Cajarc - Vaylats 32 km 7:10-16:30 zon
Wat kan die Karl snurken. Luc en ik vluchten met ons matras naar de keuken, een verdieping lager, waar Claude al ligt te slapen. Slapen doe ik dan nog niet, want ik lig met mijn hoofd bijna in de koelkast en buiten zijn ze met een luidruchtig potje pétanque bezig. Het is ver over twaalven voor ik in slaap dommel. Om vijf uur staat Josephine naast m'n bed. Leuk zou je zeggen, maar ze wil in de koelkast om haar eten te pakken. Claude, Luc en Karl willen ook graag vroeg vertrekken, het wordt weer warm, en zorgen ervoor dat ik vanzelf met mijn matras naar boven vlucht om nog een uurtje slaap te kunnen pakken. What a night!
Manfred heeft nog steeds behoorlijk last van zijn knieën en wil een rustdag nemen in Cahors. Het is 15 augustus, Maria Hemelvaart. Je weet op deze dag nooit welke winkels er open zijn, dus bij de eerste bakker of epicerie koop je brood.
Het begint met een klim van 200 meter over steenslagpaden om uit de put van Cajarc te komen. Ik loop door eikenbossen, waar volgens de boekjes truffels in de grond zitten. Dat zijn zwammen die onder de wortels van eikenbomen groeien. Ze worden opgespoord door getrainde honden, varkens en wilde zwijnen.
Ik loop de gehele dag alleen en laat mijn gedachten de vrije loop. De GR doet Varaire aan, maar ik blijf ten noorden van het dorp rechtdoor lopen en dool anderhalf uur op mijn kompas voor ik eindelijk weer op de GR terecht kom. Een reetje schrikt van mij en probeert tevergeefs door een hek te springen.
Aan een groepje mensen dat in de tuin aan het eten is, vraag ik drinkwater, want het mijne is lauwwarm. Daar kom ik van bij. Als ik in Bach even in de schaduw zit, komt een oude man bij me zitten. Hij stapt net uit z'n auto. Hij is smid geweest, 88 jaar en vertelt over de oorlog. Er is hier gebombardeerd. Wat is ie helder envitaal.
Ik ben als eerste in Vaylats. Onbegrijpelijk, de anderen zijn een uur eerder vertrokken en komen anderhalf uur na mijn aan. Ze blijken zich te hebben volgegoten met rosé. Ik zeg altijd, als je niet tegen drank kan, moet je het laten staan.
Het onderkomen bij Les Soeurs is goed. Een Belgisch echtpaar verricht hand en span diensten, zoals de ontvangst en de bediening bij het eten. Luc slaapt bij mij op de kamer. In de kapel woon ik de vesper bij. Les Soeurs zingen begeleid door een jengelend orgeltje, heel hoog. Karl kan het niet meer aanhoren en gaat weg.
Tijdens de avondmaaltijd zit de hele club weer aan dezelfde tafel. Les Soeurs zitten een stukje verderop en zijn allemaal behoorlijk op leeftijd. Ik vraag Josephine of het niets voor haar is. Vers bloed. Zij heeft echter andere plannen. Na het eten speel ik in de rustkamer nog wat op de piano, niet dat ik dat kan, maar de mensen vinden het leuk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten