vrijdag 26 augustus Cavaglià - Santhià 12 km 08:45 - 11:50 zon
Ik had wat ik normaal niet doe oordopjes ingedaan, omdat het ostello op een kruispunt ligt en Italianen nadat ze hebben moeten stoppen voor iets van rechts zo hard mogelijk optrekken, maar kennelijk heb ik ze vannacht uitgedaan, ze liggen in ieder geval nu onder mijn kussen.
Het platte bruine droge brood is zonder het in thee te weken nauwelijks weg te werken, wat een compacte massa. Ik heb al vaak tegenover Claude het Nederlandse brood geroemd, zoveel soorten, zo lekker, en zelfs na drie nog goed eetbaar. Met een stokbrood kun je na een halve dag al iemand de hersens inslaan.
Het gebied is heel zacht glooiend bedekt met gras en maïs, en er staan zelfs kiwistruiken, ik dacht dat die alleen in Nieuw-Zeeland groeiden.
We zitten net even op de rand van een brug en wie komt daar aan: Alice. Volgens mij hebben we haar voor het laatst op de Col de Grand St. Bernard gezien, oh nee, bij het kerkje in Saint Rhemy tijdens de afdaling. Net als wij wil zij kijken om in San Germano Vercellese even na Santhià te overnachten, alhoewel er volgens de gids weinig te beleven valt, en ze loopt weer door.
Een oude man op een tractor houdt even halt om te groeten en een praatje over het weer te maken, ja, gelukkig is het iets kouder. Even voor Santhià ligt een brug over de brede Autoroute 4.
Geleerd hebbend van gisteren stap ik direct de municipio, het gemeentehuis, binnen om te vragen naar het ostello per pellegrinos en of er ook een in de volgende plaats is. De vrouw achter de balie braakt een stortvloed van woorden uit, met onder andere piano. Nou ken ik dat woord uit de muziek in verschillende betekenissen, maar dat het ook verdieping betekent was me even ontschoten. Breed gebarend stapt ze naar de lift en brengt ons naar de afdeling toerisme, waar haar collega zegt dat er hier een ostello is, maar niet in het volgende dorp. Ze belt de beheerder, die even later bij de ingang van het gemeentehuis verschijnt. Mario, zegt hij handenschuddend, ze weten daar geeneens dat er hier een ostello is. Hij wil de Via Francigena wel wat meer promoten en ik geef aan hoeveel geld er in de Camino Francés in Spanje zit. Ze begrijpen het in Italië niet helemaal, want stel je voor dat er 50.000 mensen zijn die de VF lopen en gedurende 40 dagen 30 Euro uitgeven, dan is dat een omzet van heel veel.
Niet veel later komt ook Alice binnen, er is nog plaats, zegt Mario, er zijn zes bedden.
Bruce en Jenni waren hier twee dagen geleden, lees ik in het ostelloboek. Ik vul ook een vragenlijst over het onderkomen en de VF, en schrijf er wat aanbevelingen bij.
We eten het dagmenu in een restaurant bijna een kilometer verder. De risotto blijft er goed in, ik heb als secondo bewust geen sardientjes genomen en het gehouden op een gehakt in paprika, maar als ik de lucht alleen al ruik, nee laat ik dat maar niet eten. Claude begrijpt er niets van en dringt een paar keer aan, en ik probeer hem duidelijk te maken hoe mijn lichaam werkt, jij mag het van mij wel opeten.
Alice vertelt over haar fietsongeluk, ze gaf in het ziekenhuis steeds aan last te hebben van haar hoofd, geen actie, tot ze er na een scan achterkwamen dat ze een bloeding onder haar schedel had. Twee maanden heeft ze plat gelegen, en ze zegt de verschijnselen die ik zelf maar al te goed van na mijn eerste fietsongeluk ken: een gesprek of beelden niet goed kunnen volgen, en het korte termijn geheugen laat het afweten. Het kost maanden zo niet langer van herstel, en dat voor en jonge meid die aan het begin van haar carrière staat en met een medestudent een bedrijf in videomarketing had opgezet, waar ze waarschijnlijk niet mee kan doorgaan omdat het teveel eisend is. Ze loopt naar Rome om het van zich af te zetten.
Bij terugkomst nestel ik mij achter de pc van het type escargot op een teerton, en het duurt anderhalf uur voordat ik de blogbestanden op het internet heb gezet en bezig ben met een backup maken van foto's op een usb-stick. Claude, die normaliter zijn grote siesta doet, zit al geruime tegenover me met zijn mobieltje in zijn hand, en wordt het op een gegeven ogenblik zat, want hij vaart tegen mij uit dat de pc niet alleen voor mij is en begint mijn usb-stick eruit te trekken. Ik zeg hem dat de pc ontzettend traag is, en ik na de foto's klaar ben en dat hij dan uren, al wil je tot morgenochtend vroeg doorgaan, over de pc kan beschikken. Hij is gefrustreerd, dat hij al dagen geen goede wifi-verbinding kan opzetten om bestanden te versturen en het ook niet via een pc lukt. Goed, hij koelt wat af, en ik zet in 10 minuten tijd de laatste foto's over. Daarna is hij terwijl ik mijn middagdut doe tijden bezig met ...
Ik ga boodschappen halen bij de Coop en Alice loop even mee, om voor vandaag en morgen onderweg wat te hebben. In de zaak is het heerlijk koel. Als ik in het ostello kom, Alice is langs de apotheek, is Claude nog bezig.
Om een uur of acht gaan Claude en ik naar een restaurant, waar een menu voor pelgrims wordt geserveerd, Alice eet wat ze zojuist heeft gekocht. We worden geposteerd onder een airco, maar daar blijf ik nog geen minuut zitten, want dan weet ik wel dat ik morgen niet opsta, het lijkt wel een vrieskast. Een andere tafel er ver vandaan biedt uitkomst. We moeten lachen om de uitgebreide act die een van de serveerster voor ons opvoert.
Op een bank voor de municipio leg ik Claude uit wat het verschil tussen gitaarsnaren is en waardoor de toonhoogte ontstaat, een leuk onderwerp zo op een afkoelende avond.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten