Chabet - St. Jean-Soleymieux 29 km 7:40-16:30 zon
Ik krijg nog een beker koffie aangeboden en dan ga ik vroeg op pad. Ik steek schuin door het land naar Chalain d'Uzore, af en toe het kompasje erbij, want de bordjes ontbreken hier.
Hagedissen schieten weg als ik langsloop. Een hagedis loopt kronkelend. Dat komt volgens mij omdat ie eerst linksvoor en rechtsachter laat staan en met z'n andere poten een stap maakt, en omgekeerd. Als kind had ik een houten tekkel, die bestond uit vier scharnierende delen: kop, middenstuk, achterlijf en staart. Op wieltjes. Met een touwtje kon je 'm voorttrekken en dan bewoog ie ook zo schommelend. Het speelgoed was toen vaak van blik. Ik had een blikken treinstel op rails, breedspoor, eerst een locomotief met een veer die je moest opwinden en later eentje op een batterij. Ik heb ze nog op zolder. Daar staat ook nog een blikken truck met oplegger. De autootjes ontbreken. Toen mijn amandelen waren geknipt, 5 jaar was ik, kreeg ik een blikken helikopter, de passagiers zaten er aan de buitenkant opgeverfd. Ik zie me er nog mee spelen in een hoop zand in de tuin. En dan als laatste mijn pop Koos, jou kende ik nog niet Koos. Het metalen hoofd heb ik nog, roze geverfd met ogen erop, en mijn moeder had had het poppelichaam aangekleed me iets roods.
Champdieu doet zijn naam eer aan met een prachtige kerk. Ik wandel naar binnen en hoor een viool en een klein orgel, twee mannen zijn aan het oefenen en ik geniet. We raken aan de praat. Ze laten me de crypte zien en het oudste deel van de fundamenten. Ik speel nog wat op het orgel, maar het is te lang geleden om wat te lijken. Het orgel heeft maar een paar stemmen en het grootste register is 4 voet. Het past met gemak in een hobbykamer. Altijd kicken, dat wel. Nee dan het orgel in Montbrison met zijn 16 voets pijpen.
Het Centre de bronzage draagt de naam Montbrisun. Leuk gevonden moet ik zeggen. Even buiten de stad roepen twee jonge werklieden: 'Saint Jaques?' Ja. 'Ssst', sissen ze bewonderend, 'biertje?' Nee dan worden mijn benen zo zwaar en ik moet nog een eind. 'Bon courage!' Later komen ze me met hun pickuptruck achterop voor de lunch. Ik steek mijn duim op.
Er ligt een speen op de grond. 'Wat zou er met het kind gebeurd zijn?', vraag ik me dan af.
Het ene stel zit op een tandem, het andere fietst solo. Alle fietsen zijn afgeladen en het loopt vals plat omhoog. Ze trappen zich het ongans, en bij een tandem blijft altijd de vraag: trap jij wel?
Bij het café in Margerie drink ik een cola om bij te komen, sorry Gezondleven, wat een hitte. De baas vindt zichzelf gezien zijn omvang niet geschikt voor de looptocht. Ik kan het niet ontkennen.
De gîte is in la Cruzille tegen St. Jean-Soleymieux aan. Er is al een Frans stel van mijn leeftijd binnen. De man heeft een Nederlandse vader die na de oorlog hier is blijven hangen. Oorspronkelijk komen ze uit Aalsmeer en heten Vork. Regelmatig gebaart Bernard zijn vrouw om mij te laten uitpraten. We eten gezamenlijk. Ik had al macaroni en ratatouille opgezet, maar zij hebben groene peulvruchten, sla en Duitse biefstuk. Een fles goede rode wijn erbij, dat smaakt. Bernard noemt mij op een grappige wijze 'César'.
Na het eten vraag ik haar wat het verschil is tussen 'la même' en 'pareil', wat overigens letterlijk hetzelfde betekent, maar er zit toch verschil in. Ze komt er niet uit, zo logisch is het Frans nou.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten