La Cassagnole - Cajarc 25 km 7:10-13:15 zon en warm
Al vroeg staat iedereen op. Wat moet ik dan nog in bed? Ik eet weer in de keuken, alleen. Helemaal niet zielig, dat doe ik zo vaak.
De dauw hangt nog in de dalen en geeft weer mooie plaatjes. Af en toe staat er een stenen schuilhutje voor de herders. Het zijn ronde gebouwtje met een puntdak, opgetrokken uit gestapelde stenen. De bomen worden steeds talrijker en het begint een bos te worden. Af en toe een maïsveld of wat wijnranken, een wei met koeien. Wat zijn die gemotoriseerde luchtkussens hinderlijk. Waarom drijven ze niet gewoon op de thermiek, zonder die herrie aan mijn hoofd. Dat is ook zo fijn aan zeilen, geen motorgeluid.
Luc loopt me tegemoet. Hoe kan dat nou, ik heb de GR-aanduidingen gevolgd, dan loopt hij toch verkeerd? Maar hij zegt, dat we zijn looprichting uit moeten. En hij heeft gelijk. Een merkteken in mijn richting blijkt niet goed te zijn. Wat wil nu het geval? Hij is eerder die ochtend verkeerd gelopen en komt op aanwijzingen van een bewoner toevallig uit mijn tegengestelde richting. De Voorzienigheid?
Bij Gréalou staat een dolmen, een oud stenen graf, net als onze hunnebedden. Ik ga er lekker op de wind zitten bijkomen en eten. De afdaling naar Cajarc is pittig door het steenslagpad. Als je dat op het eind van je tocht moet nemen, zijn je benen net jojo's. Je moet dan uitkijken dat je misstapt of over een rollende steen doorschuift en in een spagaat terechtkomt.
Cajarc staat bekend om de saffraan, het gele poeder, dat wordt gewonnen uit de stamper van de crocus. Het is er warm, omdat het dorp in een put ligt. Er staat geen spatje wind. Wat kriebelt er nu weer in mijn kruis? Nee, dat niet! Een sprinkhaanachtig beest van 7 cm heeft zich kennelijk in mijn zak met kleren genesteld, die vannacht bij de open deur heeft gestaan.
We eten met z'n vieren: Fritz de Zwitser, die Karl blijkt te heten, Claude, de man van de wespensteek, Luc en ik. We bespreken de wereldproblemen zonder direct een oplossing te vinden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten