donderdag 25 augustus 2011

Lichamelijk verval

donderdag 25 augustus Ivrea - Cavaglià 26 km 07:25 - 14:05 zon
Door de hitte en de enorme herrie hebben we slecht geslapen. M'n ontbijt krijg ik er ook niet goed in, ik word al misselijk van de lucht van het restant kebab wat Claude naar binnen schuift. We staan wel vroeg buiten, dat is een voordeel.
De gids wil een enorme slinger naar het noorden maken, daar trappen we niet in en gaan rechtstreeks naar Bollengo. Neptunus begroet ons in eigen persoon. De huizen worden allemaal wat Italiaanser, in leuke pastelkleuren geschilderd, en op het land staan maïs en druiven. Van die blaffende honden krijg je helemaal de schijt, je kunt geen huis voorbij lopen of er slaat er wel een aan, terwijl je toch niet op het erf komt.
Bij het B&B De Salamander, heerlijk rustig gelegen met zwembadje, stel ik voor te blijven, het lopen lukt vandaag niet bij geen beiden, er verschijnt weer een plek op mijn gote teen, mijn rechter is weerbarstig en mijn maag zit in de knoop. Claude kan daar niet zo tegen, we zouden naar daarendaar gaan, dus moet dat ook gebeuren, terwijl we de tijd aan ons hebben. Wij sjokkend verder.
In Viverone liggen we een tijd op een parkeerplaats in de schaduw bij te komen, ik krijg er met goed fatsoen amper iets in. We gaan verder, na een kilometer rust ik weer even in de schaduw, nog een paar honderd, mijn maag doet zeer en ik krijg braakneigingen, dan maar beter een korte pijn, vinger in mijn keel en de hele mikmak komt eruit. Dat lucht op.
Na bijgekomen te zijn stappen we weer op, het loopt een stuk beter, nog vier kilometer.
In Cavaglià aangekomen probeert Claude de telefoonnummers van het ostello nog een keer, en net als ik vanochtend, tevergeefs. Het leuke is dan dat hij gewoon ergens heen gaat lopen en ik een voorbijganger aanschiet. Dat spaart een hoop energie en je komt nog eens met mensen in contact. Waarschijnlijk zit 'm dat toch in de taalvaardigheid, Claude spreekt Frans en daar blijft het bij, ondanks dat hij misschien denkt ook het Engels machtig te zijn, dus het gevoel hoe je iets in een andere taal zou zeggen ontbreekt.
Ik spreek wel wat Frans, zegt de jonge vrouw die ik aanschiet, maar in het Italiaans gaat het toch gemakkelijker: piazza, sinistra, destra en nog zo wat en dan ben je er. En inderdaad na nog een keer vragen zijn we er, op het gemeentehuis, want daar heeft men de sleutel. Warm hè, zegt de vrouw achter de balie vol ontzag, na het stempel belt ze een andere vrouw die ons naar het ostello, een ruimte met zes bedden en een badkamer, brengt. Toevallig maakt een vrouw er de laatste bedden op, gisteren waren er zes pelgrims.
Ik ga als eerste douchen en direct slapen, daarna ben ik redelijk opgeknapt, alhoewel ik me niet aan een avondmaaltijd wil wagen.
Ik probeer bij het gemeentehuis mijn blog bij te werken, doch ze zijn om vijf uur dichtgegaan. Mensen die ik vraag om een internetcafé verwijzen me naar een bar, maar die sluiten de cirkel door me naar het gemeentehuis te verwijzen.
Marga, die wij voor het laatst op haar rug in Ste. Croix hebben gezien, schreef gisteren in het livre d'or: Dag Jan en Claude, ik had jullie nog wel verwacht te zien, alles? Veel succes en een mooie tocht naar Rome! Alle goeds, Marga. Ze blijft mijn weblog lezen. En zo ben je één op de weg naar Rome.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten