Ventosa - Santo Domingo de la Calzada 29 km 6:15-13:40 zon
Achterlijk vroeg begint het gerommel, het is half zes. Mijn rug lijkt door het slapen op een matje met een honkbalknuppel bewerkt. Ik ben blij op te kunnen staan. Als we echter in de keuken zitten te eten, komt de beheerster ons, in ieder de geval de Spanjaarden vertellen, dat ze pas om kwart over zes mogen opstaan. Dat vind ik eigenlijk ook een goede tijd, want eenmaal buiten loop je nu nog een uur in het donker. Gelukkig schijnt de maan helder en kan ik wat zien, maar leuk is anders.
Ik haal Jos de Belg in en samen lopen we verder. Bij Sores zie ik achter ons een lampje knipperen, Claude, hij was eerder de weg kwijt. Alle pelgrims lopen nu achter elkaar op de weg in plaats van de camino naar Nájera. Een cortado en een bocadillo jamón gaan er wel in.
Op de achtergrond rijzen roodkleurige rotsen op, het lijkt de Small Canyon wel. Het zonlicht streelt over de stoppels van het gemaaide koren dat nu lichtgeel bijna wit tegen de helderblauwe achtergrond afsteekt. We zijn sinds gisteren in de streek van Rioja en de druiven smaken goed.
Claude heb ik inmiddels achter me gelaten en mijn gedachten nemen de vrije loop. Eigenlijk wil ik aan niets denken, maar dan denk ik toch aan iets, aan niets. Ook als ik niet aan niets denk, denk ik aan iets. Hoe kan ik er toch voor zorgen, dat het denken werkelijk stopt?
Bar, 150 meter naar links, dat lijkt me wel wat, met die hitte is een beetje schaduw welkom en Claude kan me zo bijlopen. Na geruime tijd, ik heb gegeten en gedronken en wil juist opstappen, komt het echtpaar Pieter en Han bij me zitten. Ben jij Jan uit Rotterdam, vragen ze. Ik ben een BN-er op de Camino geworden. Ja, ik ben 8 juni vertrokken en inmiddels 3 maanden onderweg. Zij vinden het een geweldige prestatie.
Het laatste stuk en daar Santo Domingo te schitteren, een oude kern met nieuwbouw en industrie er omheen. Daar staat een kiosk voor pelgrims waarbij je een stempel en informatie kunt krijgen. Ik bel Claude, onbereikbaar, spreek z´n voicemail in om te overnachten in een pension. Dan besluit ik de eerste kleinere Cisterciense auberge te nemen en reserveer een plaats voor hem. Hij belt na verloop van tijd, hij slaapt in de andere auberge. We spreken af samen wat voedsel te kopen voor de lunch, het avondmaal en het ontbijt.
In zowel mijn als zijn herberg kom ik vele bekenden tegen, zo ook de Zwitserse knaap en het Sloveense meisje uit Larrasoana. Toch leuk, je wordt één grote familie al zie je een neef of nicht soms een aantal dagen niet of helemaal niet meer. Na het avondeten bespreken we de rest van de tocht. Claude wil op 3 oktober in Santiago zijn en een dag later het vliegtuig naar Barcelona pakken, waar zijn vrouw hem met de auto zal ophalen voor een ... vakantie. Ik wil in Burgos en in León wel een dagje bijkomen. Dan moeten er wat etappes worden verlengd.
Terug in de auberge zit een van de Fransen op mijn kamer zijn blaren te behandelen. Prettig loopt ie niet. Ze pakken ook al vast hun rugzakken in om morgenochtend zo weinig mogelijk geluid te hoeven maken. Wat is die ene onhandig.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten