zondag 2 augustus 2009

Pelgrimsmis en orgelmuziek

Le Puy-en-Velay zon

Jean en ik staan vroeg op de pelgrimsmis die om 7 uur begint, bij te wonen. Het zit vol met wel een paar honderd pelgrims, jong en oud. De essentie van de mis is, dat je niet alleen eten en drinken nodig hebt tijdens de tocht, maar ook Gods leiding. Jean is een godsdienstig man en zingt alle teksten uit volle borst mee. Ook de mensen die niet katholiek zijn mogen ter communie komen. Voor de priester kruisen zij hun armen op de borst en krijgen dan de zegen door een kruisje op hun voorhoofd. Ik doe mee. Na afloop van de mis kunnen aankomende pelgrims hun credential afhalen. Iedere pelgrim krijgt een blauw plastic rozenkrans van de heilige Maria en een kleine penning met de afbeelding van de Notre Dame du Puy erop. Mooi om mee te maken. In de kerk word ik door de vrouw van Bernard op mijn schouder getikt. Le Puy is hun eindpunt dit jaar. We spreken af om de rondleiding van 12 uur bij te wonen.
Bij de Capucines gebruik ik een uitgebreid ontbijt met muesli, sap, brood, thee, enz. In de kamer tref ik Jean nog aan, das Weib ist schon geflogen. Hij wil nog een foto van me maken. Het afscheid gaat op z'n Frans gepaard met wangetje-wangetje. Z'n baard prikt wel. In de tuin zit Annick te eten. Ze heeft nog een pak jus en een pot tomatensaus voor me, te zwaar om mee te nemen. We wensen elkaar goede reis, zij naar huis en ik verder naar St. Jacques.
De dame die ons rondleidt in de kathedraal heeft een wel zeer uitgebreid verhaal. De aandacht verslapt en ik haak af en toe helemaal af. Dat heb ik in Reims toch anders meegemaakt, maar ja die was ook engelachtig. Bernard geeft nog uitleg bij de steen, waarop een wonder is gebeurd. We raken hem beiden aan, als ware hij geneeskrachtig. Wederom schudden we elkaar de hand.
Het orgel begint te spelen, maar is slechts oefenen. Ik zou wel een echt concert willen meemaken en word daarbij op mijn wenken bediend, want zegt de dame bij de Accueil, er is om 5 uur een concert.
Op naar de Jeugdherberg. Die gaat pas om 4 uur open. Ik zet mijn rugzak in een slaapzaal en ga eten, kebab in een beetje groezelige zaak. Ik slaap op kamer 13, eerst alleen, maar uiteindelijk met vier mannen.
Frédérique Gros bespeelt het orgel. Met de werken van Händel, Kerll en nog wat anderen houdt ze zich nog wat in, maar met een fuga van Bach worden alle registers opengetrokken en de pijpen van het laatste stof ontdaan. Dat is genieten. Ton, daar had je bij moeten zijn. Komende weken zijn er ook nog concerten.
Weer kom ik Bernard en zijn vrouw tegen. Ze hebben geluisterd naar twee zingende vrouwen. 'Heel mooi', zegt Bernard. Ik loop de kerk rond en ze staan er nog. Ze zijn net in de twintig en zingen oude liederen, tweestemmig en goed! Daarbij maken ze dankbaar gebruik van de akoestiek van het kerkportaal.
Ik daal de trappen weer af, praat nog even met de dame van de Accueil en hoor een stukje verderop gitaarmuziek. Een man die kantkloskussentjes (een mooie alliteratie trouwens) maakt en verkoopt speelt Bossa Nova. Ook spelen? En voor ik het weet, herhaalt hier zich het tafereel van Vézelay. Er komt een man binnen, kijkt een minuut of tien rond en gaat zonder te kopen weg. De gitaarmuziek vond ie wel leuk. Zit hier nou handel in? Ik zie mezelf niet voor mijn dochters een k3tje kopen, hoe fraai dan ook.
In de keuken staat een man spaghetti te koken, veel te veel voor één persoon. Ik kan meeëten en haal de pot saus, bedankt Annick, en een blik groente. Die gaan er in. Morgen wordt zijn eerste dag, maar hij heeft nog geen slaapplaats kunnen vinden. Er schuiven twee jonge meiden uit Parijs aan en later nog een iets oudere meid, een echte malloot. We hebben gelachen. Ze loopt goed op kastanjepasta.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten