Ferreiros - Palas del Rei 32 km 7:50-15:30 mist, zon
Wat een herrie was dat vannacht. Iedereen ging drie keer naar de wc en daarbij moest het licht voluit aan, en dan dat gesnurk. Slecht geslapen dus en ik weet niet hoe vlooienbeten eruit zien, ik heb ze nooit gehad, maar helemaal lekker voelt ik me niet.
Na het avondeten had ik gisteravond in het restaurant om een pak melk gevraagd, maar de vrouw had gezegd, dat ik mijn muesli ook wel bij haar mocht eten. En zo krijg ik een pak melk, een kom en een lepel. Dat moet je in Nederland is proberen. Vanesa eet haar zelf meegebrachte brood mee en bestelt een cola coa, zeg maar chocolademelk.
Samen stappen we de duisternis in, het mist en tot laat in de morgen zie ik niet meer dan 50 tot 100 meter ver.
Ik moet nodig naar de wc, dat doet een pelgrim meestal als hij opstaat, maar het lukt niet altijd. In Vilachá staan op een tafel een paar kannen met koffie en heet water, en het lijkt wel op een herberg. Misschien kan ik daar wel. ´Hola´, roep ik terwijl ik naar binnenstap. Na nog wat holas komt er een man de trap af en zegt dat het zijn privéhuis is. Ik moet zeggen dat het wat betreft de inrichting sterk aan een herberg doet denken. Na een paar perdonnes en wat benauwd kijken, mag ik. Dat lucht op. Je zou het er Spaans benauwd van krijgen. Het blijkt een Zuid-Afrikaan en in het Nederlands gaan we verder. Ik kom uit Rotterdam lopen. Daar heeft hij bewondering voor. ´Het blijft tot Santiago droog´, zegt hij kijkend op zijn PC. Ik bedank hem nogmaals en hij wenst me goede reis.
De brug over het stuwmeer de Belesar is hoog en biedt een prachtig uitzicht. Aan de andere kant leidt een trap omhoog naar de hoofdstraat. Als ik de supermarkt uitkom, zie ik Vanesa. Dat is leuk, zo loop je met iemand samen en zo weer alleen. Vaak zie je elkaar op rustplaatsen of in herbergen. Zo gaat dat met pelgrims.
Bij de huizen in de dorpen staan wat vreemde slanke bouwsels, hórreos, voorraadschuren voor maïs. Ze staan op palen met grote platen, zodat de muizen niet naar boven kunnen, en zijn door de open wanden goed geventileerd om schimmelen te voorkomen.
Melide is een wat grotere plaats. Vanesa had hier willen blijven om pulpo, stukjes inktvis, te eten, maar ze gaat toch door naar Palas del Rei. Als we het plaatsje uitlopen zie ik de Quebecsen Christiane en Francine, wat een verrassing. Weer even wennen aan de uitspraak. ´Je bent dun geworden´, zet Francine in, terwijl ze zelf wat groeven vertoont. Ik vertel wat er de afgelopen weken is gebeurd. Zij zijn Claude nog tegengekomen, hij had een dik been. We maken kennis met Juan, een Spanjaard, die met hun oploopt. Gevijven lopen we verder, Vanesa gaat met Juan over in het Spaans, en ik met de dames in het Frans. We spreken af elkaar in Santiago te zien, zondag 11 uur.
Dat was een lange dag, 32 km, bijna 8 uur onderweg en we nemen de eerste herberg die we tegenkomen. Er is een keuken, maar totaal geen uitrusting, de pannen, borden en het bestek moeten de pelgrims zelf maar meenemen, zullen ze hier denken. In een café zit ik onder barbaarse omstandigheden mijn blog bij te werken. Ook Hans en Rita overnachten in onze herberg. Vanesa en ik eten in de andere. Het eten vult, lekker is anders.
Ik bel Leonie en wens haar heel veel plezier in Zuid-Afrika. Morgen vertrekt ze.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten