Apinac - Retournac 29 km 7:20-16:45 bewolkt, zon
Het wordt vandaag een zware etappe met veel stijgen en dalen, en nog lang ook.
30 juli, onze huwelijksdag, al zo lang geleden, hoe houdt een mens dat vol? Ja, dat vraag ik me ook wel eens af.
Dit is de tweede dag op rij, dat voor acht uur het zweet me in de bilnaad loopt. Als je dit pad met een buggy oploopt, wordt het kind nooit meer wakker.
Er komen twee tegendraadse lopers me tegemoet. Ze gaan naar Montarcher. Voor de reparatie van mijn schoenen, mijn linker is wat afgesleten, moet ik bij een cordonnier zijn. Het beste in Le Puy. Ook hier staan in de tuinen van die prachtig diepblauwe hortensias.
Ik loop door het berenbos. Charlotte lazen we vaak voor uit het boekje 'Grote beer en kleine beer', ontroerend leuk. Als ik met haar halfsoezelend op mijn schouder door de kamer liep, leken we wel wat op hun. Charlotte kon ook altijd zo lekker op mijn borst slapen, als ik na het fietsen even op de bank lag. Het is lang geleden.
Bij Eclunes-Basses gaat het van rivierniveau steil omhoog. De helling is 20% en overal liggen puin en boomstammen. Hier moet je niet zijn als het regent. Een oud tanig mannetje staat op uit zijn werkhouding. Courageux, c'est très courageux, monsier.
Valprivas is een aardig plaatsje. Een landmeter staat wat percelen op te meten. Een stel heeft het schelpje gezien, St. Jacques?
De l'Andrable mag ik twee keer oversteken. Het is een stroompje van niets, maar ik moet er 200 meter voor naar beneden en weer naar boven. Was de vorige helling al zwaar, deze is HC, Hors Category, Buiten Categorie. Daarvoor hebben ze bruggen uitgevonden. Escher wist er ook wel raad mee. Die laat kevers op een eindeloze trap omhooglopen of juist dalen. Ik zou wel weten welke richting ik zou nemen, maar hier heb ik geen keuze.
In de wei staat een bad met een mengkraan. Ik krijg ineens visioenen.
Eindelijk, daar is Retournac. Ik loop direct een pharmacie binnen voor een middel voor mijn grote teen. Die is nog steeds niet genezen. Als dit zalfje niet helpt, dan moet u echt naar de dokter, bezweert de apotheker mij.
Nu nog het dorp door, de rivier over, en daar staat het hotel Le Beau Rivage. Ik heb niets met hotels, want je kunt er alleen slapen. Voor mijn maaltje moet ik naar een restaurant. Ik plof na de douche bekaf op bed, echt kapot ben ik. Dit was een loodzware dag en ik moet er niet aan denken dat het had geregend.
In het dorp klinkt overal dezelfde muziek, jaren 60, voor mij als nostalgist best goed, maar van mij hoeft het niet. Een stel mannen speelt pétanque.
In het resaurant waar ik eet, zie ik Foxy. Aandoenlijk hoe hij me aankijkt. Nee, ik heb je niet ... Er komen steeds meer honden binnen, het lijkt wel een kennel. Op het biljart wordt gespeeld, een soort pool: 7 gele, 7 rode en een zwarte bal. Een man kan het aardig, een vrouw bakt er geen pepernoot van, maar de serveerster weet van wanten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten