Bragelogne-Beauvoir - Tonnerre 29 km 8:05-15:15 bewolkt/zonnetje
De hond begroet me als ik brood ga halen. Zo kan het dus ook in plaats van dat agressieve geblaf. 'Bij de Mairie linksaf', zegt de vrouw van de chambre, 'bon voyage.' Aardig mens.
Het is een saaie loopdag, ik kom niemand tegen, nou ja een man op een tractor en drie debatterende mensen, waarvan geen bonjour vanaf kan.
Een dik muisje glipt voor me het hoge gras in. Een paar honderd meter verder trap ik bijna een adder op zijn staart. Die twee moeten elkaar niet tegenkomen, want dat kan een verwoed gevecht worden. Het wordt steeds donkerder en de wind trekt aan. Een paar donderslagen, gelukkig achter me. Het landschap wordt steeds rimpeliger, verre uitzichten met prachtig Hollandse luchten, ook hier! De eindeloze velden graan zijn deels al gemaaid en het geeft een prachtig kleurenpalet in geel-, bruin- en groentinten, her en der verstoort een betonnen graansilo dat beeld.
Bij Ferme du Pèlerin voorbij Etourvy zegt een bord dat het nog 1500 km naar St. Jaques is. Dat zal dan wel hemelsbreed zijn.
Een ree schiet weg, geschrokken van het getik van mijn stokken.
Tonnerre is een stadje met een grote oude kern. Bij de Office de Tourisme krijg ik de sleutel van het pelgrimshuis. Een behoorlijk vervallen gebouw, waar ook de scouts hun honk hebben. Net als ik binnen ben, komt er een oudere man aan. Hij legt uit hoe het een en ander werkt en begint een praatje. Heel duidelijk Frans, alles goed te begrijpen. Dat is wat anders dan die dame bij het Office. Ik miste een paar woorden, omdat ze van me af sprak en ze bleef maar ratelen. Dan denk ik: rustig blijven Jan. Als zij niet begrijpt dat je als buitenlander niet alles direct verstaat, begin ik gewoon in het Nederlands. Dat werkt altijd verrassend goed.
Ik haal wat boodschappen om de voorraad voor onderweg aan te vullen, onder andere Snickers op aanraden van mijn gezondleven-goeroes in plaats van Mars, en wat ingrediënten voor pasta. Ik heb nu geen zin om de oude kern te bezoeken. Op 15 en 16 juli komt hier de Tour de France. Op zich had ik dat wel mee willen maken, maar mogelijk zit je dan met het vinden van een slaapplaats.
In Tonnerre geen klokgelui om je wakker te houden, hier laten ze de trein om de paar minuten aan je voeteinde voorbijrazen. In vroeger eeuwen had je iemand die uren en misschien ook wel de halfuren en kwartieren moest slaan, dat was de klapwaker. Door mijn stamboomonderzoek weet ik dat. Het zal je beroep maar zijn. Toen ik als binkie van een jaar of twaalf bij mijn neefje Walter in Heusden logeerde, werd ik ook steeds wakker van de klok. Volgens mij luidt die nog steeds. Waarom 's nachts, laat de mensen slapen.
Ik moet denken aan Edouard, het mongooltje, altijd vrolijk, maar wat een hoge prijs moet hij betalen om geen zorgen te kennen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten