zondag 19 juli 2009

Sandrine

Anost - Larochemillay 30 km 8:15-16:35 bewolkt/zonnetje

Ik zeg Isabelle gedag, misschien komen we elkaar morgen nog in Larochemillay tegen. Bij Le Pommoy zijn de tekens van GR zo flets, dat ik een cruciale over het hoofd zie en een stuk doorloop. Het klopt niet, dat voel je. Terug. Dit moet het pad wel zijn, dat kan niet anders. En nu pas zie ik het GR-teken pas, rechtsaf. Ik vraag een vrouw die in de tuin werkt, of dit pad naar La Croisette gaat. Ze is kennelijk blij dat ik langskom, want nu kan ze uit die ongemakkelijke werkhouding opstaan. Lachend komt ze op me af, kort frans koppie. Tout droit. 'Dat zeggen ze hier altijd', zeg ik terug, 'alle wegen gaan naar Marseille.' Ze lacht en klaagt over het weer en de groente die wat achterblijft in de groei. 'De anjers doen het ook zo best niet meer', merk ik op. De tijd is over. Ja dat is misschien wel waar.
Een breed glad pad voert door het immense privé bos. Dat is wat anders dan een paar dagen geleden naar Gouloux, waar ik als een mannequin op de catwalk moest lopen om mijn schoenen in de nauwe geul te kunnen plaatsen en op andere plaatsen een zwemvest en vliezen nodig had om over, om en door de meer dan padbrede plassen te komen.
Bij La Croisette pak ik de verkeerde weg. Stommeling, zul je zeggen, maar ik daag je uit me in deze brei na te doen. Het is geen Veluwe met op iedere hoek een paddestoel: Elspeet 10 km, Vierhouten 6 km, Nunspeet 8 km, ik weet niet of deze klopt, maar ze liggen in ieder geval bij elkaar in de buurt, of een ijscoman om de 300 meter, of overal verharde wegen. De Veluwe kan in dit gebied spelevaren en mijn kompasje doet nuttig werk.
Een vrouw geeft me spontaan een lift naar Saint-Prix. 'Docteur Véterinair?', vraag ik gezien de vele spuiten. Op het moment dat ze 'verpleegster' zegt, zie ik de pleisters ook. Nou ja, je weet niet waarmee je tegenwoordig allemaal behandeld wordt.
Ik ben in Saint-Prix, en nu? Ik heb de gîte in Glux gereserveerd, maar ben daar veel te vroeg en voel er eigenlijk meer voor om naar Larochemillay te gaan. Dat spaart een dag. De gîte daar blijkt nog plaats te hebben. Een man, de regelneef van het feest, weet een alternatieve route, waardoor ik de Mont Beuvray (813 m) letterlijk links kan laten liggen. Dan is de afstand wel groot vandaag, maar haalbaar.
In Saint-Prix vieren ze het jaarlijkse pannenkoekenfeest, eigenlijk wel iets voor mij, lekker zoet. Ik heb wel eens bij de watersportvereniging van mijn schoonouders voor een aantal van die jonge gasten staan te bakken op vier pitten tegelijk en natuurlijk opgooien en vangen. Prachtig vonden ze het.
Vlak voor het punt dat de GR13 de Mont Beuvray overgaat en mijn weg naar rechts, besluit een stel rond-de-veertigers de beklimming aan te gaan. Succes, ik doe het gemakkelijk.
Als je er bijna bent, mag je La Roche nog beklimmen. Sandrine, een leuk meisje en zo te zien aan haar gezicht van Algerijnse afkomst, ontvangt me. Ze had mijn naam in het Frans opgeschreven: 'Yan', de rest kon ik niet goed lezen. De naam Caesar is trouwens wel handig in Frankrijk, een geintje erbij, maar ze onthouden je in een keer. Ik leer haar nog een paar woorden: dertien, de prijs voor de overnachting, avondeten, ik vraag of ze dat ook voor me maakt, nee dus, en goedenavond, als afscheidsgroet.
In een echt Frans café zit ik een pintje te drinken en mijn verslag te schrijven. De gewone mensen uit het dorp komen binnen, ze begroeten me en kijken af en toe naar me als ze wat zeggen, want ze hebben door dat ik wel wat versta.
Gelukkig wint Contador de rit en staat ie op meer dan een minuut voor in het geel. Van mij mag hij winnen.
Mooie gîte, goede ingerichte keuken, zelfs een sale d'étente met TV. Er zijn verschillende gasten, waaronder Japanners, ik zit echter alleen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten