Trépail - Châlons-sur-Marne 18 km 8:10-15:00 zon
Driekwart stokbrood, een pot zelfgemaakte jam, een klont boter en een immense kom koffie, waarin een goudvis opgaat voor zijn diploma rugslag, staan voor mij op tafel. Mijn ontbijt. Viviane kijkt toe en babbelt wat, ze heeft al gegeten. Ik vraag haar een bord om dat geknoei van een paar dagen geleden te voorkomen. Na het eten nog even een foto en een stempel. Haar zoon staat zijn machine klaar te maken voor een nieuwe werkdag. Als ik een paar straten ver ben, staat hij ineens met zijn auto naast me. 'Is deze handdoek van u?', vraagt hij met in zijn hand een grote badhanddoek. Ik antwoord van niet. Zo'n handdoek weegt veel te zwaar en blijft dagenlang nat.
Ik ga rechtstreeks naar Ambonnay en Condé, en snijd zo een forse lus af. Tussen de wijnstokken zijn veel mensen aan het werk. Ze knippen de uitlopers af.
Bij Condé komen er steeds meer percelen met graan. In het kanaal ligt een boot uit Groningen. Een man is bezig het dek van hout te voorzien. 'Voor de sier', zegt hij, 'en het houdt de warmte weg.' Het is een vrachtboot maar dan gebouwd als woonboot. Daar kun je mee thuiskomen.
Wat is die GR toch slecht aangegeven. Het loopt lekker langs het kanaal, maar ik loop wel aan de verkeerde kant met mijn gedachten op nul. Wat een foeilelijke silo's bij die prachtig strak gestyleerde kerk. Hè, Tours, ben ik in Tours? Sufferd, je hebt niet opgelet, je wist dat je aan de verkeerde kant liep en aan de zon had je het ook kunnen zien. Ik heb dus vijf kilometer de verkeerde kant op gelopen en ik heb geen zin om van deze dag de langste te maken. Ik houd een wagen aan, jonge dame erin, kan gebeuren, trek kennelijk een uiterst vriendelijk gezicht, want even later zit ik naast haar en brengt ze me naar Athis. Dat ligt aan de grote weg naar Châlons en daar maak ik meer kans op een lift. Ze heeft geen tijd om mij te brengen, verontschuldigt ze zich.
Ik loop naar een bushalte, anderhalf uur wachten op de volgende bus, dumpie omhoog, velen rijden voorbij of maken een vreemd gebaar. Nu dus geen mooie jonge vrouw met zonnebril in een dikke auto, die spontaan haar diensten aanbiedt. Na twintig minuten duimen stopt er bedrijfsauto. Ja, naar Châlons. 'Stap maar in', zegt de man vriendelijk. Ik ben inmiddels wat minder Rooms geworden en laat me niet bij Vaux afzetten om alsnog het restant naar Châlons te lopen. Het zou tenslotte een eind omrijden zijn voor die man en de auto is lekker koel door de airco. Ik vraag of hij een zaak weet, waar sportkleding wordt verkocht. Hij zet me af bij een LeClerc magazijn in een buitenwijk van Châlons. 'Wilt u uw rugzak hier afgeven', vraagt de bewaker. 'Nou graag', zeg ik. Geen broek. Dan maar naar het centrum, nog een aardig eindje hier vandaan.
Een broodje kebab, daar heb ik wel trek in. Direct heb ik contact met een paar Marokkaanse jongemannen. Ze vinden het een reuze prestatie en hebben veel bewondering. Ik vertel over de sportbroek die ik wil kopen, blijkt een van hun in zo'n zaak te werken. Rijd maar mee. In Nederland zijn veel coffeeshops, hè? Ze zijn er wel eens speciaal voor naar toe gegaan. Een kwartier later sta ik aan de andere kant van Châlons in een mooie sportkledingzaak. Weer dezelfde bewondering. Alleen? Vier maanden lopen? Geen broek. Mijn collega brengt je wel even naar een andere zaak. Een hele, hele grote sportzaak, geen afritsbroek. Voor de Notre Dame word ik afgezet. Wat nou rot Marokkanen?
Oude dames in de Notre Dame ontvangen me. Het is drie uur. Ze hebben wat adressen in de stad voor pelgrims. Ik beland in de jeugdherberg, die pas om zes uur open gaat. Dan ga ik maar even mijn weblog bijwerken in de bieb. Tarief 3 Euro per uur. De dame achter de balie schijnt voor het eerst een computer te moeten vrijgegeven, want ze leest de instructie uitgebreid, en het duurt en duurt. Ik ga maar even wat drinken halen. Uiteindelijk krijg ik een code die ik op de 2e verdieping moet afgeven. Daar dacht de vrouw achter de balie dat ik een boek zocht, wat zij aan de hand van de code natuurlijk niet kon vinden, maat ik had echt duidelijk gezegd dat ik op een computer, ordinateur, wilde werken.
Hoe kan dat nou? Ik kan niet bij mijn weblog, op het scherm verschijnen meldingen dat blogger overgenomen zou zijn. Er blijkt meer niet te werken, de toegang tot internet is behoorlijk dichtgetimmerd. Even mijn inmiddels abeaz, allerbeste eeuwig aanstaande zwager, Charles gebeld om te vragen of hij er wel bij kan. Ik zal het aan hem vragen, zegt mijn zus, hij is nu niet thuis.
Na een half uurtje typewerk wordt ik er ineens uitgegooid, die muts, ik krijg een nieuwe code en begin weer vrolijk.
Ik blijk de enige gast in de jeugdherberg. Later komen er nog twee Marokkaanse jongemannen Ahmed en Ismael, wat heb ik daar toch mee, bij die vanuit België naar Marokko fietsen. Ze zijn vier dagen onderweg en voelen hun benen behoorlijk. Het is natuurlijk wel een prestatie.
Tijdens het avondeten belt Charles me dat hij wel toegang heeft en een backup heeft gemaakt. Een pak van mijn hart, want ik zie me niet even een nieuwe blog opzetten.
Simon is weer naast me aangeschoven. Achter hem zit een stel constant te mobielen, dan de een, dan de ander. Het lijkt mij ontzettend gezellig. Vroeger liep ik wel eens weg als een collega de telefoon opnam als ik met hem aan het praten was. Waarom gaat een telefoon toch voor op iemand die tegenover je staat? Vreemd en onbeleefd.
Daar, nog zo'n stel, en maar spelen met dat ding. Zet dat ding toch af en praat met elkaar. Simon loopt bedroefd weg.
Hoog in de lucht zijn enkele tientallen, later honderden, zwaluwen bezig insecten te vangen. Zouden ze hun snavel steeds opendoen als ze een vliegje zien of constant openhouden, zo van vlieg er maar in. Dat laatste deed de Herald of Free Enterprise ook met fatale gevolgen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten