dinsdag 16 juni 2009

Françoise Hardy

Tienen - Les Bosceilles 31 km 8:30-17:45 zon

In de grote kerk op het plein brand ik een kaarsje voor broeder Bert. Vandaag krijgt hij een dotterbehandeling. In gedachten ben ik bij hem. Ik hoop dat hij de kracht voelt.
Martin brengt me lopend naar de buitenkant van Tienen en geeft aan dat er een fietspad loopt van Hoegaarden naar Namen. Na wat gevraag en een paar kilometer ligt daar een prachtig fietspad van eerst betonnen platen en later strak asfalt. Hans dit kun je als voorbeeld nemen en Eric, bijna zonder paaltjes, 40 km lang!
´Bon courage, monsieur´, zegt een oudere dame, die me doet denken aan koningin Fabiola, na een babbel. Ik volg de Ravel, het fietspad, dwars door de natuur, heel af en toe onderbroken door een weggetje. Saai, veilig, geen gezoek, en met het zonnetje op mijn hoed begint het erop te lijken.
Vanaf nu gaat alles in het Frans. De taalgrens is gepasseerd. Het lijkt wel of deze Belgen ineens geen Nederlands meer kennen. Bonjour, hier, daar en overal. In Jodoigne hangen negen mannen als een trapezeact een hoogspanningsmast te ontdoen van roest. Het geluid draagt ver.
Bij de kerk in Eghezée vraag ik een vrouw naar de curie. Of ik heb haar niet goed begrepen of zij heeft het mij niet goed uitgelegd, in ieder geval sta ik twintig minuten later weer voor haar deur. Zo kom ik wel aan mijn kilometers. Afijn, de curie blijkt niet thuis. Hij is bij zijn confrère die een ernstig accident heeft gehad. Hij kan me niet ontvangen, maar ik kan in Leuze (4 km verderop = 1 uur lopen) in het kapelletje slapen. Dit alles hoor ik van een meisje in de bloemenzaak naast het huis van de curie. Ze is zo vriendelijk geweest hem te bellen en toen ik hem niet goed verstond, hij praatte heel zacht en de muziek van Enya stond er doorheen, deed zij het woord. In Leuze is het kapelletje natuurlijk dicht. Ik had het kunnen weten. Huis ernaast, aanbellen, niemand thuis. Als ik in de deuropening van de tegenoverliggende bar sta, komt een knaap op me af. Ja, ik wil de sleutel van het kapelletje hebben om er te slapen. Ik ben bekaf. ´Mijn vader is ook pelgrim en hij heeft een sleutel´, zegt hij. Die bleek echter later van het kerkje in Les Bosceilles, een plaatsje verderop, te zijn. Hij rijdt me naar zijn vader. Als die hoort dat ik een pelgrim ben, wordt hij dolenthousiast. Slapen doe je hier, en je zult wel honger hebben, we gaan net aan tafel. Nog niet binnen of hij laat mij al een fotoboek zien over hun ervaringen met de ezel en en wagen. De kinderen toen nog klein, zijn meegegaan, ook op de wagen zittend. Omdat zijn vrouw de eerste twee jaren vanwege een ziekte niet meekon, doen ze deze etappes met z´n tweeën over. Misschien komen we elkaar nog tegen op weg van Reims naar Vezélay.
Victor gaat over in het Nederlands of wat daarvoor doorgaat. En z´n dochter die onderuithangend op de bank vanuit de verte het gesprek volgt en die toevallig voor het onderdeel Nederlands van haar secretaresse-opleiding deze week examen heeft, verbetert hem regelmatig. Hij kan mijn Nederlands echter niet volgen, dus ik spreek Frans. Het moet toch niet gekker worden. We praten de hele avond. De zojuist voor zijn verjaardag gekregen fles Bordeaux gaat eraan. ´Victor, monsieur est fatigué. Il veux baigner. Les patates sont froids´, zegt zijn Marylène telkens, maar het enthousiasme van Victor is niet te stuiten.
Na een douche rijdt hij me nog een stukje rond en laat me het startpunt van de Ravel voor morgen zien. Bij het huis van een oude vriend stopt hij, de autolichten branden nog. En met Victor, die de autosleutels is gaan halen, komt ook de oude man naar buiten. Nieuwsgierig. Zijn vrouw is zojuist opgenomen. Hij vraagt belangstellend en wenst me goede reis.
Om half elf ga ik naar bed. Net als ik lig, vleit Françoise Hardy haar hoofd op mijn borst en zingt me naar hoger sferen. Dat heb ik al tijden niet meegemaakt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten