Santiago de Compostela regen
Het heeft gestort vannacht. De klok van de kathedraal slaat elk kwartier, na 15 minuten één keer, op het halve uur twee keer, na drie kwartier drie keer en op het hele uur eerst vier keer, gevolgd door de uuraanduiding, om middennacht dus 16 slagen. De dag verloopt weer als gisteren, waarbij een bezoek aan de kathedraal niet vergeten wordt. De kathedraal is gebouwd met grijzige natuurstenen en begroeid met mos. Dat heeft wel wat, het maakt de kerk stoer, eigenzinnig. Een mooie min of meer symmetrische façade met bovenin de heilige Jacobus.
Het museum is gevuld met delen van zuilen en beelden, gevonden voorwerpen, opbouw door de eeuwen heen, en gobelins. Daarin herken ik meer noordelijke taferelen, en de doeken blijken ook van Rubens. In de kathedraal zie ik weer bekenden: Mieke, de vrouw die ik in Molinaseca beter heb leren kennen, Stefanie, de Duitse uit het Schwarzwald, Jochem, die gezelschap kreeg van zijn vrouw Anja, en Kelly, de Amerikaanse, nu met twee dikke roodpaarse ogen opgelopen door een valpartij. En dan nog wat pelgrims die ik van het voorbijgaan ken of zij mij van het gitaarspelen.
De botafumeiro, het wierookvat, hangt klaar om geslingerd te worden. Dat gebeurt aan het eind van de mis. Een priester steekt de wierook aan en geeft het vat een zet. Acht anderen trekken aan een touw dat via een katrol het vat steeds hoger doet slingeren, tot bijna tegen het plafond van het zijgewelf. Dit evenement duurt minutenlang en eindigt in een groot applaus.
Daarna gaan we op zoek naar meer bekenden, Vanesa ziet een stel Brazilianen en spreekt met hun af voor vanavond. Even later krijgen we van een vrouw een medaillon met een afbeelding van een voor mij onbekend persoon, en een rozenkrans. Een man die er bijkomt, houdt een lange preek. We komen maar moeilijk van hem af.
Tijd voor souvenirs. Ik kan die nooit vinden, want ik vind het allemaal prullaria en waarom zou je iemand daarmee willen verblijden? Het worden zilveren schelpjes. Dat heeft nog iets met mijn reis te maken, want in vroeger eeuwen namen de pelgrims als bewijs dat ze in Santiago geweest waren een coquille mee terug.
Na de late lunch ga ik de laatste dagen van mijn blog bijwerken en in een muziekwinkel kijken voor een reisgitaar. Die is er niet. In de regen lopen heb ik nu genoeg gedaan, dus ga ik naar de kamer. Vanesa heeft ook nog wat souvenirs gekocht en haar rugzak gepakt. Het past er allemaal net in. Ze geeft me een sleutelhanger met het kruis van Santiago als aandenken. Dat vind ik een leuke verrassing en ik ben er blij mee.
Het avondeten? Gewoon pasta met tonijn, zelfgemaakt en lekker.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten