zaterdag 24 september Bolsena - Viterbo 32 km 07:25 - 16:50 zon
Na ons eigen ontbijt op de kamer blijkt een oude zuster ook een ontbijtje, nou ja, een cakeje, wat erin gaat als koek, met koffie of thee te hebben. Ze woont nu vijf jaar in dit huis.
Het meer zien we door de bossen nauwelijks meer. Bij een partij uit de grond rijzende basaltpilaren vermeldt een bord dat. Het pad klimt gestaag, en dan gaat het over in een mensbreed paadje dat afdaalt naar een beek om aan de andere kant weer naar dezelfde hoogte te stijgen. De oversteek gaat over glibberige rotsblokken en je moet uitkijken niet in het water te plonzen. Boven staan wilde cylamen, heel klein en rozewit van tint.
Na drie uur lopen Montefiascone binnen, de 100 km grens is bereikt, en een wildvreemde blonde schoonheid begint spontaan tegen me te praten, ik noem het rijtje talen op die ik enigszins begrijp en het wordt Frans. Ze is lerares en op weg naar haar werk. Ze vraagt of we naar Rome gaan en of het zwaar is. De laatste 100 km moet ook wel lukken en ik biedt aan van tas en rugzak te ruilen, en dan moet ze toevallig linksaf. Bon voyage, wenst ze me toe. En even later moet ik me verantwoorden tegenover de anderen, waarom zij mij aansprak, zo jaloers zijn ze.
Bij de eerste bar zakken we in de stoelen, Claude is getekend en klaagt over zijn benen. Ik stel hem voor de bus te pakken, maar daar wil hij niets van weten. Als hij later met Ennio de route doorneemt, doet ook hij de suggestie.
Gelukkig spreekt nu een Italiaanse man me aan, anders wordt het zo eentonig. Uit Duitsland, vraagt hij, sono Holandese, antwoord ik. Hij blijkt gastarbeider in ons land te zijn geweest en spreekt nog wat Nederlands.
Even buiten de plaats fietst Roberta, de vrouw die vannacht ook in ons ostelllo was, ons achterop en begint een praatje met Ennio. Vanaf dit moment stopt ze bij elke knik die de Via Francigena maakt en wij hebben het al over liefde tussen haar en Ennio. Hij is vrijgezel, een leuke knaap, woont bij zijn vader, zijn moeder is overleden. Ennio speelt het spel vrolijk mee.
Bij een stel druivenplukkende mensen blijf ik staan en vraag of ze lekker zijn. Even later loop ik met vier trossen est-est-est weg, het werkt ook altijd.
De route volgt de Via Cassia, wij zouden het de kasseienweg noemen, die door de Romeinen is aangelegd.
Het is naar en in Viterbo nog een fors eind. Claude zit er doorheen, maar ik voel mijn lichaam ook, en de anderen zullen hetzelfde hebben.
Een mooi onderkomen bij de zusters mag wat kosten, voor 25 Euro zijn we er te gast.
Als ik voor het avondeten op de anderen moet wachten, probeer ik enige liedjes uit een piano te halen. De zuster moet lachen, hij is nogal vals, maar ja, het gaat om het idee. Iedereen druppelt binnen en sommigen zingen mee.
Ennio heeft het nagevraagd, we moeten bij La Chimera eten. Daarvoor moeten we de donkere sloppen van Viterbo in, met Ennio als gids. Op de digitale fotolijst blijkt dat ook Berlusconi hier heeft gegeten. Nee, we hebben niet gereserveerd, siamo pelligrini, als we binnen een uur ons maaltje naar binnen werken kunnen we een tafel krijgen. Nou, dat moet lukken. Het opnemen van de bestelling, het serveren van de schotels, en vragen van de rekening emen meer tijd in beslag dan het verorberen van de maaltijd door een stel hongerige pelgrims. Goed restaurant, lekker gegeten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten