dinsdag 2 augustus Champlitte - Igny 34 km 8:10 - 18:40 zon
Claude heeft vannacht op de grond geslapen, zijn bed was een hangmat en het kraakte als een gek. Bovendien was het een herrie van jewelste, grote vrachtwagens scheuren al voor dag en dauw door het dorp en marktkooplui zijn bezig hun kramen neer te zetten en in te richten. Wij kijken tijdens ons ontbijt hoe een van hen een zwarte buste gekleed in rode lingerie als lokaas pontificaal in zijn kraam plant en daar omheen ander heerlijks drapeert.
Een prachtige zonnige dag is het. De weg stijgt naar Champlitte-la-Ville zo'n 100 meter, om vervolgens al golvend die hoogte weer te verliezen. Even na het dorp kun je maar beter goed kunnen zwemmen, over 1500 m is de Chaussée Submersible, kan die onder water staan.
Bij een hoekhuis in Neuvelle komt een vrouw gekleed in een jaren-70 doorknoopstoeipak net de deur uit om een sigaret op te steken. Hier linksaf naar Dampierre, zegt ze. Dat zag ik ook al eerder op een bord.
Behalve La Grande Boucle kun je het ook bescheiden houden door Boucle nr 8 Chanstoise te fietsen over 31 km, het parcours is redelijk vlak, voor eten en drinken moet je zelf zorgen, er is geen bar of wat dan ook te bekennen.
In Framont valt de kerk met de geglazuurde tegels als dakbedekking van de klokvormige torendak op. Die vorm en tegels zijn vanaf hier gebruikelijk, zegt Claude tegen me. Er is grote bedrijvigheid op het land, boeren stapelen de rollen stro op een aanhanger, er gaan er wel 24 op. Een is zo handig met z'n tractor dat hij met de rol die hij al heeft aangeprikt, een andere omrolt, de eerste er bovenop zet, en ze vervolgens beide tegelijk naar de aanhanger brengt. Nog een keer lezen, het klopt wel. Een andere boer is bezig zijn land te bemesten. Dat is eens wat anders dan de lucht van Rijnmond.
Een oude Mariabeeld met Jezus op haar arm kijkt vanonder een massief bladerdak naar de langstrekkende mensen. Boven in de lucht gieren Mirages.
In Delain stuit ik op een épicerie, weliswaar al tijden gesloten, zo vertelt een ziekuitziende man met een doek voor zijn keel ons met een zwakke hese stem, de spullen zijn oud, zegt hij lachend, maar met een prachtige gevel. Mooie lavendelkleur deuren en een verweerd bord, dat de naam Morizot toont. Even verderop is een wasplaats, waar de vrouwen vroeger de was deden. Je komt ze in veel dorpen in deze streek tegen. Net als telefooncellen, bij ons inmiddels tot museumstukken verworden, ze staan hier nog overal. Misschien maar goed ook, want de dekking van het mobiele net laat wel wat te wensen over.
Dampierre-sur-Salon is een vrij grote plaats. We houden halt bij een met planken beklede muur, tijd voor de lunch en wat rust. De vissen komen te voorschijn uit het blik en we dopen ons brood in de olijfolie. Een pelgrim eet (bijna) alles. En dan een kwartiertje wegdromen, even tijd voor jezelf.
Het wordt steeds warmer en we moeten nog zo'n zelfde stuk, Claude houdt van lopen. Hij probeert ons steeds met z'n gps in de hand de verkeerde kant uit te sturen, gelukkig werkt mijn kompas, hier zeggen ze bouzol, altijd, en rond één uur zal de zon wel ergens in het zuiden staan. En zo komen we langs een kanaal waar werklieden bezig zijn met het repareren van de kade. Dit is het laatste stuk van het Marne-Saône kanaal, de schepen mogen hier eerst nog door een tunnel.
Bij Mercey is Claudes kruikje leeg en moet hij op zoek naar water. Hij is altijd wat bescheiden in die dingen, ik zou gewoon aanbellen bij een huis. Gelukkig zie ik een wat oudere vrouw, van onze leeftijd, in de tuin zitten, en spoor Claude wat aan. We krijgen water, raken aan de praat, ze vindt het gezellig, bakje koffie met een soort lange vingers erbij in de schaduw van een heerlijk prieel, ze wil ook wel eens stuk in Spanje lopen met een vriendin, maar niet met een zware rugzak. Daar is in voorzien: je kunt 15 km op een dag van een zoveel sterren hotel lopen naar een met misschien nog meer sterren, je bagage wordt keurig gebracht, pas de problèmes.
Die krijgen wij wel als Claude besluit op zijn gps een route door het bos uit te proberen. Daar werkt zo'n ding niet. Terwijl hij linksaf zijn helse apparaat volgde, zei ik nog dat de route een stuk verderop naar links is, maar ... We ploegen door de blubber, door steeds dichtere begroeiing, ik verwens hem nadat ik door doornstruiken ben aangevallen en er uitzie of een horde katten met me bezig is geweest. Ja, dit was niet het goede pad, merkt hij droogjes op, nadat we een halfuur later op het oorspronkelijke pad zijn uitgekomen.
Eindelijk, daar is de toren Igny, waar we bij vrienden van hem slapen. We worden begroet door een grote retriever, er lijkt verder niemand thuis, alles is geblindeerd. Na aanbellen komt puberdochter Lise aangesneld en doet Jeannet de deur open. We drinken een pilsje met Nicolas. Het gaat allemaal in rad Frans en ik laat het een beetje langs me heengaan. Vanavond zijn er verkiezingen voor een nieuwe maire, waar hij heen moet. Dan komt zoonlief Alexandre binnen, hij heeft zes uur op de operatietafel gelegen in Besançon, waar zijn rechter ringvinger en pink weer gefatsoeneerd zijn, nadat hij ze tijdens een val met een elektrische heggenschaar nog net niet heeft afgehakt. Pezen en zenuwen moesten opnieuw aan elkaar worden gezet.
Na de pot ratatouille, stuur ik Charlotte een SMS, ze is jarig en in NY. Marjolein belt me dat ze na een reis van 18 uur thuis is aangekomen.
Dan komt de gitaar uit de hoes en worden er buiten nog wat kampvuurliederen gezongen, in het Frans.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten