zaterdag 27 augustus 2011

Rijstvelden

zaterdag 27 augustus Santhià - Vercelli 28 km 07:25 - 15:10 zon
Alice vertrekt wat eerder, want op Claude moet ik altijd wachten, hij komt traag op gang, zegt ie zelf, en tot tien uur is hij bezig met wakker worden. Verschrikkelijk lijkt me dat, als ik er uitspring ben ik wakker en zelfs al heb ik slecht geslapen dan nog loop ik niet zo te gapen als hij. Kun je nagaan, nu hij slecht geslapen heeft.
Gisteren waren er wat slecht nieuws telefoontjes: bij Melanie zijn er vlekjes op haar lever geconstateerd, na het weekeinde volgt verder onderzoek, en de Scénic van Marjolein heeft binnen twee weken een nieuwe accu en twee nieuwe dynamo's gekost, er zijn in een paar jaar tijd al zoveel nieuwe onderdelen ingegaan, dat er een nieuwe auto rijdt en nog gaat er iedere keer wat kapot, onbegrijpelijk. Gelukkig heeft dochter Charlotte de grote werkdruk van afgelopen weken goed doorstaan, ze zat in een dip en klinkt nu opgewekter.
Eindeloze rijstvelden bedekken het land, het donkergroen van de steel en het geelgroen van de aar belicht door strijkend zonlicht steken schitterend af tegen het hemelsblauw, en dan die bergen op de achtergrond, het lijkt wel of ik in Indonesië ben. Een uitgebreid systeem van kanaaltjes en overlopen is aangelgd om de velden te bevloeien, overal loopt water. Af en toe verstoren we de rust van de vogels, die in grote getale opvliegen, het zijn witte vogels, ik denk een reigersoort, ongetwijfeld kan iemand met een dikke bijbel over onze gevederde vrienden dat opzoeken. Kikkers zijn er in overvloed, ze staan vermoedelijk bovenaan het menu van de reigers.
De wingerd slingert zijn wit bebloemde ranken om de andere planten en verstikt daarmee het goud en violet.
Strà heeft haar glans verloren, het hospitaal staat er vervallen bij, en Claude, moe als ie is, wil neerstrijken op het meest winderige bankje in schaduw wat er staat. Ik ga op zoek naar wat anders, want ziek worden kan altijd nog. Er blijken nog wat mensen in deze troep te wonen en ik vraag of ik op een trap zitten, weliswaar in de zon maar uit de wind. Terug naar Claude om hem te waarschuwen, en na wat wachten en sjokken zitten we. Twee vieze bouviers met veel te lange onverzorgde haren grommen nog wat vanuit hun gazen hok, maar houden het vanwege de hitte snel voor gezien. Net als Claude een plekje in de schaduw heeft ingenomen, komt er een al even onverzorgde man op hem af met de mededeling dat hij het water uit de kraan niet moet drinken, en even later verschijnt hij met een fles en nog Er liggen nog wat kilometers rijstvelden voor de boeg, die we zonder ook maar één streepje schaduw mogen aflopen. Vlak voor we Vercelli inlopen staan er wat donker getinte mensen in de rijstvelden om er aren te keuren of te stelen ...
Na de Lidl is het vragen en wat verkeerd lopen, voordat we het ostello hebben gevonden en worden ontvangen door een uiterst dikke vrouw met jampotglazen. Ze moet echt met haar neus op het papier om ons in te schrijven en het stempel te zetten, en daarna wijst ze ons de weg. Het lijkt op een voormalig klooster, het gebouwtje is tegen de kerk geplakt, maar wat staat er een troep in de gangen en kamers, Malle Pietje zou zich hiervoor niet schamen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten