donderdag 18 juni 2009

Simon Carmiggelt

Namen

Even, twee uren, mijn weblog bijwerken. Dan nog de voordeurbel repareren. Handig als je ooit een vak hebt geleerd.
De Citadel ligt op het punt waar de Sambre de Maas instroomt, heel strategisch. Bij de antiquair hangt een schilderij uit 1939 van Albert Dandoy. Het toont de Marché voor de St. Aubain Kathedraal, huile sur toile, olieverf op doek.
De straten zijn goed gevuld, veel studenten. Het studiejaar loopt ten einde en de colleges worden schaarser. Namen is een universiteitsstad, alhoewel je niet alle studies volledig kunt volgen. Voor je master degree moet je dan naar Brussel, Luik ...
Rond half één beland ik in de St. Aubain Kathedraal en enige gelijkenis met de kerk op het doek valt niet te ontkennen. Het hoeft ook geen exacte kopie te zijn, zou broer Henk zeggen, want het is kunst, het is een impressie. Maar volgens mij kun je schilderen of niet. Escher deed het ook exact.
Bij het beeld van Jezus voeren twee priesters hun riten uit. Telkens een belletje, af een toe een gebed, dan weer wordt het achterpand van de mantel van de voorganger door de andere opgehouden. Een vrouw draait met haar lichaam, terwijl ze gespannen het schouwspel volgt. Om één uur is de voorstelling afgelopen. Bepaalde gebruiken kan ik begrijpen, maar ik vond hier een te hoog showgehalte inzitten. Ik zie het toch niet gebeuren, dat mijn chef tussen de middag een preek houdt om de arbeidsmoraal op te vijzelen terwijl ik af een toe een belletje rinkel en het rugpand van zijn jasje ophoud. Zou hij misschien wel willen. Hoe kan zoiets toch ontstaan? Daar zal ik eens proberen achter te komen.
Ik vraag na afloop een priester om een tampon, een stempel, in mijn Crédencial, mijn pelgrimspas. We spreken buiten af en als hij verschijnt zonder priestergewaad, zeg ik: ´Zo, u bent een heel ander mens zonder die priesterkleding.´ Pratend brengt hij me naar de administratie, waar ik een stempel krijg.
Bij de Turk eet ik een döner kebab. In de zaak zitten twee heren, bebrild, de één kalend, de ander een bruine terlenka broek, een zakenlunch te nuttigen. Op een paar hoge krukken zitten twee mannen op een bestelling te wachten. Er komt een stelletje binnen, gewone jongen met een oosters uitziend meisje, een plaatje. Achter me wordt het steeds voller aan een tafel met studenten. Waar betalen ze dat toch van? De jongen heeft meer oog voor zijn mobiel dan voor het plaatje. Ik zou mijn mobiel maar even met rust laten. Achter me geen onvertogen woord, geen geschreeuw. Zo kan het dus ook. De zaak is in verschillende tinten roze geschilderd. Het plaatje glimlacht tegen de jongen, die zijn mobiel toch maar opbergt.
Ik lijk Simon Carmiggelt wel. Nog even zit dadelijk ook voor de televisie een kronkel van de dag voor te lezen. Al kom ik daarvoor waarschijnlijk te weinig in de kroeg.
Ik slenter terug langs de kade waar we jaren geleden met mijn schoonouders en hun boot aangemeerd lagen, met uitzicht op de Citadel. De boot uit Schoonhoven ligt er nog. De pomp is nog niet gerepareerd, daar is het wachten op. Vrijdag misschien. Aan boord drink ik een drankje. De man is zelf schipper geweest met een eigen boot, kolentransport uit Duitsland naar verschillende kolencentrales in Nederland. Daarna in de sleepvaart en baggeren in het Midden-Oosten. Zijn opa was ook schipper met een eigen zeilboot, turf en aardappelen vanuit Drente naar Amsterdam. Als er geen wind was, mocht zijn vrouw het jaagpad op, trekken. Ja, dat waren nog eens tijden dames.
De schipper is van gereformeerde huize. Hij vond het vroeger bij de katholieken veel fijner, want die waren veel vrijer. We praten over vroeger en over immigratie, moskeeën, islam, Marokkanen. Hij heeft het zien gebeuren in Amsterdam.
Altijd leuk om even bij een sluis te kijken. Sluis laten vol- of leeglopen, deurtje open, bootje erin, sluis laten leeg- of vollopen, deurtje open, bootje eruit. Simpel, maar als een sluis in de zomer afgeladen is met bootjes, worden de echtelijke vetes beslecht. Ik heb er menig maal van mogen genieten. Ga maar eens naar de sluizen van Muiden. Twee stuks, groot terras, dubbel plezier.
Daar komt nog een zandboot aan met drie vrouwen, type Kenau. Eén staat het gangbord te schilderen en spoelt het zand van haar voeten, een ander gilt naar haar en de derde hangt achter het stuur. De naam van de boot? Hellboy!

3 opmerkingen:

  1. Inderdaad, net Carmiggelt.

    Weetje : Symbool van deze pelgrimage is de Jacobsschelp, de schelp staat voor het vrouwelijk geslachtsdeel, voor vruchtbaarheid, geboorte en wedergeboorte; Venus in het schilderij 'De Geboorte van Venus' van Botticelli stijgt op uit een Jacobsschelp.

    Jan, ga zo door, leuke verhalen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. He Jan, ik geloof, dat ik blond ben geworden, want ik probeer al 3 x een reactie te plaatsen.
    Zojuist even GR 654 gegoogled. Veel info, o.a. een site wandelen-met-martin.nl
    Hij heeft foto's geplaatst. Leuk om te zien waar jij je nu bevindt, gaat het nog meer leven, samen met jouw verhaal. groetjes, Ineke

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Haha zelfs alleen kun je nog genieten van de doner kebab, heel goed dad! Heb m gister ook nog op :D

    Veel plezier!

    BeantwoordenVerwijderen