zaterdag 25 juli 2009

Zigeunerbloed

Renaison - St. Maurice-sur-Loire 20 km 8:15-13:30 zonnig, koel

Ik bedank haar uitgebreid voor het lesje Frans en de lol die we met elkaar hebben gehad. Ditzelfde stuk weg loop ik tegen mijn gewoonte in nu voor de derde keer, twee keer te veel dus. In Renaison is het nog zoeken naar de aansluiting op de route, waarbij een vrouw verwoede pogingen doet mij over de weg te sturen. De route meandert zowel horizontaal als verticaal met het landschap mee. Wat een prachtige omgeving, vergezichten, groen, bergen, schitterende wolkenluchten, goed onderhouden huizen met veel kleur in de tuinen, verzorgde dorpen groot genoeg om niet alleen te zijn. Geen straf om er te wonen.
Kijk nou: een reuzegrote slak en een eend op het pad getekend. Moet dat nou? Er staat een wat vreemd gebouwtje zonder ramen, maar wel met gaten in de voorkant. Het lijkt mij iets voor vogels.
In Lentigny zit een fietser op de kerktrap. Even een praatje maken. Een Belg die naar het zuiden fietst, morgen wordt hij opgehaald en rijden ze verder. In de bibliotheek kan ik achter een PC, maar dat blijkt degeen te zijn waarmee de boekingen worden gedaan, dus een paar minuten maar. De verschillende aanwezigen beginnen tegelijk allerlei vragen te stellen. Op het plein ga ik op een bank mijn lunch nuttigen. Oeps, wat brood in het verkeerde pijpje. Waarom is de mens toch niet zover geëvolueerd, dat ze van voren eten, dat is handig want die zitten daar ook, en van achteren praten, want dat doen de meesten toch al.
St. Maurice is een fraai plaatsje dat strategisch in een bocht aan de Loire ligt. Er staat een Donjon en er is een uitzichtspunt. Ik mag terug naar La Cure waar de gîte in beheer is, nog een uur wachten, dat doe ik dan maar bij het café. Daar zit nog hetzelfde groepje mannen en vrouw, waaraan ik zoëven de weg heb gevraagd. Laat ik me voor Koos beperken tot de vrouw: een brunette, behoorlijk mooi, lang donker golvend haar met een zilveren versiering erin en dito oorbellen, waarschijnlijk met een spat zigeunerbloed. Wild als de poesta. Nou ja, ik fantaseer ook maar wat.
De gîte, trouwens het hele multifunctionele complex, is fantastisch verbouwd, alles dit jaar opgeleverd. Ik ben nummer 27 volgens het boek. Een bak biologische thee lijkt me wel wat: tilleul, mélisse, orange en marjolaine zit er in. Daar ga je harder van lopen.
Een pelgrim, goed uitziende vijftiger, turquoise overhemd, zwarte pantalon en rode schoenen, declameert meer dan een uur zijn belevenissen op weg naar St. Jacques. Goede, prettige stem. Prima gedaan.
Bij het café haal ik wat eten en een kop bouillon, speciaal voor de pelgrims, zegt de bazin, en lees de krant. Contador 5 minuten voor op de rest, niet vallen, dan wint hij de Tour. Bij La Cure mag ik mijn blog bijwerken en word ik uitgenodigd voor de barbecue die ter ere van de naamdag van St. Jacques, het is 25 juli, wordt gehouden. Enkele mannen zijn net terug, ze hebben de Camino Norte langs de Baskische kust gelopen, en vertellen daar uitgebreid over. Barbecuen hier gaat overigens wat anders dan wij gewend zijn: men begint met de salades in de smaken tomaten, aardappel en linzen, ondertussen is het eerste vlees, saucijzen, klaar, dat wordt koud, het volgende gaat erop, en het koude vlees wordt opgegeten. Al met al goed gegeten en gedronken in een prima sfeer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten