Vorey-sur-Arzon - Le Puy-en-Velay 25 km 7:10-14:00 zon
Ik ben vroeg opgestaan om op tijd in Le Puy aan te komen. Dan kan ik misschien nog mijn schoenen laten repareren. Eerst de sleutel in het hotel afgeven.
Ik ga een stuk over de weg in plaats de GR3 te nemen, na Saint Vincent haak ik weer aan. In de wei staan Franse Hooglanders met van die Oostenrijkse bellen om hun nek. Waarom doen boeren de beesten dit aan? Ze lopen toch zelf ook niet ... nou ja, eigenlijk weet ik niet wat ze achter de gesloten luiken doen.
Bij Lavoûte kom ik de Loire weer tegen. Het ligt op zo'n 570 meter hoogte. Even buiten het plaatsje doemt er een muur op van 860 meter. Daar mag ik tegenop. Eerst maar een slok water. Wat een pad, weer een HC-tje met veel puin. Wat ben ik blij met mijn loopstokken. Daarmee heb je altijd drie punten op de grond en kun je sneller stijgen en dalen, doordat je wendbaarder bent. Na mijn schoenen is dat de beste aanschaf. Er zijn ook paarden die dit pad lopen, ik neem aan met mensen erop. Aan de hopen te zien hebben ze regelmatig angst. De klim wordt beloond met een fabuleus uitzicht over de Loire.
Polignac is beroemd vanwege zijn kasteel, dat natuurlijk weer bovenop een rotspunt ligt. Nu nog even de klim naar Le Puy. Van hier af is het een mooi uitzicht over de stad. Op een paar rotspunten in de stad staan de markante kerken en beelden. Er is in het verleden weer veel geploeterd om ze daar gebouwd te krijgen.
De schoenmakers zijn op vakantie of dicht. Het postkantoor ook. De kamer bij de Capuciners moet ik delen met een Franse man, Jean, en later komt er een Duits Weib bij. Het is allemaal luxueus uitgevoerd, maar zeker niet praktisch en op rugzaktoeristen ingesteld. Die willen kleding kunnen wassen of uithangen, ruimte hebben voor hun spullen. Gewoon een paar eenvoudige kastplanken is voldoende. Met Jean eet ik 's avonds zelfgemaakte pasta. Hij had wat tomaten en fruit, en ik heb wat gekocht bij de super en slager. De gesprekken gaan natuurlijk over de pelgrimage, maar ook over het thuisfront. Later zit ik nog met een jonge Belgische vrouw, Annick, te praten, eindelijk Nederlands na twee weken. Dat gaat toch gemakkelijker, alhoewel het Frans me ook al aardig afgaat. Ach een kind kan het ook leren, waarom ik dan niet? Ze gaat terug naar huis na een week lopen, last van haar rug.
Ik blijf tot dinsdag in Le Puy, even bijkomen na 17 dagen achtereen en ruim 360 km lopen. Daar is mijn lichaam wel aan toe.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten