zondag 21 augustus Aosta - Chatillon 30 km 09:05 - 18:55 zon en heet
Claude heeft slecht geslapen en hij ziet er niet uit. We maken er een korte etappe van, naar Nus, 17 km maar, om te herstellen. We lopen richting centrum Aosta en Claude slentert achter me aan, hij kan niet meer en zegt me met de trein naar Chatillon te gaan. Op mijn aanbod hem op het station af te zetten, gaat hij niet in.
En zo ben ik alleen op de wereld van de Via Francigena. Het lopen gaat soepel, ik kan in mijn ritme komen. Een korte onderbreking bij een super, want verderop valt weinig te halen.
Twee Spaanse knapen zijn hun boekje kwijt, het dal loopt van west naar oost, je loopt dus vanochtend in de richting van de zon, zeg ik, en rond het middaguur staat de zon in het westen, vult een van de jongens aan. Ja, op een hete dag in Spanje is dat misschien zo, maar hier staat de zon in het zuiden, dus aan je rechterkant, merk ik op.
Een oude vrouw vraagt of ik even plaats wil maken, ze moet het weekoverzicht van de kerk vervangen achter de bank waarop ik me heb geïnstalleerd. Ik help haar en ze wenst bon camino. Een oudere man flaneert met zijn kleinkind in de kinderwagen.
Een stel komt met een kruiwagen tomaten aan, net geplukt, lekker, zeg ik, en ik mag er een paar pakken, ze zijn goed voor je ogen, dringt de vrouw nog aan, en je hebt er twee, nee, een grote is echt genoeg. Af en toe pluk ik wat druiven, ze geven wat energie.
Tring, Claude belt me zoals afgesproken rond twee uur, hij heeft twee bedden bij de Francescani Cappuccini geregeld, ik ben even voorbij Nus en het is heel heet, meld ik hem.
Een Italiaanse fietser groet me. Later zie ik hem in de schaduw van een paar bomen bij de rivier, heerlijk die koelte, zeg ik. Hij vindt het ook veel te warm, vandaag wil hij nog naar Ivrea. We babbelen nog wat en dan biedt hij me chocoladewafels aan. Ik sla ze af, omdat ze al het vocht uit je mond trekken, maar bedank hem wel.
Ik kan goed tegen de hitte, vind tien graden al te koud, maar ook mijn lichaam heeft zo zijn grenzen en die zijn bijna bereikt, ik moet afkoelen want op dit hete asfalt en met de harde warme tegenwind is het niet uit te houden. Gelukkig blijkt het restaurant in de verte geen fata morgana en ze hebben nog Cola ook. Het eerste glas verdwijnt in één teug in mijn lichaam, ik merk er nauwelijks wat van en ik bestel een tweede. Ik trek mijn schoenen en sokken uit en begin langzaam bij te komen, niet normaal zo heet. Na hoeveel tijd weet ik niet meer stap ik, enigszins bijgekomen, de hitte weer in.
Even na Chambave is er geen touw vast te knopen aan de bewegwijzering, het lijkt wel spaghetti. Ik loop verschillende keren vast en ga terug naar de zonnende vrouw die me zojuist heeft begroet. Ik vraag haar om vers water, wat ze eerst niet wil geven, er is daar een fontein wijst ze, als ik wat aandring met dat het water niet gecontroleerd wordt, gaat ze het binnen halen. Ze blijkt eigenlijk best aardig, heeft een miniscule bikini aan, waar ik nu even geen oog voor heb, en zegt ze, het pad moet daar bij het grasveld het bos ingaan en dan boven bij een weggetje uitkomen. Ik ga eerst een tijd in de schaduw zitten bijkomen, wat eten, veel drinken, en dan weer dertig meter slingerend dezelfde weg omhoog. Dit kan het pad zijn, maar even proberen, ik wist niet dat een lichaam zoveel poriën heeft. Na zoveel honderd meter geploeter loop ik weer vast, maar er stond een bordje die kant op ...
Uiteindelijk ben tegen half zeven weer op de SS26, die hier zo druk en smal is dat ik bij een, hoe kunnen ze hem hier plaatsen, bushalte ga staan met mijn duim omhoog. Geen auto neemt dit zonderlinge figuur mee, maar gelukkig stopt er een bus. Ik laat de chauffeur het adres zien en het lijkt wel of hij tegen me begint te schelden. Het betekent kennelijk dat hij het begrepen heeft en zo sta ik twee haltes verder levend maar uitgewoond voor de Via Chanoux.
Claude wacht me al op, hij is aardig bijgetrokken en terwijl ik douche, wast hij mijn kleren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten