zondag 12 juli 2009

Confit de Canard

Auxerre - Bessy-sur-Cure 24 km 7:50-15:20 regenachtig

Slecht geslapen, een paar muggen, maar ook door mezelf. De kamer is netjes, het bed goed, wc en badkamer niets op aan te merken. De aardige beheerder zit al vroeg achter zijn ordinateur, PC bedoel ik, hij moest vroeg zijn bed uit om een paar ontbijtjes te maken. Tot ziens.
Wat loop ik slecht. Mijn rechter wreef doet zeer en onder mijn knie gaat het ook niet helemaal goed. Eerst maar eens maar schoen wat losser doen. Wat is die wreef dik.
Nog een laatste blik op Auxerre, een stad om nog eens terug te komen. In een sukkelgang kom ik bij Vaux, waar ik de Yonne oversteek en er tot aan Cravant langs blijf lopen om mijn been niet onnodig in de heuvels te belasten. Het zat er al in: regen. En dat blijft zo tot Bessy. In Cravant spreekt een Italiaans stel me aan. Ze doen een kleintje Tour de France, Bordeaux, waar ze hun auto hebben gestald, via Auxerre en nog wat grote plaatsen terug. Wat hebben ze hun fietsen afgeladen met spullen, onverstelbaar.
In Accolay ga ik even bij een paar jongens onder een afdakje schuilen. Ik stel een vraag, één antwoordt in het Engels, en zij rennen weg. Zo erg stink ik nou toch ook weer niet. Het is een glibberig bospad door de regen, de brokstukken en klei zijn spekglad, en ik moet uitkijken dat ik niet onderuit ga. De wandelstokken helpen dat verschillende keren te voorkomen.
Bessy-su-Cure is langgerekt en de gîte is dan ook nog een eind lopen, nadat je de eerste huizen hebt bereikt. Nu de beheerder nog vinden. Een aanwezige vrouw helpt me daarbij, als het telefonisch contact mislukt. Ze gaat met de auto langs. Kan ik hier ergens eten krijgen, vraag ik, wetende dat er geen café of restaurant is. In Accolay was het restaurant net dicht en stonden de koks niets te doen, maar ze waren ook niet bereid om daar iets van te maken. Er is een crèperie, zegt de beheerster, tot zes uur open. Nou, mooi niet. En nu, een hongerige maag en geen eten, ja, een paar boterhammen. Onder een afdakje staan een paar oudere mensen te praten. Ik doe mijn verhaal, hongerige pèlerin, geen eten. Meneer zal wel even thuis kijken, terwijl ik met de oudere dame, 87 jaar, zegt ze, en haar hele leven hier gewoond, de tijd vol babbel. Hij komt terug met een blik Cassoulet de Castelnaudary au Confit de Canard, zeg maar eend in witte bonen. Er komt nog een vrouw met hem mee. Ze heeft een plastic zakje met brood, 4 eieren en een carameltoetje. Daarna hebben we het nog over Bessy, de ontbrekende winkel, en wegtrekkende jeugd. Merci beaucoup.
Bij de gîte staat de beheerster ook al met een pak macaroni en brood. Ik zal niet meer omkomen van de honger. Eerst even liggen, voor ik het weet is het zeven uur.
Terwijl de maaltijd staat te pruttelen, kan ik het niet laten om alvast een schepje van het carameltoetje te nemen. Dat smaakt. Ik eet mijn buikje weer rond. En terwijl ik dit schrijf, krijg ik nog een sinaasappel aangeboden.
Het is alweer een week geleden dat ik jarig was. Time flies when you're having fun.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten