Chablis - Auxerre 24 km 8:00-14:45 bewolkt
Gisteren heb ik al gekeken hoe de route uit Chablis loopt, langs de Mairie richting Milly. Daar ga ik om de heuvel heen in plaats van erover. Het is tenslotte ook gemakkelijker om rond de Eiffeltoren te lopen, dan er overheen te klimmen. In het Etang de Beine wordt gevist met drie- en vierloopshengels. Een man jaagt eenden weg in het Frans, ze verstaan het nog ook. Dat doet me weer aan Ger, de vogelaar, denken. Op een winterzondag gingen wij met een maatje van hem eenden beloeren bij de Oostvaardersplassen. Van jongsaf ken ik Donald, Katrien, Dagobert enzovoort, allemaal keurige witte eenden. Ook de pekingeend neemt na een familiair etentje een vooraanstaande plaats in, en de tafeleend in een braadslee vind ik een prima beest. Dat maatje begon met namen als smient, krakeend, duiker die-en-dat. Hij kwam bijna als hij weer een of andere zwemvogel in zijn vizier kreeg met een krulletje naar links, als het naar rechts had moeten zijn, of een vlekje op een plaats waar dat niet normaal is. Wij maakten daar natuurlijk bescheiden grapjes over, want je moet hem niet frusteren in zijn hobby. Ook had hij een kijker bij zich, waarmee je een vlo op de maan kon zien dansen.
Hoe ver zou Albert al zijn? Nog een week te gaan, dan moet hij er zijn. 23 juni ontmoetten we elkaar in Rocroi, dat is alweer 18 dagen geleden. Dan zit ie nu al dik in Spanje.
In de verte zie ik Auxerre al. Daar ligt een molletje op zijn rug, dat lijkt mij niet goed. Hij is ook wat uitgedroogd, hij zal wel vergeten zijn te drinken.
Hé, waar is mijn bril? Niet in mijn broek- of jaszak, waar ik hem altijd stop. Nergens, ook niet in mijn rugzak. Hoe kan dat nou, ik kijk altijd de plaats na als ik weer opsta. Heb ik hem bij het verhangen van mijn rugzak uit een van mijn zakken geschud? Wel balen, want zonder brilletje wordt de route misschien wel erg lang. Gelukkig ga ik naar Auxerre en niet naar Nergenshuizen. Daar zal wel een opticiën te vinden zijn.
Bij Egriselles kies ik een verkeerd pad om rechtstreeks in het centrum van Auxerre te belanden. Vanuit mijn standpunt leek het pad daar recht op af te stevenen, maar naar een kilometer kwam de knik naar links. Dat wordt teruglopen.
LeClerc verkoopt geen leesbrilletjes, maar de opticiën een stukje verderop wel. Een jonge dame met kittig brilletje, verplicht door haar baas, helpt me aan een leuk trendy brilletje à raison van 14 Euri. Het Office de Tourisme verwijst me naar La Maison des Randonneurs. Het is een hele klim om er te komen.
Auxerre heeft een oude kern met een paar geweldige kerken, zandsteen, de beelden zijn behoorlijk afgekloven. Dat zie je in meer steden. In Reims werden aan de Notre Dame alle beelden gerestaureerd. Hier staat alles in de steigers en daar blijft het bij. Het kost natuurlijk ook een vermogen. Ik weet een oplossing: giet al die beelden in weer- en UV-bestendig plastic, dan ben je van dat gerenoveer af. Het gaat toch om de afbeelding, niet om het materiaal? Ho, ho, Jan, wat zeg je nu? Kunstbarbaar! Weet je hoe ze van de oude beelden nieuwe maken? Juist, met behulp van 3d-scans en machinaal. Voor de afwerking mag er dan nog iemand wat aan beitelen. Wat nu, kunstbarbaar? Trouwens, ik dacht, een Duitser heeft een procedé ontwikkeld, waarbij de beelden worden geïmpregneerd om ze tegen weersinvloeden te beschermen.
In de Yonne liggen heel wat plezierboten ook een paar uit Nederland. Even een praatje. Hij spreekt Engels op een boot uir Groningen. Dat kwam ik bij Rocroi ook al tegen. Er ligt een grote catamaran, een soort waterbus, slagzij in het water. Mijn schoonvader heeft wel een zo'n geintje gehad met zijn boot, toen er in de winter een afwateringspijp kapot gevroren was. Langzaam stroomde met de dooi het water via de machinekamer het schip binnen. Je kon de waterlijn altijd zien.
Ik zit op een terrasje Simon te spelen, pilsje voor me. De mensen hier zijn weer een gezonde mix van leuk, sportief, vlot, knap en wat minder. In Tonnerre waren het vaak paupers, vadsig en lelijk, armoe troef. Het lijkt wel of het elkaar aansteekt. Aan een tafel zit een groepje Marokkaanse jongens en meiden, ze hebben lol en af en toe gaat er onhandig een glas om. Een tafel naast me wordt bevolkt door twee mannen: één draagt een roze overhemd en grijze broek en heeft een ragebol zwart haar. Hij doet me denken aan een dorpsgenoot. Het lijkt mij geverfd. Nu ik goed kijk, heeft zijn tafelgenoot ook een hennaspoelinkje of toupet. Een stukje verderop zit een man met een Ted de Braak snor, Glaasje Madeira, my dear?, en bovenop een toef verwaaid haar. Een man moet even laten horen dat ie een Carrera heeft.
Ik kom in een Marokkaans eethuis terecht, mooi ingericht, borden voorzien van drie hanen in goud, zwart, rood en blauw, de typische muziek met die jengel, die wij niet kennen. Achter me wordt de barbecue aangejaagd met een föhn. Ik doe het buiten meestal met een voetpomp, maar dit is ook een manier. De bediening is charmant, het eten, cous (twee keer) goed, en mijn buikje na afloop vol. Een glimlach van die opmerkelijk gevormde ronde lippen maakt mijn avond compleet.
Van de Maison-beheerder mag ik nog even mijn weblog bijwerken. Welverzorgd Maison, mijn complimenten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten