maandag 20 juli 2009

Mijn moeder

Larochemillay - Issy-l'Evêque 24 km 8:20-14:30 zonnig

Sandrine komt net binnen met het brood voor de mensen die een ontbijt hebben besteld. Bonjour, goedemorgen. Terwijl zij van alles staat te smeren, verricht ik de laatste handelingen om weg te gaan. We geven elkaar een paar zoenen: baisse, afscheidszoen. Iets te moeilijk voor de vroege ochtend. Leuke griet, iets voor in een gazen gewaad in een harem.
Een tandeloze vrouw van misschien iets ouder dan ik, wijst de weg naar Millay. Zou dat nou armoe zijn of niet durven? Hoe is het ziekenfonds in Frankrijk geregeld?
Tout droit, zegt een boer, als ik de weg sta uit te zoeken. Luzy is een klein plaatsje met veel horeca, er is echter geen supermarktje open en de bakker zit bijna buiten het dorp. Een man wijst me de weg naar La Planche, dat had hij verstaan, terwijl ik Les Planches zei. De richting is ook precies tegengesteld. Goed om op te letten.

Daar ligt een klein meisje in het gras. Ze tuurt tussen haar wimpers en telt de zwaluwen, die hoog in de lucht vliegen. Ze snuift de geur van het pasgemaaide gras op en moet ervan niezen. Als ik dichterbij kom, herken ik haar: het is mijn moeder. Ik ga naast haar zitten en zie het vocht in haar ogen komen. 'Mijn broer heeft gezegd dat ik het lelijkste meisje ben op de wereld met die gekke bril. En gisteren zei hij ook al, dat ik nog te klein en te dom was om mee te praten', zegt ze tussen haar tranen door. Het heeft haar leven getekend, te bang om iets te zeggen, want het was nooit goed. Als ze iets zei, werden alle woorden op een goudschaaltje gewogen. En als ze niets zei, toonde ze geen belangstelling. Waar ze alleen was, voelde ze thuis. Weg van de mensen die haar belaagden.
Later heb ik dat meisje nog vaak moeten troosten ... mijn moeder.


Ik loop de kerk binnen om hem te bekijken. Eigenlijk word ik direct naar de brandende kaarsjes getrokken voor het Mariabeeld. Ik steek er een aan. Voor mijn moeder. En in gedachten ben ik bij haar.
De gîte voor pèlerin heeft zes slaapplaatsen en is vorig jaar ingericht. Keurig, schoon. Mijn complimenten. 's Avonds loop ik nog langs de beheerster om te vragen of zij een adres heeft in Gueugnon. Na een aantal telefoontjes nog geen resultaat. Ze adviseert de mairie te bezoeken.
In de hoop van het inmiddels wilde vlees en vel op mijn rechter grote teen af te komen, vul ik de bak van de slacentrifuge met warm water en zout en laat daarin mijn voetje eens lekker weken. Lekker fris zul je zeggen, maar het zijn schone voeten en de centrifuge dateert uit de jaren 70 zo aan de oranje-bruine tint te zien en zal nauwelijks nog worden gebruikt. Mijn nicht Sonja had hier natuurlijk naar moeten kijken, maar die is bezig met een rondreis door Australië.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten