dinsdag 14 juli 2009

Gitaarmuziek

Vézelay - regenachtig

's Nachts heeft het urenlang geonweerd en kwam het water met bakken uit de hemel. Ah, prikt er in mijn slaap ineens een beest op een plaats waar een man dat liever niet heeft. Wat doet dat zeer. Het is aardedonker in de kamer en mijn kamergenoot is in diepe rust. Hoe komt dat beest daar en beter, hoe kom ik er vanaf? Ik knijp hem dood en probeer wat betadinezalf te pakken om op de steekwond te smeren. Wat een gepiel. Waarom ik, waarom nu?
Mijn kamergenoot blijkt een Engelsman, die een voorliefde heeft voor talen. Hij spreekt behoorlijk Nederlands. Hij loopt een stukje van de route.
Wat een baggerweer, regen (3x). Als het wat droger is, ga ik naar boven, dezelfde weg terug naar de opvang van Ste. Madeleine. Ik heb eerst even gebeld of het goed is, als ik om elf uur aanklop. Bij aankomst zie ik waarom het vannacht vol was: een grote groep jongeren staat in de poort.
Na een opfrisbeurt, wat rusten en eten, wil ik de baseliek gaan bekijken. Zover komt het niet, want uit een ateliertje hoor ik gitaarmuziek. Ik ga naar binnen en het klikt meteen. Wil je spelen? Mooie gitaar, goed geluid, fijne toets. Mijn vingers zijn wel wat stram na ruim een maand zonder snaren. We spelen om beurten, Denis is meer klassiek gericht, en ik doe wat finger picking. We hebben groot plezier met elkaar. Koffie erbij. Er komt een man met een grote baard binnen. Die kan goed zingen, heel laag. En even later staan we driestemmig uit te halen. Fantastisch gewoon. Als er later wat mensen binnenkomen om schilderijen te bekijken, speel ik wat op de achtergrond. 'Zo gaat het heel vaak', zegt Denis, 'ze zeggen dat ze terugkomen, maar dat doen ze nooit.' Het is moeilijk het hoofd boven water te houden, want de schilderijen die hij verkoopt, gaan weg voor nauwelijks meer dan de materiaalprijs. En hij kan fraai schilderen. Kennelijk lijdt er niet onder, hij is vrolijk. À demain.
Ik wil de baseliek nog even zien. De jonge vrouw staat weer achter de balie. 'Speelde jij daarnet?', vraagt ze. 'Morgen weer, dan neemt hij nog een gitaar mee en spelen we met z'n tweeën.' Als ik de basiliek verder inloop herken ik de gids, de jonge vrouw met dat lachende engelengezicht, uit Reims. Ik doe snel een rondje, morgen meer.
Marjolein belt, het gaat weer beter en ze heeft geen Mexicaanse griep. Pak van d'r hart, anders had haar vakantie misschien wel in duigen gevallen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten