipo-huisje met veranda. In Wasigny staat een mooi monument voor de gevallenen in la Grande Guerre. De tweede leeft hier nauwelijks.
Er hangt een zonnewijzer die even na tien aangeeft, terwijl het op mijn horloge 11 uur 50 is. Klopt dat dan wel? Ja, dat klopt! Waarom klopt dat dan? Nou, we zitten hier feitelijk in de West-Europese tijdzone, terwijl we de klokken op de Midden-Europese tijd hebben gezet. Maar de echte zonnetijd op deze plaats is echter 45 minuten vroeger en het is zomertijd. Voila, 1 uur en 45 minuten verschil.
Aan de bordjes van St. Jacques te zien, zit ik weer op het rechte pad.
Even water vragen. Drie werklieden zitten te lunchen. Ze zijn bezig met het opknappen van een vakwerkhuis. Het werk is nog wel goed, maar aan de vakken moet nog worden gewerkt. Ik vraag of ik even mijn brood mag eten. Ga zitten. Weer de bekende vragen. Pastis? Hé, die heb ik nog niet gehoord. Niet te veel, want ik moet nog een stuk lopen. Wel lekker trouwens. Nog een koffie? Ik zeg geen nee. En zo ga ik gelaafd en gevoederd weer op pad.
Een wegwijzer van St. Jacques geeft de directe weg naar Hauteville aan, daarmee snijd ik de omweg via Sery mooi af.
Koekkoek. Hij zal toch niet helemaal uit Nederland zijn meegevlogen?
Even achterom kijken. Rechts wordt links, en omgekeerd. Die paarse bloempjes, daar bij die klaprozen, stonden die daar net ook al? En die kamille, niet gezien. Dat ik die grote grasrollen achter die koeien ... je moet toch wel blind zijn.
Dat gebeurt ook in het dagelijks leven. Achterom kijken kan geen kwaad, het kan je blik op iets danig veranderen. Vanuit dit standpunt zie je ineens dingen, die zojuist verborgen bleven. Je kon er misschien zelf niets aan doen, je werd misschien verblind door iets. Had je wel gelijk in die woordenwisseling? Dat argument was toch eigenlijk niet juist. En ja, nu begrijp ik zijn of haar woorden ineens veel beter.
Nog 2450 km naar St. Jacques zegt een bord.
Château-Porcien is een kilometer verder, zegt een wielrenner. Ik woon daar en bij de Mairie kun je de sleutel vragen voor de gîte. Dat is een mooie meid achter de balie. 'Comme il fait chaud, hè?' Zeg dat wel, ik krijg het in ieder geval nog warmer. Ik ben een pelgrim, dat zag ze zo ook wel, en u heeft de sleutel van een gîte voor pelgrims heb ik gehoord. Ze glimlacht, toe maar, ik heb altijd al een zwak voor franse mademoiselles gehad en nu dit ook nog. Ze overhandigt me een stukje papier met daarop het adres en de sleutelcode. En weer die ... Pffft.
De gîte is een ruimte van 2 bij 4 meter. Er staan twee bedden in en nog eens twee onderschuifbedden. Verder is er een wc en douche. Een tent heeft minder.
In de plaatselijke kroeg kon ik wel wat eten, kreeg ik onder een pilsje te horen. Een pelgrimsmenu: stukjes vlees en vis met tomaat en sla, aardappelen gratiné met rosbief en een stukje vlaai toe. Nee, fromage is de enige smaak waar ik niet van houd. Ze kijkt verbaasd, een Nederlander die, ja die bestaan al bijna 58 jaar.
Terug in mijn hok werk ik eerst een horde vliegen naar buiten, en met degeen die niet vrijwillig gingen, ga ik een persoonlijk duel aan. Om het donker te krijgen hang ik een van de lakens voor de deur. Aan het geluid van de voorbij scheurende auto's en brommers kan ik niets doen. Dat stopt echter vanzelf.
Net als ik wegglij, hoor ik geklop op de deur. Het zal toch niet die mademoiselle van de Mairie zijn in een opwindend ... Droom maar lekker verder Caesar.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten